VU Magazine 1990 - pagina 300
troubadours en trouveres is van het ongeletterde volk nauwelijks iets bewaard gebleven. Pas enkele eeuwen later achtten met name geestelijken het hun taak om dit repertoire met de nodige correcties en weglatingen aan het papier toe te vertrouwen.
Z
oals uit de liedkunst van de troubadours en trouveres het klassieke lied zou zijn ontstaan, zo kan de lijn van de rondes worden doorgetrokken naar de dansmuziek en -hedjes, die op de bals populaires op de Franse nationale feestdag en bij andere feestelijke gelegenheden ten gehore worden gebracht. De derde muzikale lijn, die min of meer doorgetrokken kan worden naar het chanson, begint bij de voixde-viUe van de burgerij. De term voix-de-ville - letterlijk: de (zang)stem(men) van de stad - zou een verbastering zijn van vaux-de-vire; zo werden de liedjes genoemd van de 'Compagnons du Val-de-Vire', Olivier Basselin en Jean-le-Houx, die in de vijftiende eeuw de eerste school voor chansonniers hadden opgericht. Uit de term voix-de-ville zou een nieuw begrip voortkomen, de vaudeville. In muziektechnisch opzicht is dit een liedje waarbij telkens nieuwe teksten op een bekend wijsje - de fredon - worden gezongen. Veel voix-de-ville waren wat betreft hun structuur een vaudeville. Goed in het gehoor hggende melodieen werden gebruikt voor uiteenlopende teksten. Aan de eenheid tussen tekst en muziek werd dus nauwelijks waarde gehecht. De muziek van een voix-de-ville kon afkomstig zijn van een klassiek muziekstuk. Ook de teksten waren lang niet altijd origineel. Toch genoten deze Hedjes evenals hun vertolkers, die op bepaalde, druk bezochte plaatsen op de Pont Neuf in Parijs bijvoorbeeld - optraden, bij een breed publiek een enorme bekendheid. Tot de voix-de-ville behoorde een aantal categorieën zoals de noêls (kerstUedjes), cantiques (ook buiten de kerk gezongen kerkgezangen), spot- en protesthedjes, en de alom gehefde drinkliedjes. De kinderliedjes vormen een aparte groep. Het ging hierbij niet zozeer om speciaal voor kinderen geschreven liedjes, maar om de eindversies van bijvoorbeeld getoonzette poëzie, waarin de
34
daden en de dood van een vermetel persoon werden bezongen. Raakte de betreffende persoon uit de gratie, dan werd zo'n lied de basis van een persiflage, waarin van de hoofdpersoon een lachwekkende karikatuur werd gemaakt. Wanneer de bezongen en later bespotte persoon niet meer tot de verbeelding sprak en in vergetelheid geraakte, bleef er een kinderliedje over. De term vaudeville is lange tijd in uiteenlopende betekenissen blijven voortbestaan. In de achttiende eeuw
werd het woord gebruikt voor een gezongen passage uit een blijspel. Tijdens de Franse Revolutie ging het meer om sarcastisch getinte liedjes of een potpourri van spothedjes. Ook zien we het woord terug in de befaamde Diners de Vaudeville (1796-1801); tijdens bepaald niet karige maaltijden zongen bekende chansonniers hun repertoire. Overigens mochten in verband met de kritieke toestand van Frankrijk geen hedjes over pohtiek en godsdienst worden gezonden, hetgeen wellicht mede het kortstondige bestaan van deze Diners de Vaudeville verklaart.
Z
e staan evenwel in de traditie van de Caveaux - letterlijk (wijn)kelder ~, waarvan het belang voor de ontwikkeling van het chanson moeilijk onderschat kan worden. De naam sloeg niet zozeer op de plaats waar men bij elkaar kwam, als wel op het doorgaans besloten gezelschap zelf. Tot de leden van de in 1806 opgerichte 'Caveau Moderne' behoorde Pierre-Jean de Béranger, één van de grootste chansonniers, die Frankrijk ooit heeft gekend en wiens hedjes vol bijtende spot nog steeds worden gezonden. Maandelijks werd door de Caveau Moderne een populair tijdschrift uitgegeven met de teksten van liedjes die tijdens de bijeenkomsten van dit genootschap waren gezongen.
Nadat aan de traditie van de Caveaux een einde was gekomen, bloeide het chanson weer op in het begin van deze eeuw (Montmartre, later Montparnasse) en na de Tweede Wereldoorlog (Saint-Germaindes-Prés). De opleving na de mei-revolte van 1968 leverde vooral een erkenning op van het chanson in de verschillende regio's van Frankrijk. Alleen in Franstalig Canada, waar nog steeds eeuwenoude hedjes worden gezongen, is momenteel nog sprake van een levende chansoncultuur. De teloorgang van het chanson is zeker niet alleen te wijten aan de opkomst van Amerikaanse en Engelse muzikale stromingen. Met name de film heeft in de eerste helft van deze eeuw het chanson letterlijk uit een aantal theaters verjaagd, toen deze tot bioscoop werden omgebouwd. Ook de technische mogelijkheden om geluid te versterken hebben het chanson vermoedelijk geen goed gedaan. Toen Jean Sablon als eerste Franse chansonnier gebruik ging maken van een microfoon en luidsprekers, werd hij prompt betiteld als de 'zanger zonder stem'. Waar het in feite om ging, was dat de geluidsapparatuur een scheiding aanbracht tussen de zanger en de zaal. Het publiek werd in een passieve rol gedwongen. Hierdoor verloor het chanson veel van zijn sociale waarde. En bovendien: voor zover het chanson als uitlaatklep fungeerde voor onvrede of protest, werd deze rol overgenomen door de media. Tenslotte heeft het chanson zijn sociale context verloren. In de samenleving is de burgerij allang geen homogene groep meer met een eigen burgercultuur. Door deze ontwikkeKngen en veranderingen is het chanson vervaagd tot iets dat hooguit nog te situeren is in het spanningsveld tussen kunst en amusement, maar waarvan de waarde uiteindelijk óf door de ene pool óf door de andere pool wordt bepaald. Het chanson heeft zijn eigen karakter verloren en daarmee zal ook de zegswijze tout finit par des chansons tot het verleden gaan behoren. D
Ignace Schretlen heeft zich gedurende tien jaar intensief verdiept in het Franstalige lied. Dat resulteerde in een radioprogramma, drie boeken en een groot aantal andere publikaties.
VU-MAGAZINE^JULI/AUGUSTUS 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's