VU Magazine 1987 - pagina 167
heupkom). Bij ; zijn de kraaklakken van het gennen tien jaar na Dat betekent dat j j gere patiënten rel t houden met een eroperatie. Men /el naar methoden vvrichten zonder ;e fixeren, maar tot ;n deze experimenrbetering op te lepzichte van de bethode. Wel hoopt ;ter botcement te wikkelen.
Geestelijke Volksgezondheid opgericht, met de later CHU-minister van Sociale Zakmprof. dr. J.R. Slotemaker de Bruine als voorzitter. De gereformeerden richtten de Vereniging voor Geestelijke Volksgezondheid op Gereformeerde Grondslag op, met als voorzitter minister van justitie mr. J. Donner. De verzuilde organisaties waren een feit.
I
n deze situatie kwam wezenlijk niet zoveel verandering. De huidige problemen van de RIAGG's - waarin alle instellingen, verzuild of niet, werden ondergebracht - hangen hiermee samen. In een interview met de Volkskrant noemde Van der Grinten de problemen rond de voor-en nazorg als oorzaak. Psychiatrische ziekenhuizen zijn voor het grootste deel verzuild en waren vooral bedoeld voor mensen met een bepaalde levensovertuiging, die uit het hele land afkomstig konden zijn. Voor een adequate voor- en nazorg waren de ziekenhuizen echter niet uitgerust. Die zorg werd regionaal opgezet, waardoor tussen de ziekenhuizen en de ambulante zorg een zekere spanning bestond. Veel psychiatrische ziekenhuizen gingen daarom hun eigen nazorg organiseren, waardoor de ambulante instituten nog maar weinig met de moeilijke groep van chronische
Voor de katholieken speelde het emancipatie-motief een belangrijke rol bij de vorming van een eigen vereniging. patiënten te maken kreeg. En die groep lijkt nu buiten de boot te vallen. Doordat de RIAGG's bovendien een verzameling zijn van ongelijksoortige instellingen ontbreekt een duidelijk inhoudelijk gezicht. De managementkant krijgt naar verhouding teveel aandacht en inhoudelijke zaken te weinig. Beter is, zo vindt hij, een logische samenhang aan te brengen in de geestelijke gezondheidszorg en de verhouding tussen ziekenhuizen en RIAGG's te verbeteren. In zijn eigen proefschrift zal hij echter kunnen lezen dat dat laatste niet zo eenvoudig is. D
A.J. de Jong, Intake voor psychotherapie. Boom, Meppel, 1987 Tom van der Grinten, De vorming van de ambulante geestelijlie gezondheidszorg, Ambo, Baarn,1987.
34
S
lijtage van het heupgewricht komt op oudere leeftijd veel voor. De aandoening, die coxarthrose wordt genoemd, kan erg pijnlijk zijn. Mijn moeder kreeg de laatste jaren steeds meer pijn in haar heup bij het lopen. Op een zeker moment verdween de pijn helemaal niet meer, ook niet 's nachts in bed. Zij liet zich onderzoeken, er werden foto's gemaakt en de orthopaed concludeerde ; "Uw heup is aan vervanging toe." Dat betekende dus opereren, het inzetten van een heupprothese of total hip. Ik weet weinig van heupoperaties, ik heb er in mijn huidige werk niet mee te maken, maar gelukkig is er recent in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een overzichtsartikel verschenen over de resultaten van deze ingreep, en daaraan ontleen ik de volgende cijfers. De heup is een vrij stabiel gewricht dat goed beschermd wordt door het bekken en de bilspieren, in tegenstelling bij voorbeeld tot het veel kwetsbaarder kniegewricht. Het bolvormige uiteinde van het bovenbeen (de heupkop) draait in een holte van het bekken (de heupkom). Bij coxarthrose zijn de kraakbeenoppervlakken van het gewricht aangetast en is de gewrichtsspleet versmald waaidoor het lopen pijnlijk wordt. Als het proces verder gaat kan als reactie het gewrichtskapsel ook ontstoken raken en dan heeft de patiënt ook in rust pijn. Wanneer fysiotherapie en pijnstillers niet meer helpen is men op een operatie aangewezen. Twintig jaar geleden werd in Nederland de eerste totale heupprothese geplaatst. Bij deze operatie verwijdert men het uiteinde van het bovenbeen en daarvoor wordt een metalen prothese met een bolvormige kop en een puntvormige staart in de plaats gezet.
De punt komt terecht in de (merg)holte van het overgebleven deel van het bovenbeen. Om het vast te zetten gebruikt men 'lichaamsvriendelijk' botcement. De heupkom wordt voorzien van een polyethyleen bekleding. Het aangetaste gewrichtskapsel wordt grotendeels verwijderd, en het lichaam vormt rondom de prothese opnieuw een kapsel van bindweefsel. Ik was verrast te merken dat de hele operatie, die ruim twee uur duurt, onder plaatselijke verdoving (epiduraal anaesthesie) kan plaatsvinden. De operatie is een uitkomst voor patiënten die kromlopen van de pijn: 84 procent is ruim driejaar na de operatie nog compleet pijnvrij, en bij negentig procent zijn de klachten sterk verminderd.
chaam op reageert. Het heupgewricht wordt bij het lopen belast met een gewicht dat ongeveer vijfmaal zo groot is als het lichaamsgewicht. De prothese heeft dus nogal wat te verduren. Losraken van de prothese komt bij ongeveer tien procent van de kunstheupen voor binnen tien jaar na de operatie. Dat betekent dat men bij jongere patiënten rekening moet houden met een eventuele heroperatie. Men zoekt ook wel naar methoden om heupgewrichten zonder botcement te fixeren, maar tot dusver lijken deze experimenten geen verbetering op te leveren ten opzichte van de bestaande methode. Wel hoopt men nog beter botcement te kunnen ontwikkelen. Hernieuwde kennismaking met de gang van zaken in een
Een nieuwe ' heup Zestig procent van de totale heupprothesen wordt ingebracht bij patiënten boven de 65 jaar en ongeveer vijfentwintig procent bij patiënten tussen de 55 en 65 jaar. De pijn is een paar dagen na de operatie helemaal verdwenen. Na een week kan de patiënt met loopoefeningen beginnen, waarbij de heup nog niet belast mag worden. Na twee weken mag dit al wel een beetje en als alles goed gaat kan de patiënt na drie weken, voorlopig mèt krukken maar zonder pijn, naar huis. Een heupvervanging kost ongeveer f 10.000,-. De vraag is natuurlijk hoe de resultaten op lange termijn zijn. De meest voorkomende complicatie is het loslaten van de prothese. Ondanks de verbeteringen in het gebruikte botcement blijven dit materiaal en de prothesedelen lichaamsvreemde stoffen waar het li-
ziekenhuis, zo lang na mijn co-assistententijd en nu in de functie van familielid van een patiënt, stemde tot nadenken. De verpleging is heel vriendelijk en goedwillend ondanks een chronisch gebrek aan materiaal (de ene dag zijn er geen washandjes, de volgende dag geen dekens) en tijd. Maar het is heel duidelijk dat zij onderdeel zijn van Het Systeem, en dat de patiënt en haar naasten slechts tijdelijke, onwetende en ondeskundige gasten zijn van wiens medische kennis men geen hoge pet op heeft. Toen ik een keer een half medische opmerking maakte kreeg ik van de broeder te horen: "Goed zo, zuster!"
VU-MAGAZINE - APRIL 1987
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's