Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 258

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 258

3 minuten leestijd

Nu zou hij dat ook over de natuurwetenschapper kunnen zeggen. Maar intuïties en ervaringen zijn niet in alle tijden identiek. In de achttiende eeuw bijvoorbeeld ervaarde men de wereld als buitenge-

Misschien kan de maatschappelijke variant nog het best opgevat worden als een zinvolle metafoor.

Een klein deel van een rekenrooster volgens een computermodel van de atmosfeer.

woon regelmatig en voorspelbaar. Natuurlijk constateerde men ook wel dat veel fenomenen in de natuur en in de menselijke samenleving in het geheel niet aan dit harmonische beeld voldeden, maar dat werd gezien als een tijdelijke afwijking, iets dat overwonnen moest worden. Het zorgvuldig gecultiveerde tuintje had een grotere esthetische aantrekkingskracht en morele zuiverheid dan het door mensenhand onaangeraakte oerwoud. De schrijver John Fowles schreef over het achttiende eeuwse Engeland: "In die periode bestond geen sympathie voor ongereguleerde of woeste natuur. Zoiets werd gezien als agressieve wildheid, als een lelijke en alles doordringende herinnering aan de zondeval, aan de eeuwige verbanning uit de hof van Eden. Zelfs de natuurwetenschappen bleven in essentie vijandig staan ten opzichte van de wilde natuur. Men zag die uitsluitend als iets dat getemd, geclassificeerd, gebruikt en geëxploiteerd moest worden." In het classificeren van de werkelijkheid had de natuurwetenschap het voortouw genomen. De menswetenschap hobbelde daar een stukje achter aan, men wilde ook zo graag maar kon zo weinig. De menswetenschap bleef toch een beetje het debiele broertje van de knapste kop van de klas. Van de weeromstuit proclameerden sommige geleerden een absolute breuk tussen natuurwetenschap en menswetenschap. De eerste zou het rijk van de noodzakelijkheid en voorspelbaarheid belichamen terwijl de tweede de vrijheid en de creativiteit voor haar rekening zou nemen. Voor menige geestes- of sociale wetenschapper stond vast: 36

van de natuurwetenschap valt mets te leren.

D

oor de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen in deze eeuw zijn die vastgeroeste posities volledig op hun kop gezet. De meeste chaos-onderzoekers zeggen er niet zo heel veel over, ze schuwen speculatie over de maatschappij -theoretische implicaties van hun benadering. Toch zijn de parallellen met het hedendaagse denken over de samenleving te zeer in het oog springend om er met afgewend gelaat aan voorbij te kunnen gaan. Zo is duidelijk dat het op aloude natuurwetenschappelijke leest geschoeide denken over een planmatig in te richten samenleving op zijn laatste benen loopt. Grote toekomstscenario's worden er niet veel meer ontworpen. Het centrale, richtinggevende karakter van de overheid verkruimelt als beschuit in de handen van de beleidsmakers. Zoals de computermodellen er niet in slagen

om nauwkeuriger voorspellingen van het weer te leveren, zo slaagt de toegenomen regelgeving er niet meer in alle maatschappelijke oneffenheden weg te werken. Elke maatregel brengt een keten van onvoorziene gevolgen met zich mee. Mensen maken gebruik van maatregelen, zoals bij de WIR-premies, die geheel afwijken van wat oorspronkelijk de bedoeling was. Regels worden ontdoken en paradoxaal genoeg ontstaat daardoor een zekere vorm van orde. Want, fluisteren vrijmoedige tongen, zonder zoiets als zwart werk zou onze economie heel wat slechter functioneren. Omgekeerd kan ook een te groot beroep gedaan worden op bestaande regelgeving, zoals een paar jaar geleden bij de studiefinanciering. Het overheidsapparaat bezweek bijna. En er bestaat geen subversievere vorm van protest dan stiptheidsacties - door het nauwgezet naleven van alle regels wordt het gegarandeerd een grote janboel. Tussen chaos en orde heerst een eigenaardige dialectiek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's