VU Magazine 1990 - pagina 101
de stadsvernieuwingsgebieden van Den Haag wel. Kijk, dat is nou een knelpunt. Maar zo'n dorp van vijfduizend inwoners ergens achter Den Bosch, laat dat met rust." Derksen is al met al geen nostalgisch verdediger van het kleine dorp. Maar het geliefde argument van De Graaif-Nauta - "Ik vind het altijd zo opvallend dat als de beslissing eenmaal genomen is, de rust heel snel weerkeert." - irriteert hem. "Sorry hoor," zegt hij, "maar dit is natuurlijk weer grote onzin. Dat komt typisch voort uit die oude neiging van; wij weten wat het beste voor de mensen is en later zullen ze dat zelf ook wel merken." Hoe paternalistisch de overheid zich soms nog toont, toch zijn er lichtpuntjes. Derksen wijst op de trend dat lokale bestuurders steeds belangrijker worden in hun partij. Vroeger was een lidmaatschap van een gemeenteraad of een wethouderschap vaak een opstapje naar meer, nu wordt de taak van een gemeentebestuurder veel serieuzer genomen. Dat is ook de reden dat een partij als het CDA, die erg veel wethouders en gemeenteraadsleden telt, al zo vroeg voor de knelpuntenbenadering koos. "Bij de PvdA zie je het nu ook. Kijk maar naar een gebied als Waterland, waar veel PvdA-wethouders zitten. Het CDA is al tegen die herindeling en de PvdA wordt intern ook nog eens gedwongen."
'V'
erzet tegen herindeling is geen folklore," verzekerde het kleurrijke CDA-kamerlid Wim Mateman ooit. Maar y 1protestacties werkten vaak oubollige averechts op het Haagse ideaal van voortvarendheid en nieuwe tijden. Pas de laatste jaren bedienen 'bedreigde' gemeenten zich van de wetenschap. Wim Derksen; "Afgelopen zomer, toen een aantal herindelingsplannen in de Kamer lag, het kabinet was demissionair, werden een paar gebieden controversieel verklaard. Dus niet meer behandeld. Welke? Waterland, delen van ZuidHolland en Limburg. Ik, maar ook anderen, hadden juist met die gebieden te maken gehad. Op verzoek van de betrokken gemeenten en actiegroepen leverden we echt fundamentele kritiek. Je ziet dus het effect. Het beleid verandert, aUeen de voorstellen lopen nog achter." D VU-MAGAZINE—MAART 1990
Z
e waren er, en niet de gehngsten. Ze waren oprecht overtuigd dat Nederland een Protestantse natie was, en dat dit ook zo moest blijven. En toch: een belangrijk deel van de burgers was niet protestants, maarjoods, katholiek of vrijdenker. Nog een deel was wel protestants, maar niet met dit 'euvel der vereenzelviging' behept. Hoe moest het trouwens met de Grondwet? Stond in die van 1814 nog "De christelijke hervormde Godsdienst is die van den Souvereinen Vorst", bij de samenvoeging met België in 1815 was dit niet meer vol te houden. Bovendien bepaalde de grondwet van 1814 tevens ondubbelzinnig dat de belijders van alle godsdiensten overigens dezelfde rechten hadden. En dat bleef gelukkig zo.
heid de dienaresse is. Het parlement heeft mitsdien niet het laatste woord, maar is nevengeschikt aan de regering. Autoriteit boven majoriteit (meerderheid), want het gaat om het vinden van de waarheid en daarvoor is majoriteit geen garantie. Zij heeft dan ook niet de vrijheid om het protestantse karakter van de natie te betwisten. Roomschen mogen volgens Hoedemaker 'niet zonder de noodige resthcties tot de bediening van invloedrijke ambten in den Staat worden toegelaten'. Onder het kabinet R.F.M. Lubbers doet zo'n zin potsierlijk aan. Hoewel: eind januari meldde Ad Valvas, het blad van
co z LU
CD cc 3
De theoloog Ph.J. Hoedemaker (1839-1910)-in de az eerste zeven jaren van de Vrije Universiteit hoogleraar aan die instellingwas zich deze inconsistentie bewust. Hij trok daaruit een eigenwijze conclusie: dan moest de grondwet maar worden gewijzigd! In de VU, dat een bestuurs1901 publiceerde hij een kundige, verbonden aan program voor grondwetsde VU, van mening zou herziening, waarin de neu- zijn dat ouders hun kindetrale staat (zoals die ook ren beter naar de Evandoor Kuyper wel was aan- gelische Hogeschool in vaard) wordt vervangen Amersfoort konden sturen door een staat, waarvan "want daar heerst ten minde wetgevende en uitvoeste nog het absolute gerende macht gebonden zag van de Heilige zijn aan Gods wil. Schrift". "Toch blijft HoeLezing van dit ontwerpdemaker ook in de huidigeschreven op een moge tijd actueel" schrijft H. ment dat het algemeen van Spanning, die in 1988 kiesrecht voor de deur promoveerde op een disstond, de macht des kosertatie over de Christelijknings al lang doorThorHistohsche Unie, in de beckeen de zijnen was boeiende bundel 'Hoedebeknot en de emancipatie maker herdacht' (Ten van katholieken, gereforHave, Baarn, 1989). Zo'n meerden en sociaal-deuitspraak over "absoluut mocraten was voortgezag" lijkt hem gelijkte geschreden -doet de mo- geven. derne lezer huiveren. De Die 'roomschen' besoevereiniteit, het opperste schouwden de protestangezag, wordt gelegd bij ten als 'ketters en scheurGod van Wie de overmakers', een houding
mede ingegeven als reactie op zoveel protestantse eigendunk. Gaat dat nu ook terugkomen, in het era Gijsen? Of blijft het bij goedaardige pesterijen over taalgebruik? Gaat U m e f o f op vakantie? Is het in of op de eerste plaats? Bidden we 'breng ons niet in verzoeking' of in ibei<oring, geloven we in de opstanding of in de verrijzenis, wenst u iemand een geiuiiiiig of een za/;g kerstfeest toe? Ik persoonlijk kies telkens de tweede vahatie. Vanwege mijn komaf. Maar ook omdat die het mooiste Nederlands geeft, en verder teruggaat in onze taalgeschiedenis dan de eerste. Maar protestantse medebroeders beschouwen dit als room-
Een Protestantse natie sche taalvervuiling (al stonden bekoring en verhjzenis in oudere bijbelvertalingen dan die van Dordt, en is zalig het eerste woord van het boek der Psalmen...). Hoewel doordrenkt met het protestantse ethos, een protestantse natie zijn wij niet. Dat soort eenkennig nationalisme is gevaarlijk, zoals we in ZuidAfrika hebben kunnen zien. Het is daarom zo interessant te lezen hoe een oprecht mens als Hoedemaker zulke opvattingen kon hebben. Vergeet niet: in 1945 publiceerde zelfs een Romme nog een ontwerp-grondwet waarin bepaalde grondrechten werden ontzegd aan hen die 'de geestelijke grondslagen van het Rijk' niet o n derschreven...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's