VU Magazine 1990 - pagina 322
lijke voortplanting worden gezocht in het feit dat zo'n vermeerdering beschouwd kan worden als een bron van individuele variatie. En deze variatie levert het ruwe materiaal aan voor natuurlijke selectie. Bij seksuele voortplanting verkrijgt men immers zowel eigenschappen van de vader- als van de moederlijn. Gunstige mutaties zouden op die manier onderling kunnen worden uitgewisseld. Twee gunstige eigenschappen zouden zo veel eerder bij elkaar kunnen komen dan mogelijk is bij ongeslachtelijke voortplanting. De nakomelingen uit ongeslachtelijke voortplanting zijn immers zuivere klonen (erfelijke volledig identiek
Est raanaetje van de paradijsvogel moet heel wat investeren in zijn verenpak om bij het vrouwtje een kans te maken: verspilling van kosten en energie.
aan elkaar en aan hun voorouder), en moeten daarom 'wachten' tot er tweemaal achtereen een gunstige mutatie in hun lijn optreedt. Seksuele voortplanting biedt volgens deze theorie het voordeel dat de soort aldus van gunstige mutaties kan profiteren, maar op een vergelijkbare manier ongunstige mutaties kan kwijtraken. Ze is daarmee gunstig voor de overleving van de soort. En met die conclusie leek de bewijsvoering rond.
I
n de jaren zeventig begon een aantal onderzoekers, onder leiding van de theoretici /. Maynard Smith en G.C. Williams, te
slachtelijke voortplanting en de evolutie van seks.
S
eksuele of geslachtelijke voorplanting wordt onder andere gekenmerkt door het feit dat er minstens twee individuen bij betrokken zijn. In de meeste gevallen zijn daarbij twee geslachten te onderscheiden, die gemakshalve meestal man(netje) en vrouw(tje) worden genoemd. Een waarheid als een koe wellicht, maar enige terughoudendheid is hier toch geboden. De vraag is namelijk of er eigenlijk wel twee geslachten nodig zijn. Waarom vol-
Waarom voldoet ongeslachtelijke voortplanting - waarbij een individu zich spHtst in twee identieke nakomehngen - niet? doet ongeslachtelijke voortplanting - waarbij een individu zich gewoon splitst in twee identieke nakomelingen - niet? Jarenlang had elke bioloog, met in zijn achterhoofd de evolutietheorie van Darwin, het standaardantwoord klaar. Een antwoord dat al aan het eind van de vorige eeuw werd geformuleerd door de geneticus August Weismann, die overigens vooral bekendheid verwierf door als eerste in chromosomen de erfelijkheidsdragers te onderkennen. Naar zijn idee moest het voordeel van geslachte12
Man of vrouw: een kwestie vanW Zwart/wit, roze/blauw, man/vrouw. Het lijkt zo simpel. Maar in de natuur liggen zulke zaken bijna altijd een beetje ingewikkelder. Bij sociale insekten, zoals bijen en wespen, moet men al enige moeite doen om een onderscheid te maken tussen mannetje en vrouwtje: de koningin kan men met enige goede wil een vrouwtje noemen en de darren mannetjes. Het betekent echter dat de werksters, die qua aantal meestal het sterkst vertegenwoordigd zijn in een bijenvolk, als seksloos buiten de boot vallen. Ook bij veel hogere dieren is de man/vrouw-indeling overigens niet zo eenvoudig te maken. Zo komt het met name bij vissen regelmatig voor dat tijdens de levenscyclus van sekse wordt veranderd. Daarnaast zijn er nogal wat dieren en planten waarbij eigenlijk sprake is van maar één sekse. Bij planten wordt dit verschijnsel eenhuizigheid genoemd; in de bloemen van deze planten treft men zowel stampers ('vrouwelijke geslachtsorganen') als meeldraden ('mannelijke geslachtsorganen') aan. Bij dieren wordt het vergelijkbare verschijnsel meestal hermafroditisme genoemd (een samentrekking van de namen van de god Hermes en de godin Aphrodite uit de Griekse mythologie), of, iets simpeler, tweeslachtigheid. De aanwezigheid van zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen betekent overigens lang niet altijd dat er ook zelfbevruchting zal optreden. Oesters en regenwormen hebben bijvoorbeeld speciale aanpassingen die juist deze extreme vorm van incest zoveel mogelijk trachten te voorkomen. Ook bij de mens is het verschijnsel hermafroditisme bekend. In de meeste gevallen is hierbij sprake van een erfelijke afwijking en spreekt men van genetische mozaïeken. Het lichaam van deze personen bestaat uit cellen die afkomstig zijn van twee of meer erfelijke lijnen. In een vroeg stadium van de ontwikkeling - meestal vlak nadat de eicel bevrucht is - treden fouten op in de celdeling. Dit heeft tot gevolg dat er zich soms tegelijkertijd mannelijke en vrouwelijke cellen in het lichaam bevinden. Lang niet altijd leidt dit tot het ontstaan van een hermafrodiet. Alleen mozaïeken waarbij ook in de uiterlijke kenmerken, en dan met name in de genitaliën, de mengvorm tussen man en vrouw zichtbaar is, worden hermafrodieten genoemd. In veel gevallen kunnen deze mozaïeken echter gewoon functioneren als man of als vrouw, en is niemand (inclusief de persoon in kwestie) zich van deze 'afwijking' beVU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's