VU Magazine 1990 - pagina 433
vinden. "Wat is er nou mooier dan tijdens een onderzoek iets ontdekken dat mogelijkheden biedt voor toepassing in de samenleving? Het is toch prima als daar, via een octrooi, revenuen voor de bedenker uitrollen? Maar je moet het ook weer niet overschatten en denken dat je met royalties rijk kunt worden. De markt is hard en innovatie moeilijk. Zomaar een produkt op de markt zetten lukt niet." Wetenschap en uitvinden liggen vaak op één lijn. Maar een produkt op de markt brengen en zakelijk begeleiden, is een heel ander vak. "En daar zijn wij dan voor", vindt Ottevanger. "Wij kunnen een goed idee op de juiste wijze onderbrengen bij een goed bedrijf. Daar zouden eigenlijk ook universiteiten ons eens wat vaker voor moeten inschakelen", zo verwoordt hij de moraal van zijn verhaal. Uitvinden begint met het constateren van een behoefte. Alleen pro-
dukten die een nieuwe oplossing bieden voor een bestaand probleem hebben commercieel gezien kans op succes. Bovendien moeten mensen er geld voor over hebben, en moeten ze efficiënter zijn dan alle eerdere pogingen in die richting. De illusie iets buitengewoon interessants op het spoor zijn, is een vorm van blikvernauwing waaronder ook wetenschappers soms gebukt gaan, meent de directeur van ID-NL. "De onderzoeker denkt dat hij iets nieuws beVU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990
dacht heeft, terwijl het op een ander vakgebied al lang bekend is. Bovendien is de potentiële markt voor zo'n vinding vaak veel te klein." Maar in het geval dat iemand echt iets nieuws in petto heeft, wachten er nog tal van zakelijke adders onder het gras. Wat zijn zoal de valkuilen voor de uitvinder die zich op commerciële paden begeeft? Het grootste gevaar is volgens Ottevanger het openbaar maken van een vinding op het verkeerde moment. "Een octrooiaanvrage is een kostbare zaak. Doe je het te vroeg, dan sla je de plank mis. Vraag je te laat octrooi aan, dan loop je de kans dat een ander je voor is. Dat zijn twee tegengestelde risico's. Wij proberen die klippen te omzeilen en het optimale moment te vinden."
I
Hele belangrijke mensen, zoals Bouwers, de grondlegger van de optische industrie. En Von Baumhauwer, de bedenker van de helikopter met een horizontaal draaiende schroef en een reactieschroef in de staart. Zelf wil hij zich beslist niet tot die eHte rekenen. "Mijn idee is geen technisch kunststukje, maar een kinderlijk eenvoudige grondgedachte, waarmee ik toevallig de eerste ben
'Ik heb altijd gedacht: als een ingenieur dit ziet, is hij verrukt!'
geweest; niet meer dan een stapje in een ontwikkeling." Maar wat is dan eigenlijk een uitvinder? Men neigt r. H.B. Peteri is 72 jaar, en is de zo gauw tot een karikatuur. man achter uitvinding nr. 9281: Peteri: "Uitvinden is geen bezigheid. de quooker. Via z'n werk was hij Op een gegeven moment bedenk je een produkt, je kiest iets uit waaraan je je wilt wijden. Daarna is het gewoon werk. Uitvinders moet je zoeken in de fabrieken, de universiteiten, de laboratoria. Onze grote uitvinders werkten vaak gewoon in zulke organisaties en bedachten daarbij nieuwe systemen op een revolutionaire manier. Door het werk wordt men er vanzelf toe geleid." Al een tijdje speelde het verlangen naar een eigen onderneming Peteri door het hoofd. Waarin wist hij niet. Totdat hij zich verwonderde over de opkomst van instantprodukten die helemaal niet 'instant' waren. Peteri: "Toen begon ik na te denken over een manier om snel aan kokend water te komen. Ik heb er wel een tijd mee rondgelopen. Ik zat er op te puzzelen als ik me verveelde. Tijdens saaie vergaderingen drijven je gedachten af naar zo iets."
destijds zijdehngs betrokken bij de ontwikkeling van instantprodukten. Soep die in vier seconden klaar is, dat vond hij mooi. Maar dat je eerst nog water moest koken, vond hij omslachtig. Inmiddels heeft hij, met zoon Niels, een bedrijfje ontwikkelt dat kleine boilers voor huishoudelijk gebruik produceert. In de auto op weg naar zijn bedrijf, snijdt hij meteen het probleem aan van de geringe kennis die we hebben over grote Nederlandse uitvinders.
R
esultaat van al dat denkwerk is te zien in zijn fabriekje. In dozen staat een aantal quookers klaar voor verzending: kleine boilers met een geïsoleerde keramische kraan. Onder druk van de waterleiding wordt telkens drie liter water verhit tot honderdentien graden. Zet men de kraan open, dan springt de temperatuur naar honderd graden doordat de druk wegvalt. Door de langdurige verhitting verdwijnen onaangena35
Ir. H.B. Peteri en zoon Niels trots bij hun 'quoolier'. Kolcend water zonder bijsmaak, zo uit de lo-aan. Foto ID-NL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's