VU Magazine 1990 - pagina 423
Kamper theoloog en een der hoofdrolspelers In een kerkscheuring die als de 'Vrijmaking' In de kerkhistorische folianten zou worden bijgeschreven. Bij die gelegenheid verscheen een aantal boeken, werd een symposium gehouden en een tentoonstelling ingericht, over leven en werk van deze omstreden maar markante persoonlijkheid. Samen met de eveneens dit jaar verschenen memoires van dr. G.C. Berkouwer- representant van Schilders gereformeerde tegenstrevers, die destijds de beruchte synodevergaderingen voorzat - biedt dit alles materiaal genoeg voor een historische en sociologische terugblik; de reconstructie van een gebeurtenis die een blamage voor het Nederlands protestantisme mag heten. Deze scheuring heeft onuitwisbare sporen getrokken over de kerkelijke en politieke kaart van Nederland: het ontstaan van het kerkverband der 'gereformeerden vrijgemaakt' en In vervolg daarop van onder meer een politieke partij (het G.P.V.) en een krant (het Nederlands Dagblad).
V
erbaal geweld blijkt een belangrijk Ingrediënt tijdens de slotakte van dit drama. Shakespeare Is er niks bij. Op 23 maart 1944 - terwijl de zoveelste wagonlading Nederlandse joden vanuit Westerbork richting vernletlngingskampen vertrekt - velt de gereformeerde synode te Amersfoort het vonnis. Klaas Schilder heeft zich schuldig gemaakt aan muiterij, zo staat er In de notulen van de synodevergadering te lezen. Hij heeft geweigerd zich aan de kerkelijke besluiten te onderwerpen. Door er tot In het uiterste een eigen mening op na te willen houden, heeft hij de eenheid der kerk prijsgegeven in ruil voor een independentlstlsch individualisme. Kortom: hij is een scheurmaker en rebel, die ervoor verantwoordelijk Is dat het gezag In de kerk afbrokkelt. De tuchtmaatregelen die tegen hem worden afgekondigd, behelzen schorsing voor drie maanden uit zijn ambt als hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Kampen en als predikant. Maar voor de veroordeelde hoeft het niet meer. Op 11 augustus van hetzelfde jaar komen Schilder en zijn 'mede-bezwaarden' bijeen te Den Haag, waar hij de door hem opgestelde 'Acte van Vrijmaking of Wederkeer' voordraagt. Daarin beschuldigt Schilder op zijn beurt de synode van "verminking en verloochening van de op Gods Woord gegronde orde", van "verbastering van de leer en misbruik van de kerkelijke tucht". Dat laatste heeft dan weer geleid tot "onrechtmatige en ongoddelijke schorsingen en ontzettingen uit de-ambtelijke dienst". "En hierom besluiten wij", zo luidt de clou van Schilders betoog, "mits dezen wederom te verwerpen alle menschelijke vonden en alle wetten die men onder ons heeft ingevoerd, om door haar de consciëntiën In deze manier te binden en te dwlnopn; ons van den band aan de hierboVU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990
ven genoemde Synode In haar evenbedoelde leer en usantle te willen vrijmaken en alzoo te willen wederkeeren tot een onder dit hiërarchisch juk niet langer geknechte kerkelijke samenleving". Dat zijn stuk voor stuk grote woorden, waaruit te begrijpen valt dat Schilder en de zijnen het gezag en de autoriteit van de synode, uit hoofde van het eigen geweten, niet langer wensten te erkennen, de kerk uitstapten en voor zichzelf begonnen. Maar waar draalde het nu eigenlijk om?
B
etrokkenen en andere deskundigen hebben lang geruzied over de vraag of deze broedertwist nu een leerstellige dan wel een kerkrechtelijke achtergrond had. We laten de nietes-welles-discussie voor wat ze is, en ontwaren drie wezenlijke strijdpunten. Naarmate de tragedie vorderde, verschoof het accent echter meer en meer In de richting van een pure gezagskwestie. Inzet was de 'onderstelde wedergeboorte'; een begrip dat niet voor Iedereen - zelfs niet voor hedendaagse gereformeerden - gesneden koek zal zijn. Het betreffende dogma (uit 1905) was In 1942 door de synode als volgt geherformuleerd: "het houden van de kinderen, het zaad des verbonds, voor wedergeboren, krachtens de belofte Gods, totdat het tegendeel (In leer of leven) blijkt". Met andere woorden: beschouw onmondige kinderen van gelovige ouders als bekeerlingen tot ze zich aantoonbaar overgeven aan ketterse opvattingen of liederlijk gedrag. Voor Schilder was deze formulering te vaag, te ruimhartig en te gemakkelijk. Hij stootte zich met name aan het woordje 'totdat'. Had, zo luidde zijn tegenwerping, bijvoorbeeld Koning David zich door zijn slippertje met Bathseba en de weloverwogen moord op haar wettige echtgenoot, soms niet liederlijk gedragen? En moesten wij
Terwijl óe zoveelste wagonlading Nederlanijse joden vanuit Westerbork richting vernietigingskampen vertrekt, velt de synode het vonnis. hieruit opmaken dat deze bijbelfiguur dus een 'onbekeerde' was? Deze 'onderstelde wedergeboorte' was overigens niet zomaar een abstractie van op hol geslagen theologen, maar een belangrijke bouwsteen In Abraham Kuypers leer van de 'anti-these'. Op basis daarvan kon Immers onderscheid worden gemaakt tussen de gereformeerden als uitverkoren volk en de door hem steevast als 'paganisten' 25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's