Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 149

4 minuten leestijd

werd 6,5 miljoen DM betaald. Volgens menigeen was dit veel te veel, maar voor anderen was geen bedrag te hoog om Klee definitief tot 'Duits staatskunstenaar' te maken. Paul Klee was voor het grote publiek de schilder van de twintigste eeuw geworden. Reprodukties van zijn werk behoorden tot het moderne interieur en motieven van zijn schilderijen werden zelfs op kleding afgedrukt. Sinds de geruchtmakende aankoop door Düsseldorf zijn dertig jaar ver-

streken, maar aan de verafgoding van Paul Klee is nog geen eind gekomen. Op de tentoonstelling in de Hamburger Kunsthalle (13 april-27 mei) wordt de grootsheid van de kunstenaar - volgens de samensteller dr. Ulrich Luckhard, nogmaals geaccentueerd door uit elk van 'zijn vijftig scheppingsjaren' (1890-1940) één topper te tonen. Het gaat dus ook om jeugdwerk, want in 1890 was Paul Klee pas elf jaar.

ken hebben met de kunstenaar en zijn oeuvre. Het is ook maar de vraag, of deze populariteit niet heeft geleid tot een eenzijdige en oppervlakkige kijk op het werk van een kunstenaar, die zélf juist het alomvattende in zijn werk wilde vastleggen en streefde naar diepgang. Menig liefhebber van het populaire werk van Klee zal teleurgesteld zijn als hij tot de ontdekking komt dat de kunstenaar niet met zijn hoofd in de wolken liep. Voor hem zal er wei-

nig herkenbaars te zien zijn op de tentoonstelling in het Kunstmuseum te Bern (17 augustus-4 november), waar nagenoeg alle circa 360 werken getoond worden die Klee in zijn laatste levensmaanden (januari-juni 1940) maakte. Het unieke van deze reconstructie, die vooral het werk is van de jonge conservator en beheerder van de Paul Klee-Stiftung, Joseph Helfenstein, zal hem wellicht geheel ontgaan. Want de laatste jaren van zijn leven tekende en schiln haar vorig jaar verschenen derde Paul Klee vooral vreemdsoorboek 'Klee, Vom Sonderfall tige tekens en karikaturen. zum Publikumsliebling', heeft Het verfijnde lijnenspel, waarmee hij de kunsthistorica Christine Hopfen- tijdens en na de Eerste Wereldoorgart aangetoond, dat de enorme po- log speelse figuren op papier zette, pulariteit van Paul Klee voor een had plaats gemaakt voor een soms groot deel is te danken aan factoren, schijnbaar onbeheerst gebruik van die in wezen nauwelijks iets te ma- potlood, krijt en penseel. De strakke

I

VU-MAGAZINE—APRIL 1990

hand, waarmee Klee tijdens zijn aanstelling als docent aan het Bauhaus (1921-1931) met architectonische precisie zijn creatieve constructies kon maken, werd steeds onzekerder.

D

e discrepantie tussen het werk waarmee Paul Klee het grote publiek heeft bereikt en zijn latere oeuvre, is slechts één van de tegenstellingen bij deze kunstenaar. Een andere tegenstelling betreft het verschil tussen zijn persoonlijkheid en wat hij als kunstenaar beoogde. Klee was geen dynamische persoonlijkheid. Uit commentaar van tijdgenoten blijkt dat de kunstenaar door zijn zachtaardige karakter weliswaar sympathie afdwong, maar vooral leek op een bedeesde, kleurloze ambtenaar, die op het overdrevene af, tot en met de winkelprijzen van groenten en fruit, alles in de gaten hield. Het vervaardigen van kunst had voor hem echter alles te maken met beweging: "Beeldende kunst ontstaat uit beweging, is zelf vastgelegde beweging en wordt in (oog)bewegingen opgenomen". En in die beweging diende sprake te zijn van een ritme. De vergelijking tussen beeldende kunst en muziek ligt bij Klee voor de hand. Hij was de zoon van een muziekdocent en een zangeres, was getrouwd met een pianolerares en speelde zelf voortreffelijk viool. Zijn muzikaliteit blijkt ook uit de

Uberschach (1937). Foto Kunsthaus Zurich

Reprodukties van zijn werk behoorden tot het moderne interieur en motieven van zijn schilderijen werden zelfs op kleding afgedrukt. metrische opbouw van een groot aantal schilderijen, waarvan de mozaïekstructuur (de gekleurde vlakjes) bekend is. Tegenover de passie voor beweging en ritme stond bij Paul Klee de behoefte om alles consciëntieus vast te leggen. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot het geschreven woord. In het begin van zijn loopbaan verdiende hij als journalist en recensent 15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's