Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 364

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 364

5 minuten leestijd

hij, als gevolg van zijn ziekte, nodig heeft om 's avond in bed te geraken, hem gelegenheid bood te bedenken dat de mysterieuze zwarte gaten in het heelal mogelijk als bron van gammastraling fungeren. Maar Hawking is niet de enige grote afwezige. Behalve zijdelings, en in relatie tot anderen, komt ook Albert Einstein niet of nauwelijks aan bod. Viel over hem dan misschien geen smakelijke anekdote te vertellen? En was niet uitgerekend hij, met zijn combinatie van ongekende genialiteit en alledaagse doe-maar-gewoonprincipes, een man die zich leende voor een menselijke analyse a la die van Van Helden? Wis en waarachtig wel! Dat laatste wordt ten overvloede bewezen in de bundel 'Hoogachtend, Albert Einstein'. Het boek behelst een spitsvondige selectie van fragmenten uit brieven die Einstein schreef aan bewonderaars, vakgenoten en hooggeplaatsen. Daarin behandelt hij uiteenlopende thema's als God, muziek. Hitler, liefde, doodstraf en jood-zijn. Een onderhoudende manier, kortom, om de mens achter dit genie te ontdekken. Voor wie het nog niet wist: Einsteins genie blijkt gekoppeld aan een oorspronkelijke geest die over alles en nog wat een opvatting heeft en deze ook gretig ventileert, en die een gloeiende hekel blijkt te hebben aan persoonsverheerlijking en ijdeltuiterij. Zo komt zijn spreekwoordelijke bescheidenheid heel aardig tot uiting in wat hij over journahsten en schrijvers van populair-wetenschappelijk bedoelde werkjes neerschrijft: "Het is niet mijn schuld als leken zich zo'n overdreven voorstelling maken van de betekenis van mijn pogingen. Dat moet ik veeleer die heden verwijten, die alles willen populariseren en vooral die journahsten die, als het maar even mogelijk is, alles zo sensationeel mogelijk weergeven." Dat lijkt haast een ontboezeming van iemand zoals wij.D

René van Helden: Mensen zoals wij; Uitgeverij Annex, f 28,50. Helen Dukas en Banesh Hoffmann (red.): Hoogachtend, Albert Einstein; Uitgeverij Annex, f22,50.

10

E

en krantebericht: In 1989 werden weer veel meer zaken door de Medische tuchtcolleges behandeld dan het jaar daarvoor. Wat is er aan de hand; hoe komt dat toch? Reennk heeft het onlangs nog eens korten bondig in zijn inaugurele rede (Maastricht) uit de doekjes gedaan: vroeger was er geen twijfel aan de waarheid. Die was door burgerlijke, kerkelijke en wetenschappelijke autoriteiten op- en uitgelegd. Sinds de verlichting is dat allemaal anders. Ik citeer: "Men begon te vragen, te discussiëren en eisen te stellen. Ook in de gezondheidszorg O" Sinds 1983 is er overeen privaatrechtelijke regeling van de relatie arts-patiënt gesproken. Maar een wet heeft nogal wat voeten in de aarde; dat kost tijd. Er is nu een Modelregeling Arts-Patiënt verschenen, opgesteld door de lande lijke overkoepelende artsenorganisatie KNMG en het Landelijk Patiënten/Consumenten Platform, de organisatie die de belangen van patiënten/consumenten in Nederland behartigt. In deze Regeling, ik zal verder eerbiedig een hoofdletter gebruiken, zijn de fundamentele patiëntenrechten naast de plichten van de dokter vastgelegd. Het KNMG en het Platform verwachten nu dat, zolang de wetgeving nog ontbreekt, de Nederlandse rechter met de Regeling rekening zal houden en, zo mogelijk, zich er ook aan zal houden. Voorwaar, een ambitieuze pretentie! Het is de bedoeling dat artsen en patiënten zich aan de Regeling zullen houden, zonder dat ze een contract tekenen. Braaf wordt opgemerkt dat de basis van de relatie arts-patiënt onderling vertrouwen en gelijkwaardigheid is. "Maar", gaat men

verder, "gelet op het gegeven dat er, vanwege een mogelijkerwijs niet altijd even gemakkelijk te vermijden professionele dominantie van de hulpverlener, een feitelijke afhankelijkheid en ongelijkheid kan ontstaan voor de hulpvrager..." (maakt u de zin zelf maar af: u mag nog vier komma's en zesenveertig termen of woorden gebruiken waaronder: noodzakelijke samenwerkingsrelatie, arts en patiënt, derhalve, navolgende modelregeling, wezenlijke basis, streven, gelijkwaardigheid en tegemoet komen). In de Modelregeling worden als fundamentele patiëntenrechten genoemd:

Het is fantastisch dat het Reglement er is. Nu nog bekendheid en dan moeten we de tijd nemen om er aan te wennen. Dat zal nog wel een halve generatie hulpverleners en hulpvragers kosten, want er is ondertussen nóg iets veranderd: de dokter bestaat niet meer. Net als elke werkende Nederlander is een arts ongeveer veertig uur per week in zijn vak bezig; dat is een vierde van zijn tijd. Binnen die werktijd is hij alleen op afspraak een paar minuten te spreken en bij zeer hoge uitzondenng is hij te roepen. Drievierde van zijn tijd is hij er niet meer; dan is hij gewoon ondergedoken in zijn gezin, hobby.

Hulp

DE JONG

recht op informatie, inzage en privacy. Om te beginnen heeft elke inwoner van Nederland het recht van vrije artsenkeuze. Vervolgens zal de arts "met een patiënt, die de wens te kennen heeft gegeven medische hulp en/of advies te willen ontvangen, een daarop gerichte overeenkomst aangaan." Aan deze overeenkomst zijn dertien artikelen gewijd. Verder komen in de vijfenveertig artikelen van het Reglement alle denkbare zaken ter sprake zoals rechten van minderjahgen, plaatsvervangend beslissen, dossiervorming, waarneming, raadpleging/ consulten, praktijkvoering, declaraties en het einde van een arts-patiëntrelatie. Aan ruzie-oplossen ('adequate klachtenbemiddelingsregeling') is men nog niet toegekomen.

bed en vrije tijd, net als zijn buurman de buschauffeur Bijgevolg kent hij de patiënt niet meer. Die mag hopen dat hij tijdens zijn werktijd de klacht of ziekte nog kent. Vandaar de Regeling en vandaar dat de arts geen dokter meer kan zijn en alleen maar hulpverlener is, en ook zo genoemd wordt. Vandaar ook dat ik vind dat de patiënt/klant/ cliënt/consument eveneens recht heeft op een nieuwe, aangepaste naam; iets als hulpbehoevende. Dat went gauw genoeg. Help.

I VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990

^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 364

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's