VU Magazine 1990 - pagina 230
genieursbureau DHV, dat begin deze eeuw onder de volledige naam Dwars Heederik en Verhey werd opgericht en verantwoordelijk is voor menige oude watertoren. Daarnaast aanvaardde hij onlangs het hoogleraarschap in de civiele techniek aan de Technische Universiteit Delft. In zijn inaugurele rede pleitte hij ervoor de straat opnieuw te benutten bij de afvoer van regenwater. Maar belangrijker dan dit ene voorzetje was dat hij opnieuw aandacht vroeg voor de relatie tussen riolering en milieu. De riolering is een zegen voor de volksgezondheid, maar een ramp voor het milieu, stelde hij.
Het verplaatsen van problemen, dat lijkt bij uitstek de taak van een rioleringsdeskundige. Maar prof. Wiggers gelooft niet in end of the pipeoplossingen. Een vooruitziend
ingenieur met een historische inslag. JOHAN DE KONING
De goot als teken van beschaving Foto Jos van der Hamsvoord/HH
Als een apostel trok hij jarenlang door het land om te vertellen dat er een probleem lag. We zijn eraan gewend dat we wegen moeten onderhouden en lantarenpalen vervangen, maar ook de riolering ligt er niet voor de eeuwigheid. Het huidige rioolstelsel, dat grotendeels tussen 1910 en 1980 is aangelegd, verzakt en verscheurt en voldoet niet aan de eisen die we tegenwoordig stellen. Dat betekent dat de komende vijftig tot tachtig jaar bijna het hele Nederlandse rioolstelsel moet worden vervangen. Aldus de boodschap die prof.ir. J.B.M. Wiggers verkondigde aan gemeenteraadsleden en burgemeesters. En dan had hij het nog niet eens over gewijzigde omstandigheden als
het toegenomen autoverkeer dat menige rioolbuis van ellende doet kraken, en de verslechterde kwaliteit van het afvalwater, dat de wanden aantast. Ook het schrikbarende cijfer van vier- tot zesmiljard gulden komt uit zijn koker, al benadrukt hij dat het om een schatting gaat.
D
at er een probleem ligt, hoefje nu niet meer te gaan vertellen, zegt Wiggers, die overigens niet het kemelhaar van een apostel draagt, maar een verzorgd kostuum. Nu gaat het erom dat bestuurders definanciëleproblemen oplossen en technici onderzoeken hoe het rioolstelsel het best - en voordeligst - kan worden aangepast en vervangen. Hij werkt bij het in-
Een vooruitziend ingenieur met een historische inslag. "De eerste modernerioleringenwerden niet aangelegd om de volksgezondheid te beschermen", relativeert hij zijn eigen stelling. "Dat was niet het oogmerk, wel een bijkomend effect. De aanleiding was vaak de stank die werd veroorzaakt door het vuil op straat. De marktplaatsen werden groter en er kwam meer verkeer. Het vervoermiddel was nog steeds paard-en-wagen. Die paarden poepten. Op drukke punten in Londen, Hamburg en Parijs begon men riolering aan te leggen om die drollen weg te spoelen. "Ook ging men in de vorige eeuw nadenken over hoe men de menselijke fecahën kwijt kon raken. Je had beerputten in achtertuinen en het systeem met tonnetjes die werden opgehaald. De inhoud was uitstekende meststof en werd verkocht aan boeren en tuinders. Dat ophalen was in dichtbevolkte steden met kleine steegjes lastig. Toen heeft men leidingsystemen ontwikkeld, die aangesloten waren op een beerput. Die werd leeggezogen met behulp van een stoommachine. "Het drinkwater kwam vaak ook uit de grond en de putten lagen weleens dicht bij elkaar. Als de beerput niet goed dicht was, kwamen soms besmette fecaliën in het drinkwater terecht. Mensen zullen daar ziek van zijn geworden, maar de relatie werd aanvankelijk niet gelegd. Het grondwater was schoon, dacht iedereen. Pas toen er in het midden van de vorige eeuw een aantal epidemieën uitbrak, vooral cholera, werd de volksgezondheid een reden om op grote schaal riolering aan te leggen."
VU-MAGAZINE^UNI 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's