VU Magazine 1988 - pagina 405
in de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, wordt Kautsky 'Marx' vergeten erfgenaam' genoemd. In het revolutiejaar 1917 veroordeelde Kautsky de Russische revolutie als 'ondemocratisch'. Daarmee werd hij zelf partij in plaats van slechts weergever van de ideeën van Marx. Zijn werk werd in Nederland onder andere gebruikt door Pieter Jelles Troelstra, Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst. De Anschluss van 1938 dwong Kautsky en zijn vrouw Luise - eigenaresse van een Konditorei - Oostenrijk te verlaten. Zij vestigden zich in Amsterdam, waar Karl Kautsky een halfjaar later, op vierentachtigjarige leeftijd, overleed. De SDAP en verschillende buitenlandse delegaties bereidden hem een indrukwekkende crematie te Westerveld. Zijn vrouw bleef in Amsterdam, maar werd in 1944 gearresteerd. Zij overleed enkele maanden later in Auschwitz.
Karl Kautsky
Innovatie Het bedrijfsleven mag dan misschien een steeds grotere vinger in de pap hebben bij de verdeling van onderVU-MAGAZINE—OKTOBER 1988
zoeksgelden, zélf zijn ondernemingen inmiddels ook veelvuldig onderwerp van studie. Prof.dr. S. W. Douma, werd daarom aan de Katholieke Universiteit Brabant benoemd tot hoogleraar organisatie van de onderneming. In zijn inaugurele rede vroeg Douma zich af of kleine bedrijven misschien meer innovatief zijn dan grote. Uit ander onderzoek is al gebleken dat kleine bedrijven en onafhankelijke uitvinders een onevenredig grote rol spelen bij de ontwikkeling van nieuwe ideeën waarop de technologische vooruitgang berust. Maar een nieuw produkt moet ook op de markt worden geïntroduceerd. De innovator moet dat produkt beschermen tegen navolging bijvoorbeeld via wettelijke bescherming middels octrooien. Daarnaast is ook specifieke marktkennis noodzakelijk en after-sales support. Ook blijkt de informatieoverdracht een niet onaanzienlijke rol te spelen bij innovatie. Bij grote ondernemingen vindt vaak veel meer verlies aan informatie plaats dan bij kleine. Toch zijn grote ondernemingen in het voordeel als het grote projecten betreft. Zeker als het gaat om fundamentele vernieuwingen kunnen alleen grote ondernemingen zich de enorme bedragen veroorloven die daarmee zijn gemoeid.
Tekening Aad Meijer
e=>
gingen was dat aanleiding tot diepgaande bezorgdheid over hun jongeren, die voor galg en rad dreigden op de groeien. In haar proefschrift Geluk door Geestelijke Groei beschrijft andragoge dr. Mieke Lunenberg het proces van institutionalisering van de jeugdzorg. Zij promoveerde vorige maand aan de Vrije Universiteit. Ging het bij de plotseling opkomende aandacht voor de jeugdzorg erom jongeren te behouden voor de kerk, ze te 'tuchtigen' en te 'disciplineren', of om ze te 'verheffen'? En moest er wel of geen onderscheid
worden gemaakt tussen het werken met jongens en met meisjes? Mieke Lunenberg geeft in haar rijk geïllustreerde proefschrift op deze vragen antwoord door een uitgebreide beschrijving te geven van de jeugdzorg in twee Amsterdamse wijken: de Jordaan en de Jodenhoek. Kenmerkend voor de Nederlandse jeugdzorg was natuurlijk ook dat men zich keurig volgens de lijnen van de verzuiling organiseerde. Naast de sociahstische AJC komen daarom ook de padvinders en de gereformeerde jeugdbonden aan de orde.
Tuchtigen Eenderde van de meisjes ging in het Amsterdam van de jaren twintig zwanger de trappen van het stadhuis op. De straat werd talloze malen door baldadige jongens opgebroken. Voor veel kerkelijke en liberale bewe-
Opgroeiende jongens bracliten hun vrije tijd op straat door.
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1988
VU-Magazine | 496 Pagina's