Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 377

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 377

3 minuten leestijd

klaart dit de geheel eigen stijl van de beelden. In de tweede en derde fase van de vroeg-Cycladische periode was er, als gevolg van het toegenomen scheepsverkeer, wel sprake van een invloed van buitenaf. In de voor de tweede fase karakteristieke houding van de idolen - namelijk met de armen gevouwen over elkaar (meestal de linker boven de rechter) - herkent men de houding van de Phoenicische vruchtbaarheidsgodin Astarte. Idolen uit de tweede en derde fase, die soms wel anderhalve meter lang zijn, werden zeker geëxporteerd naar, onder meer, het Griekse vasteland. Uiteindelijk is de invloed van buitenaf, met name die van de opkomende Minoïsche cultuur op Kreta, zo doorslaggevend geworden, dat de eigen cultuur van de Cycladen hieraan ten onder ging.

H

et onderzoek naar de Cycladische kunst heeft zich toegespitst op een aantal stijlen binnen de drie fases van de vroeg-Cycladische periode. De Amerikaanse archeologe Pat Getz-Preziosi is er de laatste vijftien jaar in geslaagd om met allerlei metingen van verhoudingen en hoeken de min of meer individuele kenmerken van zestien beeldhouwers, of groepjes van beeldbouwers, te onderscheiden. Natuurlijk heeft men zich sinds de vondst van de eerste Cycladische idolen afgevraagd, welke betekenis de beelden hebben. Lange tijd werd louter gedacht aan een rol in het kader van de begrafenis, of, in een breder verband, in samen-

hang met de dood. Naar analogie van een Egyptisch gebruik zouden de beelden hebben gediend om de seksuele behoeften van de doden te bevredigen. Ook zouden de idolen de ziel van de doden naar het hiernamaals hebben vervoerd. Meer algemeen werd in de beelden zowel het

Een probleem vormen de voeten; veel idolen lijken op hun tenen te staan, hetgeen een zwevende toestand suggereert. symbool van leven (de moederschoot) als het symbool van de dood (de stijve houding en de starre blik) gezien. Beide symbolen samen suggereren aldus de wedergeboorte. De overmaat aan vrouwelijke idolen zou kunnen samenhangen met een matriarchale samenleving en de verering van een moedergod als opperste wezen. Voor zover idolen inderdaad godenbeelden zijn geweest, is dit vermoedelijk de eerste antropomorfe voorstelling van een god. Weliswaar zijn de meeste exemplaren in graven aangetroffen, maar dat geldt lang niet voor alle beelden. Het is dan ook vrijwel zeker, dat ze ook in het dagelijks leven een rol hebben gespeeld. Hun functie kan daarbij gevarieerd hebben van

Mannelijke idolen zijn meestal In actie afgebeeld: een idool met een lier en een met een dubbelfluit.

VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 377

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's