VU Magazine 1988 - pagina 30
Dat de Nederlandse astronomie in hoog aanzien staat, is niet in het minst te danken aan prof.dr. J.C. Kapteyn, de Groninger sterrenkundige die in 1922 overleed. Eén van de latere sterrenkundigen, prof. Blaauw, over de 'pannekoek van sterren' van zijn indirecte leermeester. MARK MIERAS
De vader van de Nederlandse sterrenkunde Sterrenstelsel NGC 2997 in Antlia; een ander Melkwegstelsel in het sterrenbeeld 'luchtpomp'
De Melkweg; zoveel sterren bij elkaar?
We treffen elkaar op een herfstige zaterdag in de hoofdstedelijke diergaarde op een congres over '100 jaar natuurkunde'. De plaats is even toevallig als de ontmoeting zelf. Prof. Blaauw is sterrenkundige. Als hoogleraar was hij jarenlang verbonden aan de Leidse en de Groningse Universiteit. Hij formuleert voorzichtig en beeldend: "Wetenschappers moeten een historisch besef hebben. Dat
wat men doet is het laatste stukje vaneen lange lijn". In Nederland behoort de sterrenkunde tot de beste ter wereld. Dat wordt deels verklaard door de historie, aldus Blaauw. Hij trekt de lijn naar honderd jaar geleden. Het begon allemaal met professor Kapteyn: "In zijn tijd was Kapteyn één van de meest vooraanstaande sterrenkundigen in de wereld. Hij is
overleden in 1922, 71 jaar oud, maar je hoorde de Groninger zeker nog tot 1940 over Kapteyn praten. De man in de straat wist van de beroemde professor die iets met de sterren van doen had. Kapteyn heeft op de één of andere manier een heel diepe indruk achtergelaten. Er moet iets bijzonders aan hem zijn geweest". Jacobus Cornelius Kapteyn werd in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1988
VU-Magazine | 496 Pagina's