VU Magazine 1990 - pagina 193
Vreemdsoortige staketsels aan de Waaloever ten Oosten van Nijmegen, een met beton verharde zomerdijk onder Bemmel, half ontmantelde geschutskoepels op een verboden fabrieksterrein nabij Arnhem, eigenaardige grafzerken, door mos en gras half aan het oog onttrokken, en een hoge zwarte muur langs de IJssel bij Welsum, en vierkante betonnen paaltjes zonder aanwijsbare functie, langs wegen die nergens toe leiden; merkwaardige monumenten in een weids rivierlandschap. De gehaaste voorbijganger merkt ze niet op, de lokale bevolking weet niet beter of ze zijn er altijd geweest. En alleen een zeer argwanende geest zal op het idee komen om deze geheimzinnige constructies met elkaar in verband te brengen. Argwaan is in dit geval gepast. Deze raadselachtige sporen van menselijke aanwezigheid vormen de rudimenten van een grootscheeps plan dat aan het begin van de Koude Oorlog ontsproot aan militaire breinen. Een waanzinnig plan waarmee men een onoverbrugbare barrière tegen het Rode Gevaar dacht op te werpen. En naïef bovendien, omdat geen rekening was gehouden met de onstuitbare ontwikkeling van bommenwerper, straaljager en ander vliegend oorlogstuig, die het plan van meet af aan tot een kapitaalvernietigend fiasco maakte. Een luguber plan nochtans, dat op last van de toenmalige minister van Oorlog, mr. W.F. Schokking, en niet zonder reden in het allerdiepst geniep, werd uitgebroed.
T
erwijl de wereld in 1962 ademloos toekeek wie de langste adem zou hebben - Chroestjov of Kennedy - in het conflict dat later de geschiedenis zou ingaan als de Cubacrisis, krabden de boeren rond Zutphen en Deventer zich onthutst onder de pet. Zij zagen hoe het grondwaterpeil van hun akkers en weilanden, ogenschijnlijk zonder aanleiding, plotseling onrustbarend begon te stijgen. De inwoners van Zwolle en Doesburg hadden, tussen het hamsteren door, een ander probleem: zij klaagden over een stinkende riolering en een ontoereikende afvoer in het toilet. Vrijwel niemand zal in die spannende dagen hebben beseft dat het onverklaarbaar wassende water, c.q. het sanitaire ongemak, nauw verband hield met de crisis in de wereldpolitiek. Het is zelfs de vraag of de vaderlandse politici daarvan op de hoogte zijn geweest. Want in feite was slechts één man verantwoordelijk voor de beslissing die zonder raadpleging van regering of parlement genomen was; een beslissing die op een regelrechte ramp zou zijn uitgedraaid, wanneer de Russische leider niet bijtijds had toegegeven aan de eisen van de Amerikaanse president. Die verantwoordelijke man was de toenmalige bevelhebber van de landstrijdkrachten in Nederland. Hij had een blanco volmacht op zak, die hem bijvoorbaat was verleend door de ministers VU-MAGAZlNE—MEI 1990
van Verkeer en Waterstaat en van Defensie. Toen het conflict rond de raketbases op Cuba zeer dreigende vormen begon aan te nemen, achtte hij de tijd gekomen om het Directoraat-Generaal op Rijkswaterstaat per ordonnans een bevel te doen toekomen. Het spuien van zoet water door de sluizen bij Den Oever en Kornwerderzand, en door die van het Noordzeekanaal, diende met onmiddellijke ingang te worden stopgezet, zo luidde dit bevel. Het beoogde resultaat van deze actie was het 'opzetten' van de gebruikelijke waterstand van veertig centimeter onder NAP in IJsselmeer en Veluwemeer, tot NAP. Was het conflict tussen de twee titanen uitgelopen op een militaire confrontatie tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten, dan zou de bevelhebber - dit maal wél na overleg met de minister van Defensie - zeker nog een aantal andere maatregelen hebben genomen. Het resultaat daarvan zou een overstroming zijn geweest, van een groot deel van Oostelijk Nederland: een brede strook laagland tussen Nijmegen en Meppel,
Vrijwel niemand zal in die spannende dagen hebben beseft dat het wassende water nauw verband hield met de crisis in de wereldpolitiek. met een mogelijke uitloop naar grote delen van Friesland, en wellicht zelfs tot aan de Lauwerszee. Was de escalatie van dien aard geweest dat deze 'inundatie' met grote spoed moest worden uitgevoerd, dan zouden bovendien een onherstelbare verzilting en vernietiging van de drinkwatervoorziening in grote delen van ons land, het gevolg zijn geweest.
B
egin jaren vijftig vaardigt de legerleiding plotseling een aantal afzonderlijke maatregelen uit, die pas veel later in het grotere geheel van de IJssellinie zullen blijken te passen. Een voorbeeld zijn de maatregelen die betrekking hebben op de camouflage, de ventilatie en de drinkwatervoorziening van de verdedigingswerken aan de Afsluitdijk. Het kan geen toeval zijn dat deze orders, verstrekt in een aantal als 'confidentieel' geclassificeerde stukken, nagenoeg gelijktijdig worden uitgevaardigd en alle betrekking hebben op een zo spoedig mogelijk in opperste paraatheid brengen van de militaire stellingen in Den Oever en Kornwerderzand. De hele waarheid hieromtrent is ook bijna veertig jaar na dato nog niet boven water te krijgen. Inzage in bijvoorbeeld archiefstuk nr. U/04/210/55, 15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's