Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 70

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 70

4 minuten leestijd

"Ik veroordeel het christendom, ik stel tegen de christelijke kerk de vreselijkste aanklacht in die ooit een aanklager in de mond genomen heeft. Voor mij is zij de opperste vorm van corruptie die denkbaar is () De christelijke kerk heeft niets onberoerd gelaten met haar verderfenis, zij heeft van elke waarde een onwaarde, van elke waarheid een leugen, van elke rechtschapenheid een zielegemeenheid gemaakt." Met deze naar hij zelf meende vernietigende woorden opende Nietzsche de laatste paragraaf van 'De Antichrist'; z'n Fluch über das Christentum zoals de ondertitel van dit polemische geschrift luidde. in de twintig jaar dat hij nu schrijver-filosoof was, had Nietzsche geen argument onbeproefd gelaten om het ongelijk van het Christendom aan te tonen, maar in die noodlottige maanden voorafgaand aan z'n ineenstorting wilde hij blijkbaar nog eenmaal z'n gram halen. Geïnspireerd door Tolstoj en Dostojevsky betoogde Nietzsche dat Jezus een onbegrepen 'idioot' was geweest, wiens blijde boodschap slechts in zwaar verminkte vorm in het christendom terechtgekomen was. Hoofdschuldige in deze morele zwendel was de apostel Paulus. Dit 'genie van de haat' had het bestaan om een in principe onschuldige vorm van hedonisme om te buigen naar een schuldtheologie gebaseerd op ressentiment. Met 'De Antichrist' bereikte Nietzsche's haatcampagne tegen het christendom een hoogtepunt.

'Het is niet meer mogelijk om op een naieve manier christen te zijn en te roepen dat je de waarheid in pacht hebt.' Niet, zoals nog wel eens gedacht wordt, met de proclamatie van de dood van God, in paragraaf 125 van 'Die fröliche Wissenschaft' (1881). Daarmee poneerde Nietzsche niet zozeer een religieus alswel een moreel-metafysisch probleem. Niet de dood van God was hier de eigenlijke boodschap, maar het feit dat wij - wir Gottlosen - de betekenissen en consequenties van zo'n uitspraak absoluut (nog) niet konden overzien. Een begin van inzicht en het begin van een oplossing meende hij te kunnen aanreiken met 'Also sprach Zarathustra'(1883-1885). "Amor fatü", liet hij de Grote Eenzame door de bergen schallen, "heb je noodlot liefl". Als er namelijk geen waarheid, geen verlossing en geen hiernamaals meer bestond, en als je je tegelijkertijd niet wilde laten meevoeren door onverschilligheid en relativisme, dan was dit de enige formule die het leven nog zin verlenen kon. Bevestig het tragische karakter van de werkelijk24

heid, erken je lijden als iets noodzakelijks - ziehier de megalomane moraal van Zarathustra. In feite kwam dit alles neer op een appèl tot voortdurende zeltoverwinning, tot eerbiediging van je machtsinstinct. Alleen meer macht, meer inzicht, meer zelfbeheersing kon de mens sterk, dus gelukkig maken. Aan het eind van deze weg stond, als ideaal, de Uebermensch. Strikt genomen blijft het vreemd, dat Nietzsche vier jaar na Zarathustra - door hem als 'vijfde evangelie' bestempeld - nog 'De Antichrist' schreef, Kritiek op het christendom was in eerstgenoemd werk toch voorondersteld? Maar Nietzsche's leven volgde een eigen logica. Vereenzaamd, ziek en half blind haalde hij nog eenmaal uit naar het christendom, met dezelfde rancune en grootheidswaan die ook zijn autobiografie, 'Ecce homo' en zijn laatste pamfletten tegen Richard Wagner kenmerkten. De laatste woorden van 'De Antichrist' - Dionysos gegen den Gekreuzigten - zouden terugkeren in de brieven die hij direct na z'n ineenstorting (Turijn, 3 januari 1989) versturen zou. Enkele daarvan ondertekende hij met 'De Gekruisigde', andere met 'Dionysos' (Griekse god van wijn en roes; voor Nietzsche de belichaming van zijn tragische, affirmerende wereldvisie). Daarmee was z'n lot voor de komende eeuw beklonken. Afhankelijk van de gekozen optiek werd hij afgeschilderd als profeet, martelaar. Godzoeker, Jezus-imitator, atheïst. Allemaal cliché's, maar allemaal met een kern van een complexere waarheid.

H

et zal niemand verbazen dat de afgelopen honderd jaar de theologische reacties op Nietzsche overwegend negatief zijn geweest. Men beschouwde Nietzsche als degene die hij inderdaad wilde zijn: een antichrist. Al snei werd beweerd, dat Nietzsche's waanzin een straffe Gods was. Geen wonder ook, riep een Nederlandse dominee in 1894, want Nietzsche had "den Heiland op eene lage wijze ingevoerd". Tegenwoordig zal men zo'n oordeel minder snel in de mond nemen, maar Nietzsche is voor velen nog steeds een verdacht figuur. Nog in 1986 legde de Engelse, conservatief-christelijke filosoof Roger Scruton een verband tussen Nietzsche's 'atheïsme' en de holocaust die hij een direct resultaat achtte van the religion of the Antichrist. Scruton verwees daarmee naar de nazificatie van Nietzsche, waaraan met name door protestantse theologen ijverig was meegewerkt. Terwijl Nietzsche ziek bij zijn moeder lag, waren er al lieden die hun theologie een openlijk nietzscheaanse invulling gaven, een tendens die allengs sterker werd en zou uitmonden in ontwerpen voor een Germaans christendom. Zo betoogde Arthur Bonus in 'Religion als Wille' (1915) dat de timide, laffe geest van het christendom plaats diende te maken voor een moedig en heroïsch Deutschtum. Hoe en waarom deze vöiVU-MAGAZINE—FEBRUARI 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 70

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's