Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 338

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 338

4 minuten leestijd

o b I "t h Illustraties Aad Meijer

vende en dode dieren in huis verdragen. Zoals de dode ijsvogel, opgehangen aan een draad om te zien of hij zijn borst zou keren in de richting van waaruit de wind blies; de kippen en muizen die gewogen werden voor en na wurging, om na te gaan of hun gewicht afnam als de levensgeesten geweken waren; en de pad die onder een stolp werd gezet met een aantal spinnen om het geloof aan de natuurlijke antipathie tussen deze twee diersoorten op de proef te stellen. De volledige titel van Brownes encyclopedie van misvattingen luidt: 'Pseudodoxia Epidemica: or Enquiries into very many received Tenets, and commonly presumed Truths'. Kortweg: 'Vulgar errors'. Een Nederlandse vertaling zag het licht als 'Pseudo-doxia Epidemica, Dat is: Beschryvinge van verscheyde Algemene Dwalingen des Volks: Ofte Onderzoekingen van v^le gevoelens, welke onder de gemene man in zwang gaan, en doorgaans voor enkele waarheden worden aangenomen' (1668).

H

et boek, in de woorden van de schrijver zelf een 'amfibisch werk', is een wonderlijke mengeling van wetenschap en literatuur. Op het eerste gezicht is het een rariteitenkabinet vol buitenissige feiten uit de natuurlijke historie, de geschiedenis, de bijbel, de anatomie en de geografie. Maar die eerste indruk van excentriciteit is bedrieglijk: Brownes 'Vulgar errors' was een serieuze bijdrage aan de wetenschap. Veel van de wijdverspreide dwalingen die Browne bestreed, werden 28

namelijk als waarheid gepresenteerd in wetenschappelijke werken uit zijn tijd. Dat een dode ijsvogel de windrichting zou aangeven, bijvoorbeeld, was ook te vinden in zeventiendeeeuwse studies over ornithologie. En het bestaan van de eenhoorn, of het feit dat salamanders in vuur zouden leven was evenmin afkomstig uit het volksgeloof, maar ontleend aan boeken en onderwerp van geleerde twisten. Browne vertrouwde niet op klassieke natuurbeschrijvers als Plinius die zijn invloed nog ver na de middeleeuwen deed gelden - maar vergewiste zich bij voorkeur met eigen ogen van de feiten. Zijn misprijzen voor geleerden die alleen op boeken vertrouwden, spreekt duidelijk uit zijn opmerking over de zogenaamd oogloze mol: dat mollen "ogen in hun kop hebben is zonneklaar voor iedereen die ze zelf niet mist". Zo ontzenuwde Browne ook berichten over het fabelachtige dieet van de struisvogel. In middeleeuwse bestiaria worden struisvogels afgebeeld met een hoefijzer of draadnagel in hun snavel, als illustratie van hun vermogen om ijzer te eten. Plinius maakte er al melding van in zijn 'Naturalis historia' en zeventiendeeeuwse werken over dieren herhaalden het. Browne plaatst er grote vraagtekens bij. Terecht, want struisvogels eten geen ijzer - wel slikken ze in werkelijkheid (net als kippen) steentjes in om de spijsvertering te bevorderen. Brownes zoon Edward, eveneens arts en onderzoeker, was later in de gelegenheid om de spijsvertering van de struisvogel op de proef te stellen en berichtte zijn vader - die hem in-

structies had gegeven - per brief dat hij het dier een flinke klomp ijzer had gevoerd. Tot zijn verbazing gaf de struisvogel toen plotseling de geest; het ijzer werd bij de sectie onverteerd in de eerste maag aangetroffen.

H

et is niet toevallig dat het eerste boek waarin misvattingen systematisch onschadelijk worden gemaakt uit de eerste helft van de zeventiende eeuw stamt: toen pas begonnen geleerden op grote schaal eigen waarneming en onderzoek hoger te waarderen dan overgeleverde kennis en het gezag van autoriteiten. Een van de grote krachten in dit proces was Francis Bacon, die al in 1605 (het jaar waarin Browne werd geboren) in zijn boek 'The advancement of learning' voorstelde om een lijst aan te leggen van algemene misvattingen, opdat 's mensen kennis niet verontreinigd werd door dergelijke onzuiverheden. (Het levenseinde van Bacon is te toepasselijk om hier onvermeld te laten: hij stierf aan de verkoudheid die hij opliep toen hij voor een proefneming een kip met sneeuw vulde.) Toch was Browne, ondanks zijn onafhankelijkheid van geest, geen fanatieke rationalist: hij zocht in de natuur geen onpersoonlijke wetten maar bewijzen van de hand van God, die niets voor niets geschapen had. Door misvattingen te bestrijden diende Browne de zaak van God: hoewel hij in de inleiding van 'Vulgar errors' als oorzaak van dwalingen onder meer onwetendheid noemt, onbegrip, goedgelovigheid en autoriteitsgeloof, wees hij VU-MAGAZINE.—SEPTEMBER 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 338

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's