VU Magazine 1990 - pagina 346
van elk afzonderlijk bijbelboek en maakt de lezer zo wegwijs in de literatuur van de bijbel. De bijbel heeft zo'n kritiek meer nodig dan veel andere literatuur, schrijven de samenstellers, "omdat er zoveel tijd is verstreken sinds de literaire taal van de bijbel een levende taal was en omdat er zoveel andersoortige betogen overheen gelegd zijn door de opeenvolgende tradities van interpretatie."
D
eze literaire bijbelgids is vooral zo'n leuk boek vanwege het aanstekelijke plezier dat de schrijvers ervan hebben in het lezen van de bijbelboeken. Onder het stof van eeuwenlange tradities blijken verhalen te liggen die de moeite waard zijn, nu eens niet vanwege hun boodschap, maar omdat ze als verhaal-op-zich zo boeiend zijn. Het lijkt wel alsof de selectie van de Hebreeuwse literatuur die in de bijbel is opgenomen "soms meer is uitgevoerd vanuit het verlangen om het beste wat de Hebreeuwse literatuur te bieden heeft te bewaren, dan vanuit de wens consistente en normatieve verklaringen te verzamelen die in overeenstem-
ming zijn met een monotheïstische partijlijn," schrijft Robert Alter verlekkerd. Alter vermaakt zich bijvoorbeeld met de verhalen over de tweelingbroers Jakob en Esau. Esau verschijnt in deze verhalen aanvankelijk als een "onstuimige, harige boerenpummel, een sterke vent die zich desondanks laat regeren door het rommelen van zijn maag" en later als een "zielig kind dat uithuilt bij zijn vader om de gestolen zegen". Weer later wordt Esau afgeschilderd als een nobel man die de verontschuldigingen van zijn broer grootmoedig in ontvangst neemt en moreel mijlenver boven hem verheven lijkt. Alter is opgetogen over deze vormen van ironie, deze fijne nuances. Hij bekommert er zich in het geheel niet om dat de verhalen over Jakob en Esau volgens de historische kritiek afkomstig zijn uit drie verschillende bronnen. Als dat zo zou zijn, schrijft hij, dan zijn de verhalen door een uitstekende redacteur samengevoegd. En trouwens, voegt Alter daaraan toe, "iemand die maar even de geschiedenis van een modern Hte-
rair genre, de roman, doorneemt, ziet meteen hoe snel formele conventies verschuiven. Elementen als disjuncties, tussenvoegingen, herhalingen, contrasterende stijlen - die bijbelgeleerden lange tijd beschouwd hebben als een bewijs dat de tekst beschadigd was - kunnen heel goed opzettelijke bestanddelen van een literair werk zijn, die herkend werden door het publiek voor wie het bestemd was."
V
erhalen over Jakob en Esau zijn te vinden in het bijbelboek Genesis, tussen hoofdstuk 25 vers 19 tot en met hoofdstuk 37 vers 1. Bert Dicou wijdde er een proefschrift aan. Het nieuwe van zijn studie ligt vooral in de vergelijking die hij maakt tussen deze verhalen en de profetieën over Edom, het volk dat uit Esau voortgekomen heet te zijn. De stelling die hij probeert te bewijzen luidt dat de verhalen over Jakob en Esau in Genesis een zelfde theologische achtergrond hebben als de profetieën over Edom. Dicous boek is lang niet zo aanstekelijk als Alters literaire kritieken
Terwijl moeder Rebekka op de uitkijk staat, bedriegt Jakob vader Isaak en ontvangt de zegen die voor Esau bedoeld was: niet eens slim genoeg om zelf te bedenken hoe hij dat moet aanpakken.
36
VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's