VU Magazine 1990 - pagina 375
Toen de Duitse archeoloog P, Wolters in 1891 op het eiland Amorgos een bijna levensgrote kop van een Cycladisch idool opgroef, was hij bepaald niet gecharmeerd door de schoonheid ervan. In zijn opgravingsverslag beschreef hij het object als "dit afstotend lelijke hoofd". Hij is niet de enige geweest die huiverde voor een Cycladisch idool. Zijn afschuw wordt gedeeld door de bekende Argentijnse schrijver Julio Cortazar, die in zijn boek, 'Final del juego' (1956) - in het Nederlands verschenen als 'Einde van het spel' -, een luguber verhaal publiceerde met als titel 'Het afgodsbeeld van de Cycladen'.
T
och zijn Wolters en Cortazar in de minderheid. Sinds de Cycladische sculptuur bekendheid kreeg, zijn op de Griekse eilanden op grote schaal grafvelden geplunderd, omdat de marmeren schalen en vazen, maar vooral de beelden alom in trek bleken en veel geld opbrachten. Het trieste gevolg van deze populariteit is echter geweest, dat van de meeste objecten niet meer bekend is, door wie, waar en wanneer ze werden gevonden. Maatregelen van de Griekse overheid om aan deze illegale schatgraverij een einde te maken resulteerden evenwel in de produktie van een groot aantal vervalsingen. In de periode van 1976 tot 1988 hebben enkele grote tentoonstellingen in Europa en Amerika de belangstelling voor de Cycladische beeldhouwkunst tijdelijk een extra impuls gegeven. Spreekt men over Cycladische idolen, dan krijgt het woord 'idool' meestal de betekenis van '(af)godsbeeld'. In het oorspronkelijk Griekse woord ligt het accent echter vooral op het 'beeld', concreet dan wel abstract. Cycladische idolen vormen wat betreft hun herkomst en periode van ontstaan een vrij scherp begrensde groep met eigen kenmerken. De traditie van de idolen gaat terug tot circa 6000 voor het begin van onze jaartelling. In deze tijd voltrokken zich in het Midden- en Nabije Oosten en later in Zuidoost-Europa belangrijke veranderingen in de samenleving. Het nomadenbestaan maakte plaats voor een agrarisch leefklimaat, waarin sprake was van een vaste woonplaats en waarin men zich meer moest.instellen op het ritme van de natuur. De zogenaamde Venusbeeldjes, die van 30.000 tot 14.000 voor Chr. tijdens het late Paleolithicum -
het tijdperk waarin de l-iomo Sapiens zich manifesteerde - werden gemaakt, worden dus niet tot de idolen gerekend.
D
e Cycladen omvatten een groep van eenentwintig middelgrote en een veel groter aantal kleine tot zeer kleine eilanden. Slechts een klein deel ervan is bewoond. Deze voor toeristen zeer aantrekkelijke eilandengroep ligt tussen het Griekse vasteland, te weten Attika en de Pelopónnesos, Kreta en de westkust van Turkije. De naam 'Cycladen' verwijst naar de min of meer cirkelvormige ligging van de eilanden rondom Délos - het eiland van Apollo, de god van de harmonie - dat in de Oudheid als het heilige centrum van Griekenland werd beschouwd. Op enkele eilanden van vulkanische oorsprong na, zoals Santorini en Milos wordt er op de Cycladen veel marmer gevonden. De meeste idolen zijn gemaakt van het fijnkorrelige, witte marmer uit Paros. Ongetwijfeld bepaalt dit in grote mate hun aantrekkelijkheid, al mag men niet vergeten dat de beelden oorspronkelijk beschilderd zijn
Chalandnan
Kapsala
Spedos
Dokathismata
Schematische weergave van soorten idolen.
\ /
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990
21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's