VU Magazine 1990 - pagina 362
Albert Einstein: alledaagse doemaar-gewoonprincipes. Foto ANP
stof tot heHum gaat fuseren. De volgende fase vomit de geboorte van
ten Pauli ooit te pakken te nemen door de storende uitwerking van zijn aanwezigheid op laboratorium^ ^ " ^^^'"• proeven in scene te zetten. Ze creëerden een proefopstelling met dith Reilly's ontdekking is een tank die door een pomp vacuüm slechts een enkel voorbeeld wordt gezogen. Aan de deur van het uit vele die de rol van toeval laboratorium bevestigden zij een en coïncidentie in de exact geheten foto-elektrische cel die het experiwetenschap behchten. Meer van derment moest stoppen en de lichten gelijke anekdotiek staat beschreven zou doven op het moment dat Pauli in een boekje over de natuurwetenbinnen trad. We citeren: "De spanschappelijke pioniers die, samenwerkend of in hevige ideeënstrijd ver- ning stijgt; hoe zal Pauli reageren op wikkeld, ons aan het thans vrijwel deze grap? Dan is het zover. Pauli ingeburgerde kosmische concept van stapt naar binnen en tot ieders veroerknal, aarde en universum, ruimte bijstering gebeurt er niets bijzonen tijd hebben geholpen. 'Mensen ders, alle lampen blijven branden en zoals wij' heet de bundel die bij- de pomp blijft pompen. Opnieuw eengeschreven werd door René van het Pauli-effect!" Helden. n - over excentriek gedrag De titelkeus doet wat merkwaardig gesproken - wat te denken aan. Een bonte stoet verstrooide van George Gamov, een tot professoren, monomane vakidioten, excentrieke egotrippers en een enke- Amerikaans staatsburger genaturalile gevaarlijke gek, paradeert over de seerde Sovjet-geleerde die zich van pagina's. Onder hen nu juist opval- een zelf verzonnen mengelmoes van lend weinig mensen zoals wij. Af- talen bediende - in de wandeling het gezien van al hun tics, kwaaltjes, 'Gamovian' genoemd - maar die zich desondanks uitstekend verstaanbaar wist te maken? Of van George Placzek die tien talen vloeiend beheerste, en zich alleen 's nacht tot de wetenschappelijke arbeid kon zetten? Of van Niels Bohr die - briljant in zijn vak, maar weltfremd als geen ander - niet in staat was het simpele plot van een bioscoopfilm te doorzien, en die het benevens hoogst onwaarschijnlijk vond dat in zo'n rolprent, uitgerekend op het moment suprème, een camera aanwezig was geweest. Mensen zoals wij? frustraties en andere afwijkingen, Ach kom!
E
E
Een bonte stoet verstrooide professoren, monomane vakidoten, excentrieke egotrippers en een enkele gevaarlijke gek, paradeert over de pagina's.
onderscheiden deze genieën zich bovendien van de intellectueel minder bedeelde massa, door hun unieke talent om al dan niet houdbare, maar nochtans wereldschokkende theorieen te bedenken en uit te werken. Tics hebben ze. Dat begint bijvoorbeeld al met de theoretisch fysicus Wolfgang Pauli die, naar de legende wil, zijn afkeer van de experimentele variant van zijn vak blijkbaar wist om te zetten in een soort telekinese, waarmee hij zelfs op grotere afstand laboratoriumproeven deed mislukken. Van dit 'Pauli-eflfect' zijn sterke staaltjes bekend. Van Helden dist er in zijn boekje enkele op. Een hele smeuïge is deze. Met een practical joke probeerde een aantal laboran-
Smakelijk zijn deze verhalen wel. Maar het verband tussen dergelijke vormen van excentriciteit en genialiteit, de relatie tussen (excuus voor het chché) leven en werk, blijft grotendeels buiten beeld. Slechts één duidelijke uitzondering valt hierop te maken. Namelijk voor de bijzondere omstandigheden waaronder vrouwen in deze branche via sluipwegen en langs tal van hindernissen tot een carrière moesten geraken. Het karig aantal representanten van het zwakke geslacht die in de fysica - een bij uitstek door mannen geregeerde wereld - uiteindelijk wist uit te blinken, had één ding gemeen: voor hen gold dat de frustratie op dit punt op den duur resulteerde in een overdosis doorzettingsvermogen
en een oHfantshuid, die - hoe paradoxaal het ook khnkt - waarschijnlijk in sterke mate hebben bijgedragen aan hun succes. Spijtig is dat René van Helden zich echter inzake dit verband niet expliciet uitspreekt.
M
eest sprekend voorbeeld uit de categorie 'vrouwen en fysica' is het verhaal van Cecilia Payne die, ondanks het bij ieder college herhaalde "Ha! Een vrouw" van leermeester Ernst Rutherford, haar natuurkundige ambities weigert op te geven. Elke mijlpaal betekent voor haar een nieuw obstakel. Promoveren is er in het stijf-Engelse Cambridge van de jaren twintig niet bij. En ook een wetenschappelijke aanstelling stuit steevast op problemen. Via slinkse wegen en een ondergeschikte betrekking als wiskundig medewerkster, komt er toch een proefschrift: over de chemische samenstelling van sterren. Maar daarmee heeft ze het vooroordeel tegen vrouwen in de fysica nog lang niet overwonnen. In haar dissertatie komt Payne tot de revolutionaire ontdekking dat sterren chemisch anders zijn samengesteld dan planeten, en bijna geheel uit waterstof (83 procent) en helium (15 procent) bestaan. Die conclusie strookt niet met de theorie van een toonaangevend heerschap op dat vakgebied, Henry Harris Russel.
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's