VU Magazine 1990 - pagina 200
voormalige steenfabriek, zijn restanten van een ondergrondse telefooncentrale en enkele in beton gegoten geschutskoepels te vinden. De vondst van enkele castellums in de directe omgeving van deze lokatie, laat zien dat ook de Romeinen al doordrongen waren van het strategisch nut van deze plek. Ook aan de Oosterbeekse oever zijn overigens restanten van geschutsopstellingen en een merkwaardige, door hoge hekken omgeven, betonnen loods te vinden. Een tochtje in noordelijke richting, stroomafwaarts door de schilderachtige IJsselvallei, voert naar de derde hoofdlokatie. Ten zuiden van Olst wordt deze in hoofdzaak gemarkeerd door de enorme betonnen damwand die aan de westelijke IJsselloever oprijst. Verdwenen zijn eigenlijk alleen het drijvende caisson en de landhoofden. Voor het overige is nog aan alles te zien dat hier gewichtige militaire activiteiten moeten hebben plaatsgevonden. En wellicht nóg plaatsvinden. Die suggestie wordt althans gewekt door een bord waarop staat aangegeven dat het hier 'militair terrein' betreft, en dat degene die zich wederrechtelijk toegang verschaft, strafbaar is.
D
e lokatie op de oostelijke oever oogt van de weg af interessant genoeg om het er toch maar op te wagen. Ook hier is, net als bij Bemmel en Arnhem, het met beton verharde, op zeer zwaar verkeer berekende pad, afgezet met vierkante palen. Ter plekke valt echter weinig meer te ontdekken dan een betonnen vlakte ter grootte van een flink parkeerterrein, een minuscuul haventje en een inlaat. Verse wiel-
sporen en de kennelijk goed onderhouden stalen bekistingen aan het water, doen vermoeden dat deze plek nog op een of andere wijze in militair gebruik is; bijvoorbeeld als oefenlokatie voor de genie. Een gedachte die weer de vraag oproept wat er aan de overzijde van de rivier zoal te vinden is. Daarom de weg vervolgd richting Olst, langs het overwoekerde negentiende-eeuwse fort dat naar alle waarschijnlijkheid ten tijde van de IJssellinie als onderkomen had moeten dienen, naar de veerpont die stampend, en walmend, de onderzoeker de IJssel overzet. Tegenover Olst, op de westelijke oever, ligt Welsum. Ten zuiden daarvan is de andere helft van de stuwlokatie eenvoudig te vinden, Drie op buitensporig grote grafzerken lijkende betonnen vlakken terzijde van de dijk, laten zich door het inmiddels geoefend rakend oog al snel ontmaskeren als ontmantelde geschutsopstellingen. Achter de dijk, op het erf van een boerderij, eenzelfde uit witgeschilderd beton opgetrokken loods als bij Oosterbeek. Een bord met 'militair terrein' en 'verboden toegang' jaagt de spionnen van de deur. Eenzelfde bord blokkeert aan de andere zijde van de dijk het pad dat door de uiterwaarden in de richting van de intrigerende zwarte damwand aan de IJsseloever voert. Geen sterveling te bekennen. En de simpele houten slagboom vormt geen hindernis van betekenis. Ook hier weer beton en de bekende vierkanten palen. Aan het eind van het circa vijfhonderd meter lange pad bevestigt een circuit-achtige verharding met een opvallend gele markering, de indruk dat de voormalige stuwlokatie onder Olst als militair oefen-
Van stadswal tot starwars Het ontwerpen en bouwen van verdedigingswerken heeft, vanaf de vroegste geschiedenis, altijd achter de ontwikkelingen in de wapenindustrie aan gehuppeld, Of het nu ging om vestingmuren, stellingen of waterlinies, steeds weer bleken ze vrijwel nutteloos zodra ze goed en wel bedrijfsklaar waren. De eerste stadswal was nog niet opgeworpen of een slimmerik bedacht de katapult. Toen de vestingmüur op dikte werd gebracht om de ronde kanonskogel te weerstaan, vond de een of andere strijdlustige wetenschapper de 'getrokken loop' uit, waarmee projectielen moeiteloos bressen sloegen in ook déze muur. En juist op het moment dat het eerste moderne fort met feestelijk vertoon in gebruik werd genomen, zag de bhsantgranaat het daglicht, die met een veel explosievere kracht dan die van buskruit, ook met
22
dit bolwerk korte metten maakte. Een andere ontwikkeling in het militaire denken behelst de schaalvergroting. Was de defensie in eerste instantie gericht op afzonderlijke steden, in de loop der eeuwen onstond de neiging om losse verdedigingswerken tot omvangrijke linies aaneen te schakelen, Navo en Warschaupact als aaneenschakelingen van defensies van afzonderlijke naties, vormen de dikke knopen aan het einde van deze ontwikkeling. De waterlinies zijn een tussenfase in dit proces. Zij vormden lang een typisch Nederlandse specialiteit waar het de landsverdediging betreft, en werden in feite onschadelijk gemaakt toen oorlogsvoering door de lucht gangbaar werd. Zo was de vermaarde Hollandse Waterlinie al achterhaald op het moment dat de laatste hand eraan nog gelegd moest worden. Sterker nog:
VU-MAGAZINE—MEI 1990
Ém
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's