VU Magazine 1990 - pagina 217
aap nadoen. Hoe geringschattend! Apen hebben op het gebied van taal dezelfde mogelijkheden als mensen. Hun boodschappen klinken misschien als loeien en piepen, maar ze zijn te vergelijken met woorden en zinnen. Op deze vaststelling is de psycholoog dr. G.M.J. Raijmakers (72) onlangs gepromoveerd aan de Vrije Universiteit. In zijn proefschrift 'Het onstaan van spraak en taal bij de primaten' concludeert Raijmakers dat de anatomische structuren van hersenen, keel en mond bij de apen te beschouwen zijn ?ih preadaptatie voor de verdere ontwikkeling van de spraak. Tijdens de evolutie verfijnden de communicatieve geluiden zich tot de klanken die wij mensen inmiddels in allerlei talen uitstoten. VU-MAGAZINE—MEI 1990
Vooral chimpansees zijn sterk in conversatie. Als ze wat hulpmiddelen krijgen - plastic tekens of zelfs een toetsenbord - dan gebruiken ze die al snel als symbolen. De dwergchimpansee bleek zelfs spontaan, dus zonder training, een heleboel woorden uit de om hem heen gesproken menselijke taal te leren begrijpen. De anatomische en taalkundige verschillen tussen mens en chimpansee zijn slechts gradueel van aard, aldus Raijmakers.
Fluittoon Dat oren geluid opvangen, weet iedereen. Dat het oor ook geluid produceert, is minder bekend. Het zijn zachtefluittoontjes,otoakoestische emissies, die bij
30 procent van de mensen voorkomen. Je kunt ze zelf niet horen (het zijn dus geen oorsuizingen), maar met een gevoelig microfoontje kun je ze opvangen. Ze worden veroorzaakt door de haarcellen in de gehoorgangen en worden wel vergeleken met actieve akoestische filters.
fluittoontjes uit de kikkeroren. Van Dijk onderzocht niet alleen kikkers, maar ook vrouwen. Bij hen blijkt de sterkte en toonhoogte te variëren gedurende de loop van de menstruele cyclus. Dat bevestigt een ander vermoeden: dat hormonen invloed hebben op het geluid dat uit ons oor komt.
De onderzoeker P. van Dijk, die onlangs in Groningen promoveerde, ondekte dat de emissies niet alleen voorkomen bij mensen, maar ook bij kikkers. Dat kwam hem goed uit, want kikkers zijn koudbloedig en nemen de temperatuur van hun omgeving aan. Zodat Van Dijk kon onderzoeken of het signaal gevoelig is voor temperatuurverschil. Wat inderdaad het geval bleek te zijn: beneden de 15 graden kwamen er geen 39
Illustratie: Aad Meijer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's