VU Magazine 1990 - pagina 421
moeten gaan nu de strafrechtpleging als nasleep van de Tweede Wereldoorlog vrijwel voorbij was, en zich moest omvormen tot een juridische club. In dat geval wilde IVIeertens een jurist als voorzitter. Meertens zelf had graag gezien dat het zich ging bezighouden met gevangenisomstandigheden in het algemeen. Daar is het niet van gekomen. In 1983 werd een verbod op de doodstraf in de nieuwe grondwet opgenomen. Artikel 114 zegt: "De doodstraf kan niet worden opgelegd." Als uitvloeisel van dit verbod kreeg de Tweede Kamer de verplichting de wetgeving daarop aan te passen. Daarbij bevindt zich nog dezelfde militaire strafwetgeving, waaraan in 1943 het Besluit Buitengewoon Strafrecht werd vastgeknoopt.
Wl
M
laatste uren mee, waarvan hij later schriftelijkverslag.deed. Wichers was flink en rustig en had kort tevoren zijn vrouw en kinderen van 16 en 17 jaar bemoedigd. "Hij besliste dat hij niet geblinddoekt wenschte te worden. Ik stapte mee in de auto. () W. zat tegenover mij tusschen twee marechaussees, ik gaf hem nog enkele keeren de hand. Toen waren wij al heel gauw op de vlakbij liggende schietbaan, waar hij aan het eind tegen de paal werd gezet, de handen op de rug geboeid aan de paal. Twaalf manschappen hebben toen op hem gevuurd, hij stond vlak tegenover hen." Coolsma besluit zijn relaas: "Op den dag waarop de Generale Synode der Hervormde Kerk, die mee schuld draagt van wat hier aan gruwelijks werd bedreven, vergaderen ging en Avondmaal vierde in de Martinikerk, is dit geschied."
H
et Comité is nooit officieel opgeheven. Het ging als een nachtkaars uit. De belangstelling voor de doodstraf ebde weg omdat er geen doodvonnissen meer geveld werden. In 1951 stelde mevrouw Meijers aan Meertens voor om een vergadering bijeen te roepen die zich zou gaan buigen over het wetsvoorstel inzake het Oorlogsstrafrecht. Dat gebeurde op 28 september. Er kwamen negen mensen. Het wetsvoorstel zoals het er lag, was volgens de deelnemers niet goed. De kans was groot dat de doodstraf permanent en ook in vredestijd toegepast zou kunnen worden. Terwijl het Besiuit Buitengewoon Strafrecht alleen maar een tijdelijke voorziening beoogde te zijn. De keus voor het Comité was of het door zou VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990
A l i e het meest geleden had, voelde het meest zuiver", zegt ds van der Meiden bijna vierenveertig jaar later. Hij doelt daarbij op het feit dat de meeste leden van het Comité zelf tijdens de oorlog grote moeilijkheden ondervonden vanwege hun verzetsactiviteiten. Zijn schoonvader, ds Coolsma, moest aan het eind van de oorlog onderduiken omdat hij op een lijst stond van personen die na een razzia standrechtelijk geëxecuteerd moesten worden. Tom Rot is opgepakt en terdoodveroordeeld geweest. Na zijn overlijden in 1982 stond boven de rouwadvertentie: "Hij heeft zijn doodvonnis veertig jaar overleefd." En Krijn Strijd had in een concentratiekamp gezeten. Juist deze mensen, die de ellende van de oorlog aan den lijve ondervonden hadden, hebben zich vanaf het eerste moment verzet tegen de doodstraf voor hen die deze ellende hadden aangericht. Van der Meiden vertelt hoe zijn schoonvader na de oorlog als gevangenispredikant in een interneringskamp de man ontmoette die hem had moeten fusilleren. Het heeft hem niet van gedachten doen veranderen. Het Comité heeft op deze wijze gedemonstreerd wat eerbied voor het leven ten diepste betekent. Enkele jaren later legden de Verenigde Naties in artikel 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vast, dat een ieder recht op leven heeft. En heden ten dage wint de overtuiging steeds meer veld dat dit fundamentele recht het gebruik van de doodstraf uitsluit.D
Gegevens voor dit artikel zijn ontleend aan: archiefmateriaal van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam; een gesprek met ds. en mevr. Van der Meiden te Breda op 10 oktober 1989 en delen uit hun archief; informatie van prof. H. IVleijers; dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12, 1988; prof. mr. A.M. Belinfante, In plaats van bijltjesdag, de geschiedenis van de Bijzondere Rechtspleging na de Twfeede Wereldoorlog, 1978; en materiaal van de Themagroep Doodstraf van Amnesty International. Drs J.F. Abma is gevangenispredikant en contactpersoon van de Themagroep Doodstraf van Amnesty International.
23
Juliana, die haar moeder in 1948 opvolgde, had een veel pacifistischer imago. Toch heeft Juliana niet vaker gratie verleend dan Wilhelmina. Foto's ANP
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's