Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 116

4 minuten leestijd

del van zijn vader, Steven van Geuns, maar hij liet zich in 1751 ook inschrijven aan de universiteit waar hij colleges volgde in onder meer Latijn, Grieks, geschiedenis, wiskunde en natuurkunde. In 1753 mocht hij zijn voorkeur geheel volgen en ging geneeskunde studeren, wat ook botanie en chemie inhield. In deze periode las hij voorts het Oude en het Nieuwe Testament in de oorspronkelijke talen een aantal malen door en op 2 september 1757 werd hij door ds Hovens uit Haarlem door onderdompeling lid van de Doopsgezinde Gemeente. Zijn studies zette hij voort in Leiden, Parijs en Amsterdam. Hij promoveerde in 1761 te Leiden, waarna hij zich als arts te Groningen vestigde. In 1769 verwierf hij met een inzending op een prijsvraag vah de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen de gouden medaille en in 1770 werd hij lid hiervan. In 1776 werd hij benoemd tot hoogleraar in de geneeskunde te Harderwijk. Hij doceerde daar, en nu moet ik aan Hugo denken, ook plantkunde en was bovendien verantwoordelijk voor de botanische tuin. Hij besteedde hier veel aandacht aan, voerde een reorganisatie door en liet verwarmde kassen bouwen. Toen hij in Harderwijk kwam waren er 600 soorten planten, na vier jaar waren het er 2000 en later zelfs 3000. Hij werkte

In Spanje is Jeronimo, naar men zegt, door hem toegediend langzaam werkend vergif om het leven gebracht. er 's morgens vroeg en 's avonds laat en gaf er voorts onderricht aan de studenten. In 1791 werd hij hoogleraar in de geneeskunde in Utrecht en in 1795 ook in de botanie, Hij kreeg een ambtswoning aan de Nieuwe Gracht bij de hortus, waarin sindsdien vele botanische hoogleraren hebben gewoond. Door zijn arbeid kreeg de Utrechtse hortus, waarin reeds spoedig 4000 soorten planten groeiden, internationale vermaardheid. nmiddels was de revolutie-tijd aangebroken. Ons land werd door de Fransen bezet. In werd Lodewijk Napoleon Koning van Holland en deze had ook een paleis in Utrecht. Van Geuns en enkele geneesheren uit andere plaatsen werden lijfarts van de vorst. De Koning leed "aan vele werkelijke en vermeende kwalen en riep herhaaldelijk medische hulp hiervoor in." Een historieschrijver kwam eens betreffende des Koning's kwalen tot de conclusie dat hij "een dier ongelukkigen is geweest die de tol hunner amoureusheid levenslang hebben te betalen." 26

V

olgens een anekdote ontbood de Koning eens, op 3 maart 1807, al zijn lijfartsen en: "De Koning zou aan Prof. van Geuns gevraagd hebben, wat hij dacht van een consult over hem te houden, in dier voege, dat ieder hunner hem eerst afzonderlijk zou onderzoeken en een recept schrijven; daarna zouden de heren elkaar in een vertrek ontmoeten, hun voorschriften vergelijken en onderling overleg plegen. 'Sire', zei toen Van Geuns,'... Het spreekt vanzelf, dat, als wij bijeenkomen, ieder uit discretie iets zal toevoegen aan het oordeel van elk der collega's en zoo zal er een hutspotrecept worden geformeerd, waaraan ik zelfs mijn hond, dien ik liefheb, niet zou wenschen blootgesteld te zien.' 'Ma fois! Mijnheer Van Geuns', antwoordde de Koning, 'ik heb de zaak niet zo ingezien, maar Gij hebt gelijk.' En zo geschiedde het dat de geleerde heren tot een gemeenschappelijk oordeel kwamen en de Koning door hen vooral het drinken van ezelinnemelk werd voorgeschreven. Eens toen Van Geuns bij de Koning werd geroepen zat deze in een klein vertrek op de enige daar aanwezig stoel, Van Geuns sprak toen: 'Sire, ik ben een oud man en niet gewoon staande mijn patiënten de pols te voelen.' 'O, Mijnheer van Geuns', antwoordde de Koning, 'trek dan maar even aan de bel, opdat men U een stoel brenge' en zo geschiedde. De professor zette zich op zijn gemak naast zijn vorstelijke patiënt, nam zijn horloge in de hand, voelde 's Konings pols en onderzocht hem.'" Bij de oprichting van het Koninklijk Instituut werd van Geuns meteen lid. Het is hier niet de plaats om uitvoerig in te gaan op de grote invloed die Van Geuns gehad heeft op de ontwikkeling der geneeskunde in ons land. In Utrecht bestaat nog steeds het regelmatig vergaderend Utrechts Geneeskundig Gezelschap 'Matthias van Geuns', nu bijna twee eeuwen oud (sinds 1793). Bij zijn 80ste verjaardag droeg zijn 19-jarige kleinzoon Steven Jan Matthijs een gedicht voor dat die tijd en Van Geuns' levensvisie ontroerend typeert. Het eerste, derde en laatste couplet hiervan luidden: Vader van mijn dierbren Vader, Gun mij, dat iii dezen dag U met mijn diclitproef nader, U mijn lieiiwenscli bieden mag. 't Feestuur dat U doet iierdeniien, Hoe Gods goedineid tachtig jaar, U haar zorg steeds v/ilde scheniien, U behoedde in eiii gevaar. Siijt in rust Uw iaatste dagen. Steeds beschermt door 's Hoogsten hand. Tot de morgen blij liomt dagen. Die U voert naar 't Vaderiand. Op 9 december 1817 "des ochtends ten vijf ure, ontsliep hij zachkens, in het ootmoedig vertrouwen op de genade van God". Hij werd vier dagen later in De Bilt begraven. VU-MAGAZINE—MAART 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's