VU Magazine 1990 - pagina 420
CO
deelte van ons volk wijst gelijk o.a. blijkt uit het Landelijk Comité van Actie tegen de doodstraf en uit moties aangenomen door de Amsterdamse advocaten, de doodstraf ook voor de zwaarste delicten, in de afgeloopen jaren begaan, af." Volgens de nota moest dit feit van invloed zijn op het aantal "noodzakelijke" executies.
gevolg was dat vanaf dat moment geen doodvonnissen meer werden voltrokken. De laatste keer dat het vuurpeloton in actie kwam, was op 21 maart 1952. Van de eenenveertig personen die geen gratie kregen, werden er veertig doodgeschoten; één man pleegde zelfmoord. De veertig bestonden uit negendertig mannen en één vrouw, Ans van Dijk.
O
Wilhelmina noemde zichzelf graag een soldatendochter.
pmerkelijk is dat de regering zich zo sterk gebonden voelde door wat de meerderheid van de bevolking zou vinden. Juist in ethische zaken als deze heeft zij meermalen de nadruk gelegd op haar eigen verantwoordelijkheid, zoals in eerder genoemde rede van minister Modderman. Een ander opvallend element is de volstrekte willekeurigheid waarmee wordt getaxeerd hoeveel executies er daadwerkelijk uitgevoerd moesten worden om een evenwicht te vinden tussen de behoefte van het volk en wat datzelfde volk nog kan verdragen. Een dergelijke puur kwantitatieve benadering heeft met strafrecht in elk geval weinig te maken. Duidelijke richtlijnen gaf de nota niet, zodat de gratieverlenende instantie feitelijk bij haar eigen geweten te rade moest gaan. Deze instantie is de Kroon, die bestaat uit de betreffende minister en de koningin. De minister van Justitie gaf een gratieadvies aan de koningin, die formeel de beslissing nam. Koningin en minister van Justitie moesten het dus met elkaar eens worden over het al of niet verlenen van gratie. Gevolg van de richtlijnen was, dat koningin Wilhelmina vijftig maal gratie verleende en tweeëntwintig maal gratie afwees. Namens het Comité van actie zijn IVIeertens en van der Meiden een keer op audiëntie geweest bij minister van justitie Van Maarseveen (KVP), die Kolfschoten in juli 1946 opvolgde. Hun doel was: stopzetting van alle executies en omzetting van de doodstraf. Maar de minister zei: "Ik kan niets voor u doen want de meerderheid van het volk is voor de doodstraf. Het enige wat ik kan doen is: bidden", of woorden van gelijke strekking. De executies gingen in ieder geval door.
J
uliana volgde haar moeder in 1948 op als staatshoofd. Zij had de naam pacifistisch en tegenstandster van de doodstraf te zijn. Maar in werkelijkheid verleende zij niet vaker gratie dan haar moeder, namelijk eveneens vijftig maal. Negentien gratieverzoeken wees zij af, Vanaf 1951 begon zij zich echter steeds heftiger te verzetten tegen verdere executies. En in 1952 dreigde ze zelfs met aftreden. Dat was toen haar door de toenmalige minister van Justitie Mulderlje was geadviseerd het gratieverzoek van de Duitser Willy Lages af te wijzen. Zij hield de zaak zo lang op dat Mulderije's opvolger Donker ovefstag ging omdat het, naar zijn zeggen, in strijd was met behoorlijke rechtstoepassing om na zoveel jaar nog tot terechtstelling over te gaan. Het 22
Er waren vijf Duitsers bij, vier Nederlandse verraders, drie hoge NSB-ers, onder wie Max Blokzijl en Mussert, één burgemeester en zesentwintig foute politieambtenaren, landwachters, Silbertanne-moordenaars (leden van een soort doodseskader) en jodenjagers. Mussert en Blokzijl werden in 1946 als eersten geëxecuteerd. Veertig executies, dus. Is dat veel? Dr. Lou de Jong trekt de vergelijking met buurlanden: in België werden na de oorlog 242 personen geëxecuteerd. In Frankrijk werden er 767 gerechtelijk gedood. Veel meer dus dan in Nederland. Wat daarvan de oorzaak was is achteraf moeilijk vast te stellen. Maar een belangrijke factor is het volgende: In België waren wel enkele tegenstanders van de doodstraf. Maar er bestond geen actiecomité. Vanuit Nederland werden pogingen gedaan om zoiets van de grond te krijgen. Tom Rot schreef hierover aan mevrouw Meijers: "De mentaliteit der bevolking (van België dus, red.) is over het algemeen lauw".
E
en van de NSB-ers die werden terechtgesteld, was de ex-slager Pleter Wichers. Hij werd op 8 juli 1946 door het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden ter dood veroordeeld. Ds Coolsma, een van de oprichters van het Comité dat zich juist zo had ingespannen tegen de doodstraf, werd door de directie van het Huis van Bewaring te Groningen gevraagd aanwezig te zijn bij het moment waarop de gevangene meegedeeld zou worden dat zijn gratieverzoek was afgewezen en hij binnen 48 uur terechtgesteld zou worden. De executie zou op 2 juni 1947 plaatsvinden. Coolsma maakte derhalve Wichers' VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's