Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VU Magazine 1990 - pagina 6

4 minuten leestijd

"Als ik dit potje tipp-ex pak, zijn de beperkingen niet zo stringent. Ik kan het pakken wanneer ik wil. Ik kan het met mijn hand doen, maar als ik wil, klem ik het tussen mijn tanden of mijn oksel. Het enige waar ik mee te maken heb, is dat dit voorwerp een massa moet hebben die ik aan kan. Ik moet het op kunnen tillen en mijn vingers er om kunnen sluiten. Zo zijn er een paar voorwaarden, maar de taak laat nog ontzettend veel vrij. Bij jongleren ligt die verhouding iets anders", zegt de promovendus eufemistisch.

afstand van het idee dat psychologie, zich bezig kan houden met een niveau van analyse dat los staat van de fysica. Je kunt je bij dromen nog voorstellen dat iets in iemands hoofd de organisatie van zo'n droom bepaalt. Het is duidelijk dat bij het tot stand komen van bewegingen fysische factoren op zijn minst mede bepalen wat er gebeurt." Juggling Dynamics is een aanzet. Beek wil meer. "Het leren van nieuwe bewegingen vertegenwoordigt een groot probleem, omdat het heel ondoorzichtig is wat er precies geat zijn onderwerp, ondanks beurt. We zouden een theorie moeeter Beek heeft het geweten. de schijn van popularise- ten maken over het ontstaan van Kort geleden promoveerde hij ring, in de bewegingsweten- nieuwe bewegingen. Hoe kunnen wij op jongleren. Althans, dat schappen serieus wordt genomen, nieuwe bewegingen leren die wij dachten alle redacteuren van dag- staat voor Beek buiten kijf Hij stelt daarvoor niet kenden? Hoe kan het bladen en radioprogramma's die dat op het terrein van sturing en zo zijn dat we die nieuwe beweginhem benaderden. "Wie is de beste coördinatie van bewegingen het gen als we ze eenmaal geleerd hebjongleur ter wereld?" vroeg één gre- rechtlijnige laboratoriumexperiment ben steeds opnieuw kunnen reprotige verslaggever. Keer op keer de laatste decennia uit de gratie is duceren? Het lijkt of er een represenmoest de bewegingswetenschapper geraakt. De nadruk ligt nu veel tatie van die nieuwe beweging in ons uitleggen dat Juggling Dynamics niet meer op wat men noemt perception- is ontstaan. En die representatie over de kunst van het goochelen action-cycles. "Dat heeft er toe ge- moet wel verband houden met de fydoor de eeuwen heen of de medita- leid dat de interesse in real life tasks sische werkelijkheid van de bewetieve kracht van het ballengooien is toegenomen. Wat ik probeer te ging. Over het tot stand komen van gaat. De dissertatie is veel techni- doen is redelijk nieuw. Ik probeer die representaties, over de manier scher dan de pers hoopte. Maar niet eerst de fysische beperkingen uitput- waarop die veranderen in de tijd en minder interessant. tend in kaart te brengen, terwijl in hoe ze oproepbaar zijn, is eigenlijk Beek liet zich natuurwetenschappe- het verleden bij psychologisch on- niks bekend." lijk inspireren, maar zijn onderzoek derzoek alleen interesse bestond Hij merkt op dat perceptie-onderis vooral belangwekkend voor de voor de bewegingsprogramma's an zoek en het onderzoek naar leerpropsychologische studie van het bewe- sich. Zonder de fysische basis daar- cessen traditioneel nog als psychologen. "Fysici gebruiken bij wijze van voor. In mijn proefschrift neem ik gisch worden gezien. De motoriek spreken alleen formules, psychologen houden meer van woorden. Daar poog ik enigszins het midden tussen te houden." Binnen de vakgroep psychologie van de faculteit bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit maakt Beeks werk deel uit van het onderzoeksprogramma 'complexe bewegingshandelingen'. Zijn interesse richt zich op het aanleren van nieuwe handelingen. Hij zocht een culturele, filogenetische taak, dus eentje die niet bij voorbaat met de ontwikkeling is meegegeven, en vond jongleren. "Jongleren is typisch een coördinatieprobleem. Je kunt ook met taken als zwemmen of fietsen aan de slag, maar daarbij gaat het veel meer om de energie of om hoe hard je eigenlijk kunt gaan. Bij jongleren zijn de beperkingen allesbehalve energetisch. De jongleur formeert patronen in een ruimte. Geometrische patronen waarbij de zwaartekracht de voorwerpen op een invariante ma-

P

Peter Beek: 'Als je met één hand twee ballen jongleert, stelt dat eisen aan het moment waarop je de volgende bal weer weggooit.' Foto Sidney Vervuurt - AVC/VU

nier in een traject brengt." Hoewel 'het leren' van nieuwe bewegingen een van de belangrijkste uitgangspunten voor zijn onderzoek was, bestudeerde Beek geen beginnelingen, maar internationale topjongleurs. "Vooral in de perfecte uitvoering, waar het menselijk kunnen naar een bepaalde limiet wordt gevoerd, kun je dues vinden over hoe bewegingen georganiseerd worden, hoe de mens optimale oplossingen vindt voor de beperkingen van zijn eigen bewegingsapparaat."

D

VU-MAGAZINE—JANUARI 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 6

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

PDF Bekijken