VU Magazine 1990 - pagina 73
andere kant op. Je ziet bij Nietzsche een poging om voor hem positieve elementen uit het christendom te integreren in een religieze, hoewel per se niet-christelijke zingeving van de wereld. Dat zie je bijvoorbeeld in 'De Antichrist' waar hij Paulus critiseert omdat deze een afstand creëert tussen God en mens. Maar tegelijkertijd laat hij, naast alle kritiek, juist zijn waardering blijken voor de figuur van Jezus, in wie de scheiding God/mens is opgeheven. Op dat punt, in de vergoddelijking van de mens, valt Jezus samen met Dionysos. Jezus maakt iets waar van de Unschuid des Werdens en is volgens Nietzsche opgenomen in het fataal karakter van werkelijkheid. Het is heel goed mogelijk dat er van Jezus een prikkel is uitgegaan naar eigen wijsgerige inzichten." In een recent artikel presenteert Van Tongeren de opmerkelijke visie, dat hetgeen hij interpreteert als Nietzsche's religiositeit in 'polytheïstische' termen geduid kan worden. Nietzsche's idee van de werkelijkheid is dat van een perspectivische, strijdige veelheid. Bij wijze van morele imperatief dient deze veelheid als zodanig bevestigd en gevierd te worden, ten einde het leven op deze aardkloot meer glans en schittering te verlenen, Wat eerst nog een kritische-destructieve betekenis had - bedoeld is de dood van God -wordt vanaf Zarathustra een opdracht, een ideaal. De monotheïstische God - mogelijkheidsvoorwaarde voor de ene waarheid, de ene moraal moet gedood worden, moet sterven om plaats te kunen maken voor een meervoud aan goden. Wat Nietzsche aldus wilde introduceren is een gevaarlijke, conflictvolle wijze van leven en filosoferen, waarin verschillende waarheidspretenties voortdurend om de voorrang strijden zonder te kunnen 'winnen'. "De filosoferende Goden", schrijft Van Tongeren, "verbergen geen waarheid die onthuld kan worden maar vereeuwigen en verheerlijken het wordende leven zelf".
het postmodernisme te maken, in zoverre dat je weet dat je steeds bezig bent modellen van anderen te herhalen. Waar echter het postmodernisme relativistisch wordt, haak ik af. Want dan is precies dat gevecht van pretenties verdwenen." Maar is dat niet erg ingewikkeld? Aan de ene kant christendom tot norm verheffen en tegelijkertijd die norm moeten en willen betwijfelen? "Daar zit wel iets in, ja. Je zou kunnen spreken van een ironische manier van christen zijn, vergelijkbaar met die van Gerard Reve. Met deze aantekening evenwel, dat ironie niet wil zeggen dat ie de zaak niet serieus neemt."
Een theoloog kan niet in het denken van Nietzsche meegaan zonder zich zelf te ontkennen. Dat klinkt mooi, maar kun je dan nog oprecht zijn? "Eerlijk zijn is denk ik wel mogelijk, zij het, nogmaals, op problematische wijze. Namelijk dan, wanneer je het conflict van mogelijkheden in jezelf probeert te vieren, te intensiveren."
Dat is nietzscheaans gedacht. En daarom opnieuw: wat bindt u nog aan het christendom? "Tja, waarom ben je christen, dat is een vraag die je niet zo vaak gesteld wordt. Ik wil je wel bekennen dat ik ooit een periode heb gekend dat ik mee wilde gaan in het radicale project van Nietzsche, maar tegenwoordig heb ik meer en meer de neiging te zeggen: ik weet niet waarom, maar in de kerk voel ik me gewoon thuis. Ik hou van een boel praktijken die zich in de kerk voordoen Het accent op Nietzsche's polytheïsme, en de re- en voel me sterk aangesproken door een aantal elementen uit het evangelie. "En tegelijk zie ik de latie die dat heeft met de dood van God, v/as nieuw voor mij. Maar wat me vooral interesseert, hachelijkheid, de onbegrijpelijkheid daarvan in. Ik denk echter dat het onvermijdelijk is dat twijfel en is dat het ów mening is, ik bedoel: die van een zich christen noemend filosoof. Heeft uw langdu- ongeloof deel uitmaken van geloven, aangezien geloven in essentie een affectieve verhouding is, rige Nietzsche-studie consequenties gehad voor die zich wei moet uiten in termen die een cogniuw eigen geloofsopvatting? tieve pretentie hebben die niet waar te maken is. "Als je me nu vraagt of een zekere vorm van Maar wie weet is er een tweede naiviteit mogelijk, nietzscheanisme combineerbaar is met christelijk hoewel ik moet bekennen dat ik die nog niet ontgeloof, dan zeg ik ja, al geef ik meteen toe dat dat uiterst problematisch is. Nietzsche bepaalt de dekt heb."D mens als een bundeling van verschillende mogelijkheden en zijnswijzes, en hij eist van de mens Literatuur: een voortdurende realisering van die veelheid, Paul van Tongeren: Die l\Aoral von Nietzsclie's Morallcritik. van het gevecht tussen die mogelijkheden en Studiën zu Nietzsche's 'Jenseits von Gut und Böse'. Bonn, 1989. hun pretenties. Zo bezien denk ik dat het chrisPaul van Tongeren: Nietzsche's booschap van de dood van tendom slechts een van de normatieve oriëntaGod. In: Gerrit de Grunt, Piet Leenhouwers, Donald Loose ties is die we in ons hebben. (red.): De weerbarstige werkelijkheid. Essays over metafysiek. "Het is niet meer mogelijk om op een naïeve maTilburg University Press, 1989. Peter Koster, Nietzsche-Kritik und Nietzsche-Rezeption in der nier christen te zijn en te roepen dat je de waarTheologie der 20. Jahrhundert. In: Nietzsche-Studien 10/11 heid in pacht hebt. Dat alles heeft wel iets met (1981/82). VU-MAGAZiNE—FEBRUARI 1990
27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's