VU Magazine 1990 - pagina 269
Uren met Van Eeden
Omslagillustratie van Charlotte Mutsaers
JOHANDE KONING
De ambivalente persoonlijkheid van Van Eeden kon hem irriteren, maar wekte ook deernis op. Zes jaar lang werkte Jan Fontijn aan een biografie. Bewondering was niet het belangrijkste uitgangspunt.
Op vakantie sliep hij spiernaakt tussen de struiken, terwijl hij even later in aristocratische kringen verbleef. De liefde van vrouwen vond hij zeer verheffend, maar seksualiteit was bedreigend. Hij verdedigde de literaire opvattingen van de Tachtigers, maar vond schoonheid niet het enige. Hij attaqueerde het christendom, maar zijn vrienden vonden hem een dominee. Dat kan alleen Frederik van Eeden zijn. Jan Fontijn deed zes jaar lang onderzoek naar diens leven en promoveerde in juni in Nijmegen op het resultaat, een biografie met als titel 'Tweespalt'. Het is een spannend boek, dat de eerste veertig jaar van het leven van Van Eeden beschrijft (van I860 tot 1900), waarin hij zich ontwikkelt van een dromerige jongen tot een trotse Tachtiger en tot
een maatschappelijk hervormer met de priemende blik van een psychiater. Zijn persoonlijkheid wordt ontleed en geplaatst tegen de achtergrond van een samenleving op het breukvlak van twee eeuwen. Bewondering was niet het belangrijkste uitgangspunt, vertelt Fontijn. Hij werd tijdens het onderzoek gedreven door nieuwsgierigheid naar Van Eedens gecompliceerde persoonlijkheid en het besef van de belangrijke plaats die hij in de Nederlandse cultuur heeft ingenomen. Over de kwaliteit van zijn literaire werk laat Fontijn zich gematigd uit. Een aantal gedichten zijn de moeite waard, 'De kleine Johannes' en 'Van de koele meren des doods' vindt hij waardevolle boeken, 'Paul's ontwaken' is ontroerend en de 'Studies' zijn goed geschreven. Voorts: "Van
VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1990
Eeden heeft zich nooit schuldig gemaakt aan het grote manco van de Tachtigers, de woordkunst. Hij is altijd helder geweest. En als criticus had hij een zeer goed oog voor kwaliteit. Hij ontdekte Der Mouw en was ook een van de eersten die inzagen dat Vincent van Gogh een heel bijzondere man was." Echter: "Het sterk moraliserende karakter van zijn oeuvre irriteert me vaak. Daarin is hij echt nog een vertegenwoordiger van de negentiendeeeuwse moralistische cultuur. ledere schrijver heeft natuurlijk zijn moraal, maar die moet je subtieler verpakken. Ook vraag ik me vaak af waar de authenticiteit ophoudt. Waar schrijft hij nog voluit vanuit zijn oprechte gevoelens en overtuigingen en waar doet hij gewoon mee met zijn tijd?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's