VU Magazine 1987 - pagina 172
3é VU, brak hij de staf over chemici die de giftigheid van hun eigen produkten niet blijken te kennen. Vanwaar die onkunde? Chemische catastrofes hebben in het recente verleden de noodzaak tot het verplicht testen van de giftigheid van chemicaliën algemeen doen inzien. Maar de enige methode die
daartoe ter beschikking stond was het uittesten van deze stoffen op proefdieren. De voorspellende waarde van dergelijk onderzoek voor de uitwerking op de mens blijkt echter zeer gering. De moleculaire toxicologie kan hier uitkomst bieden. In dit fundamentele onderzoek
daalt men af naar de moleculaire structuur van een stof om aldaar te bezien of het spul, dan wel de afbraakstoffen daarvan, kwaad kunnen in het menselijk lichaam. Op basis daarvan is het in principe zelfs mogelijk de schadelijkheid van nog niet onderzochte chemicaliën met zekere nauwkeurigheid te voorspellen. Chemici kunnen zichzelf en de maatschappij ermee een dienst bewijzen, aldus prof Vermeulen. Waarvan akte.
nietigende werking hebben, blijkt wel uit de toepassing ervan als succesvol bestrijdingsmiddel tegen schimmels, algen, bacteriën en insekten. De slak, die als 'tussengastheer' optreedt van de parasiet welke bilharzia veroorzaakt, kan er ook niet goed tegen; reden waarom de Wereldgezondheidsraad juist dft middel had uitverkoren. De ziekte terugdringen door de slak uit te roeien; dat was de bedoeling. Maar grootschalig gebruik van trybutyltin-verbindingen, aldus chemicus Snoeij, is óók riskant. Rest de vraag wat erger is: het middel of de kwaal?
Dommel
Illustratie Aad Meijer
Bilharzia Het is niet goed of het deugt niet. Terwijl de Wereldgezondheidsraad eindelijk een middel gevonden dacht te hebben om een ziekte, waaraan 250 miljoen mensen lijden, grootscheeps te gaan bestrijden, komt in Utrecht een onderzoeker tot de ontdekking dat de verbindingen, waarop de werkzaamheid van het middel berust, uiterst schadelijk voor het milieu kunnen zijn. De ziekte heet bilharzia (zie VU-magazine, oktober '86)
verbindingen als remedie tegen de gevreesde parasitaire , ziekte niets dan goeds, aldus dr. Snoeij. Maar ze hebben en heerst voornamelijk in als bijwerking wèl een ernstiDerde-Wereldlanden, de onge verstoring van het milieu derzoeker is de scheikundig en mogelijk ook aantasting promovendus A^. Snoeij terwijl het middel bestaat uit tri- van het menselijk afweermebutyltin-v&rhmiingen waar- chanisme tot gevolg. Dat dergelijke verbindingen van tin de basis vormt. een sterk biocide, levenverOver de werking van deze-
Nog een bericht van het milieufront. Wat vervuild is moet schoon, en de vervuiler betaalt; simpel en vanzelfsprekend lijkende uitgangspunten voor een krachtdadig milieubeleid. De werkelijkheid is echter weerbarstiger. En dan moet men soms het minste uit twee kwaden kiezen. Daarover kan Gera Smidt van de afdeling Biologie en Samenleving van de VU meepraten. In opdracht .van de Brabantse Milieufederatie voerde zij een onderzoek uit naar mogelijkheden om de zwaar verontreinigde Dommel in de Kempen te saneren en als natuurmonument te behouden. Maar, zo luidt haar belangrijkste conclusie, "saneringsmaatregelen moeten soms uit milieuoverwegingen worden afgeraden.'' De Dommel is alom bekend om zijn schoonheid en weelderige flora en fauna, maar blijkt sterk verontreinigd met cadmium, vooral afkomstig van Metallurgie Hoboken Overpelt, een zinkfabriek op Belgisch grondgebied. De vervuiling neemt nog jaarlijks toe met 1000 kg cadmium en aan stopzetting van de lozing wordt voorlopig nog niet gedacht. Ook opruimen van dit
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
VU-Magazine | 485 Pagina's