VU Magazine 1990 - pagina 235
De smalle weg van de
Verschillende soorten biologen bogen zich over verschillende soorten weegbree. Na de periode van spraakverwarring, leidden de resultaten tot een kritische kijk op de eigen methoden. In de vrije natuur ontwikkelt een plant zich anders dan in een laboratorium.
weegbree GERT VAN MAANEN
Gynaecologen, pedagogen, sociologen, gerontologen, pathologen: als er één organisme op deze aardbol van wieg tot graf in de gaten wordt gehouden, dan is het wel de mens. Niet alleen bestaat er voor bijna elk levensstadium een apart wetenschappelijk vakgebied, in medisch opzicht is er zelfs voor bijna elk orgaan een eigen discipline: cardiologen, hepatologen, nefrologen en dermatologen buigen zich respectievelijk over onze harten, levers, nieren en huid.
T
egen deze achtergrond is het bijna onbegrijpelijk dat van biologen wordt verwacht dat ze de andere levende organismen op aarde geheel in kaart brengen. De diversiteit is immers enorm. Tot nu toe zijn er ongeveer anderhalf milVU-MAGAZINE^JUNI 1990
joen soorten beschreven en dat is nog maar het topje van de ijsberg: volgens schattingen ligt het totaal ergens tussen de vijf- en tienmiljoen. Om het overzicht enigszins te bewaren splitsen biologen hun werkterrein op in drie systematische hoofdgroepen: dieren (zoölogie), planten (botanie) en eencelligen (microbiologie). Daarbinnen is de biologie voornamelijk opgedeeld in functionele disciplines, zoals anatomie (opbouw), fysiologie (intern functioneren), genetica (erfelijkheid), ecologie (wisselwerking met omgeving) en ethologie (gedrag). Binnen die discipHnes worden lang niet alle soorten in gelijke mate onderzocht. Voor fysiologisch onderzoek aan zoogdieren is bijvoorbeeld de rat het favoriete laboratoriumdier. De traditionele genetici bedie-
nen zich in ruime mate van fruit- De smalle (links) en vUegjes en onder ethologen zijn de grote weegbree stekelbaarsjes erg geliefd. Onder microbiologen en moleculaire genetici zijn het bakkersgist (een eencelHg schimmel) en de darmbacterie Escherischia coli erg populair. Zulke organismen worden modelorganismen genoemd, omdat onderzoekers veronderstellen dat de verschijnselen die zich bij deze dieren of planten voordoen model staan voor algemene biologische principes. Een probleem bij het gebruik van de genoemde modelorganismen is dat iedere discipline een ander kiest, wat de uitwisseling van resultaten bemoeilijkt. Een gedragsonderzoeker die zich afvraagt wat er nou eigenlijk bekend is over de erfelijke eigenschappen van zijn stekelbaars, vangt bot. Er is van de genetische aspecten 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's