VU Magazine 1987 - pagina 39
de buurt van een paar giechelende jodinnen, wat zeer afleidend werkte. Daarbij kwam nog dat de symfonie op het eerste gehoor zeer vreemd en grillig klinkt. De Kindertotenlieder zijn zeer aangrijpend, zo fijngevoelig en diep. Na eik lied verlieten steeds meer toeschouwers de zaal. Mahler was na het concert zeer gedeprimeerd." Hoezeer men ook problemen had met de symfonieën van Mahler, de kritiek betrof zeker niet zijn werk als dirigent. "Gustav Mahler dirigeerde zijn symfonie bijna bewegingsloos. Hij leidde het orkest meer met zijn ogen dan met zijn hand", zo merkte een van de violisten vol bewondering op. Dat Mahler ook zeer lastig kon zijn voor de orkestleden, leek niemand hem kwalijk te nemen. Hij snauwde een trompettist af die het waagde te laat te komen, hij schold een concertagent uit en hij raakte volslagen in paniek toen een drukfout werd ontdekt in de partituur van de vierde symfonie. ' 'Telegrafeer onmiddellijk de uitgeverij!", riep hij vertwijfeld uit, "de hele wereld zal het nu met een fout spelen!''
T
ragisch genoeg kwam de echte erkenning voor Mahler pas na zijn dood in 1911. Willem Mengelberg, die met het Concertgebouworkest de lange Mahler-traditie inzette, durfde pas na Mahlers dood zijn werken frequent zélf uit te voeren. De verering voor de componist was zo groot dat hij afkeuring vreesde. In een brief uit 1907 VU-MAGAZINE-JANUARI 1987
aan zijn vrouw Tilly schreef hij zeer enthousiast over origineel manuscript van de eerste symfonie van Mahler, dat hij had gevonden tijdens een toevallig bezoek aan de kleindochter van de componist Carl Maria von Weber. De barones vertelde dat zij nog niemand waardig had bevonden de Mahler-manuscripten in te zien. "Wanneer men zich bedenkt", schrijft Mengelberg aan zijn vrouw," dat Richard Strauss veel in dit huis verblijft (..) weet je wat dat betekent. Vanaf het ogenblik dat ik te kennen gaf dat ik een Mahler-vriend en Mahler-vereerder ben, bekeek de barones me met geheel andere ogen." De volgende dag laat de barones Mengelberg de handgeschreven partituren zien van Das Klagende Lied en de eerste symfonie. In beide muziekwerken bevond zich een gedeelte dat Mahler nooit had laten drukken, en op het manuscript van de eerste bevond zich tevens een zinnetje dat luidde: 'An M. zum Geburtstage von M'. Volgens Mengelberg handelde het hier om een jeugdliefde van Mahler, maar hij besluit daarover te zwijgen. "De muziek zegt meer dan woorden kunnen''. Ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig jubileum bij het Concertgebouworkest organiseerde Willem Mengelberg een speciaal Mahler-feest. Gedurende negen avonden werden alle werken van Mahler gespeeld. Ook Alma Mahler was daar aanwezig. Het publiek was - in tegenstelling tot de houding tijdens Mahlers leven - zeer enthousiast, maar critici veroordeelden de zeer hoge toegangsprijzen. Bovendien beschouwde men de verwisseling van de achtste en de negende symfonie, uitsluitend om het festijn met de 'optimistische' achtste te kunnen besluiten, als een onvergeeflijke fout. Dat neemt echter niet weg dat Mengelberg met dit Mahler-feest de toon zette voor een lange Mahlertraditie van het Concertgebouworkest. Ook toen hij na de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd werd met een verbod nog langer op te treden, werd die traditie na enige tijd door Bernard Haitink overgenomen. Het jaarlijkse Eurovisie Kerstconcert waar een van Mahlers symfonieën wordt uitgevoerd (dit jaar de vijfde) getuigt daarvan.
T
och blijft in de manier waarop men altijd tegen de componist Mahler heeft aangekeken, iets ambivalents over. De criticus en latere componist Matthijs Vermeulen bracht dit misschien nog het best onder woorden toen hij in 1918, naar aanleiding van de
woorden voor deze Negende van MahIer, waarvan ik nu, en naar 't leek wel met duizend anderen uit het publiek, zoo volledig afgestorven ben, dat de muziek noot voor noot, klankloos, ongrijpbaar en als onbestaand langs mij is weg gegleden. Ik weet wel waarom; er wordt maar heel weinig vreugde vertolkt in dit werk, er wordt beurtelings in geweend, gegrijnsd, geknarsetand; meer dan de helft klinkt handenwringend en de rest is bitter sarcastisch, óf hopeloos verzuchtend. De accenten van deze scherp omlijnde, zeer persoonlijke gevoelens zijn zwaar, luidruchtig, snijdend, schreeuwend of zoet en elegisch rouwend: voortdurende schommelingen tusschen weemoed en machteloze woede." Het belangrijkste van de muziek staat niet in de noten, zei Gustav Mahler, en of men nu gegrepen wordt door de grandeur, de bewogenheid en de schoonheid van zijn muziek, of zich juist vol onbegrip keert van het zware en troosteloze, die uitspraak zal niemand kunnen ontkennen. D
Mahler-tentoonstelling Utrecht, 1986 Eduard Recser, Gustav Mahler und Holland, Bibliothek der Internationalen Gustav Mahler Gesellschaft, 1980 Karl Schumann, Das kleine Gustav Mahler-buch, 1972
37
| i ; | j 1 l
| 2
2 | I 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's