Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 468

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 468

3 minuten leestijd

«^"

Deze 'zonpop' (links) tekende Jori de Goede toen hij drie was, het 'meisje uit Sesamstraat' (rechts) ruim een jaar later. Foto's Ignace Schretlen

heeft vanuit de psychologie een poging gedaan om een parallel te trekken tussen kunst en de creatieve produkten van kinderen. Na analyse van een zeer groot aantal kindertekeningen en -schilderingen meende Read een aantal stijlen te herkennen, die overeenkwamen met de acht 'archetypen' van Jung: het gewaarwordingstype, het intuïtieve type, het gevoelstype en het denktype met per type een introverte en een extraverte variant. Dezelfde indeling paste hij ook toe op de kunst, waarbij elk archetype correspondeerde met één of meer kunststijlen. In de praktijk blijkt de relatie tussen juist het abstracte werk van peuters en de abstracte kunst een uiterst gevoelig onderwerp, met name voor museum-medewerkers die dagelijks moeten uitleggen waarom de Appel aan de muur een kunstwerk is. Ook kunstcritici laten zich niet

graag in met wat wel peuterkunst wordt genoemd. Ofschoon het Metropolitan Museum in New York al in 1923 een expositie wijdde aan het creatieve werk van kinderen, werden veel later tentoonstellingen van geselecteerd werk uit de befaamde 'Rhoda Kellogg Child Art Collection' systematisch geboycot door kunstrecensenten.

H

et is jammer, dat een vergelijking tussen abstracte kunst en het teken- en schilderwerk van peuters en kleuters zelden op een positieve wijze wordt uitgewerkt. Het kost menigeen nog steeds veel moeite te moeten toegeven dat het soms onmogelijk is om bijvoorbeeld een bepaald werk van Paul Klee te onderscheiden van een kleutertekening. Omgekeerd weigeren de fervente aanhangers van 'kinderkunst' veelal te aanvaarden, dat de treffende overeenkomst niet impliceert dat kinderen ook daadwerkelijk kunst maken. De werkelijke angst bij kunstminnaars is, dat door de grote mate van overeenkomst, de abstracte kunst belachelijk zou worden gemaakt. Omgekeerd wordt gevreesd, dat het creatieve werk van kinderen minder mooi wordt gevonden wanneer het niet als kunst bestempeld mag worden. Dit laatste is onzinnig. Tekeningen en schilderingen van kinderen zijn niet alleen in esthetisch opzicht vaak zeer fraai maar ze zijn ook fascinerend, omdat ze getuigen van oorspronkelijkheid en vooral van het wonder dat schuil gaat in hun ontwikkeling. Kindertekeningen zijn evenwel niet gemaakt vanuit de bewuste keuze om op een bepaalde wijze iets weer te geven; een keuze die de kunstenaar wèl maakt. Daarin schuilt het verschil. Een wezenlijk aspect van het creatieve werk van kinderen is tot nu toe in onderzoek onderbelicht gebleven: het proces van het tekenen en schilderen zelf. Vrijwel altijd stond louter het eindprodukt centraal. Het wonderlijke van 'krabbelen' is, dat peuters dit min of meer spontaan gaan doen wanneer men hen het benodigde materiaal ter beschikking stelt. VU-MAGAZINE—DECEMBER 1990

'éÉÊMiWi

0<2.w.

O.JT^ V\. ^ v a Ov.;>

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 468

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's