Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 323

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 323

5 minuten leestijd

knagen aan deze ingeburgerde opvatting. Zij behoorden tot een generatie onderzoekers die een groot aantal (gedrags)kenmerken van organismen ging analyseren in theoretische modellen. Met behulp van wiskundige modellen trachtte men bijvoorbeeld uit te rekenen of een bepaalde nieuwe gedragsstrategie wel voordeel oplevert binnen een

populatie waarin dit gedrag nog niet voorkomt. Op die manier werd dit gedrag getoetst op 'kosten' (in termen van de benodigde hoeveelheid energie en grondstoffen) en baten (de hoeveelheid nakomelingen). Voor gedragstrategieën als seksuele voortplanting viel deze kosten/baten-analyse nogal ongunstig uit. Met die wiskundige modellen was be-

fspraak wust. Welk geslacht eruit rolt kan worden afgeleid uit het erfelijk materiaal dat zich in de celkernen van de verschillende lijnen bevindt. Voor de geslachtsbepaling bij 'normale' mensen wordt veelal ook het patroon van de chromosomen (structuren in de celkern waarin zich het erfelijk materiaal DNA bevindt) als een indicator gezien. Als er in een celkern twee verschillende geslachtschromosomen worden aangetroffen - het zogenaamde X- en Y-chromosoom - dan is er meestal sprake van een man. Vindt men twee gelijke geslachtschromosomen (in symbolen: XX) dan zal de drager meestal een vrouw zijn. Uit verschillende chromosoomafwijkingen (bijvoorbeeld in geval van slechts één X-chrpmosoom of twee X-chromosomen te zamen met een Ychromosoom, respectievelijk XO en XXY) is gebleken dat in verreweg de meeste gevallen de aanwezigheid van een Y-chromosoom er voor zorgt dat de drager als man beschouwd kan worden; geen Y-chromosoom resulteert daarentegen bijna altijd in een vrouw. Ook voor mozaïeken gaat zoiets in sterke mate op. Als er sprake is van cellijnen met alleen verschillende aantallen X-chromosomen (bijvoorbeeld XX/XXX) dan is er qua uiterlijk sprake van een vrouw. Heeft elke cellijn een Y-chromosoom (bv. XY/XXY/XXYY) dan heeft men met een man te maken. Van hermafrodieten wordt gesproken als beide typen voorkomen (bijvoorbeeld XX/XXY). Zulke afwijkingen komen overigens niet zo heel vaak voor, maar ze geven in ieder geval aan hoe moeilijk het is om - ook bij de mens een scherpe begrenzing aan te brengen tussen mannen en vrouwen. Het zal duidelijk zijn dat het chromosoompatroon niet een echt eenduidig criterium is. Zo zijn er goed gedocumenteerde waarnemingen van vaders (!) van zonen die van het geslachtschromosoom-type XX waren. Tegenwoordig gaat men er veelal vanuit dat de geslachtbepaling onder invloed staat van het gen TDF {Testis Determining Factor), dat meestal (maar niet altijd) op het Y-chromosoom ligt. De aanwezigheid van dit gen zou bepalen of er in een embryo teelballen (testis) aangelegd worden. Ontbreekt het TDF-gen dan ontwikkelen zich daarentegen eierstokken (ovaria). Naar alle waarschijnlijkheid zijn er echter nog veel meer genen, en wisselwerkingen met bepaalde hormonen, betrokken bij de geslachtsbepaling in een embryo. Of we het uiteindelijke resultaat nu een jongen of een meisje noemen, berust bovendien op een maatschappelijke afspraak. VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1990

trekkelijk simpel na te rekenen dat seks een verspillende wijze van voortplanten mag worden genoemd. Deze manier is in dit opzicht minstens twee maal zo duur als ongeslachtelijke voortplanting. Dit negatieve kostenplaatje laat zich als volgt toelichten: in een populatie die zich op ongeslachtelijke manier voortplant hoeft ieder individu slechts één nakomeling te krijgen om de groepsgrootte op peil te houden. In een groep die is aangewezen op seksuele voortplanting (met een man/vrouw-verhouding van één op één) moet elk vrouwtje gemiddeld twee nakomelingen produceren om hetzelfde resultaat te leveren. Stel nu het geval dat in deze zich geslachtelijk voortplantende groep zich een mutatie voordoet, als gevolg waarvan een vrouwtje voortaan ongeslachtelijk twee vrouwelijke nakomelingen produceert. Het is dan waarschijnlijk dat deze eigenschap, vanwege de verdubbelde efficiëntie ervan, binnen de populatie zal verbreiden. Je zou je zelfs kunnen voorstellen dat zo'n mutant zal gaan weigeren nog langer voor de kosten van het produceren van overbodige mannetjes op te draaien. Mannetjes zouden, vanuit deze invalshoek, zelfs als parasieten beschouwd mogen worden.

D

Bij deze angstaanjagend ogende diepzeevis is liet dwergmannetje vastgegroeid aan feet vrouwtje: Je zou je zelfs kunnen voorstellen dat zo'n mutant zal gaan weigeren nog langer voor de kosten van het produceren van overbodige mannetjes op te draaien.

eze, uit dit principe voortvloeiende kosten noemt men doorgaans intrinsieke tweevoudige kosten. Intrinsiek, omdat er nog meer - minder fundamentele - 'onkosten' aan seks zijn verbonden. Zoals de gespecialiseerde organen die nodig zijn om de geslachtsdaad te volvoeren of een juiste partner op te sporen. Denk ook aan de energie die gestoken dient worden in het bereiken van veraf gelegen paaigronden (de zalm bijvoorbeeld) en de gevechten om concurrenten uit te schakelen (bijvoorbeeld bij edelherten). Hiermee is volgens een groot aantal onderzoekers het fenomeen seks een probleem geworden. Een vraagstuk dat tot nu toe nog niet tot ieders bevrediging is opgelost. Het eerder genoemde argument van de grotere genetische variatie in seksuele populaties, wordt door de meeste onderzoekers tegenwoordig als niet-overtuigend afgedaan. Er is daarbij immers sprake van een groepsvoor13

Zwarte kersfiiats. Bladluizen planten zich dan weer geslachtelijk dan weer ongeslachtelijk voort: elegant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 323

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's