Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 237

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 237

4 minuten leestijd

n het project, waarin naast het 100 de Rijksuniversiteit Groningen en in mindere mate de Rijksuniversiteit Utrecht betrokken waren, is met name gekeken naar verschillen binnen één soort. Het gaat daarbij om opvallende kenmer-

I

groot aanpassingsvermogen beschikken. In het Weegbree-project is veel van dit soort onderzoek gedaan. Bij de Smalle weegbree werd gevonden dat de individuen die voorkwamen in hooilanden nogal verschillen van die

ken, zoals het uiterlijk (morfologie), bijvoorbeeld de vorm van de bladeren, maar ook om minder zichtbare kenmerken, zoals de hoeveelheid zaad die een plant vormt of - nog minder zichtbaar - de interne energiehuishouding. Voor biologen is het interessant te weten of zulke uitwendige en inwendige verschillen veroorzaakt worden door erfelijkheid (genetische differentiatie) of dat er sprake is van aanpassingsvermogen (fenotypische plasticiteit). In principe valt vrij eenvoudig aan te tonen of de verschillen tussen twee planten, afkomstig van twee verschillende standplaatsen, toe te schrijven zijn aan erfelijke factoren of aanpassing. Men brengt daartoe de planten, of stekjes ervan, onder de gecontroleerde omstandigheden van een proefveld of een kas en kijkt of de verschillen er nog steeds zijn. Als dat het geval is, dan is er sprake van een erfelijke basis. Worden de planten volkomen identiek, dan betekent dit dat ze over een

afkomstig uit weilanden. In weilanden vormt deze soort langlevende complexen van rozetten. Bij de hooiland-individuen sterft de hoofdrozet vrij snel af en vormt de plant een klein aantal lange, opgerichte bladeren. Na nauwkeurige waarnemingen bleek ook dat het tijdstip van bloei in de hooilanden sterk samenhing met de datum waarop het perceel gewoonlijk gemaaid wordt. De planten in percelen die vroeg gemaaid worden bloeien eerder dan de planten uit percelen die laat gemaaid worden. Uit onderzoek op proefveldjes, waar de planten onder dezelfde condities werden opgekweekt, bleek dat die verschillen in bloeitijdstip en rozetvorming genetisch vastliggen. Verondersteld wordt nu dat deze eigenschap voor een groot deel genetisch vastligt, wat wordt veroorzaakt door de grote betekenis voor het vormen van nageslacht. Immers, als de planten te laat gaan bloeien, worden ze afgemaaid voordat ze tot zaadzetting komen en

VU-MAGAZINE—JUNI 1990

krijgen ze geen kans om hun erfelijk materiaal over te dragen op een volgend geslacht. In het algemeen staat de Smalle weegbree overigens juist bekend als een soort met een groot aanpassingsvermogen; een eigenschap die wel wordt toegeschreven aan het feit dat de Smalle Weegbree een zogenaamde obligate kruisbestuiver is. Weegbree, in de kas De meeste bloemaren van deze gekweekt: andere eigenschappen. weegbreesoort zijn hermafrodiet: ze Foto Bram de bezitten zowel stampers (vrouwelij- Hollander ke voortplantingsorganen) als meeldraden (mannelijke voortplantingsorganen). In principe zou het mogelijk zijn dat stuifmeel van de meeldraden de eigen stampers bereikt en er zo sprake is van zelfbevruchting. Ware het niet dat de plant een aantal mechanismen heeft ontwikkeld om die zelfbevruchting zoveel mogelijk te voorkomen en kruisbestuiving met pollen van soortgenoten te bevorderen. Als eigen stuifmeel de stamper bereikt - weegbreesoorten zijn windbestuivers - kiemt dit niet, zodat er geen bevruchting optreedt. Dit verschijnsel wordt wel zelfincompatibiliteit genoemd. De bloemen van de Smalle weegbree zijn protogynisch: de stampers verschijnen het eerst en pas daarna de meeldraden (die de ook op afstand zichtbare krans rond de bloemaar vormen). Ook daardoor wordt zelfbevruchting tegengegaan. Doordat op deze manier inteelt wordt voorkomen, wisselen populaties van

'Er waren ecologen die je uit moest leggen wat een gen ook alweer was, terwijl ik zelf weer niets van fysiologie af wist.' Smalle weegbree-planten met grote regelmaat erfelijke informatie uit, zodat de erfelijke verschillen tussen populaties relatief klein zijn. De verschillen die je vindt zullen vaak veroorzaakt zijn door aanpassing.

D

e Grote weegbree plant zich vooral voort door zelfbestuiving en kent dus relatief weinig genetische uitwisseling. In het Plantagoproject zijn de Grote 15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's