Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 122

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 122

2 minuten leestijd

'Wij moeten zoeken naar antwoorden op vragen die minister Alders, of zijn opvolger, pas over vijfjaar beantwoord wil zien.' Milieueconoom Opschoor over zijn kersvers voorzitterschap van de Raad voor het Miheu- en Natuuronderzoek.

Hans Opschoor ö >

OH

O Ö

^ ^ De Raad voor het ^ ^ Milieu- en Natuur^ onderzoek, waarvan ik nu voorzitter word, is een sectorraad; een idee dat door Boy Trip - destijds minister voor liet wetenschapsbeleid en onlangs overleden - in de jaren zeventig is ontwikkeld. Hij had het plan om voor elk relevant maatschappelijk probleemveld een sectorraad in te stellen die het onderzoek op dat terrein zou initiëren, stimuleren, coördineren en waar mo-

gelijk programmeren. Verschil met het plan-Trip is alleen dat de huidige sectorraden - het zijn er vijfzelf niet over een budget beschikken. Ook onze raad moet dus op kracht van louter argumenten, geldstromen en programmering van onderzoek zien te sturen en te beïnvloeden. Maar dat maakt de zaak voor mij des te uitdagender en boeiender. Sectorraden zijn breed samengesteld: de onder-

zoekswereld zelf- inclusief de universiteiten -, de onderzoeksgebruikers - denk in ons geval bijvoorbeeld aan waterschappen en milieu-organisaties, maar ook aan het bedrijfsleven - en een ambtelijke groep die vier betrokken ministeries (Onderwijs en Wetenschappen, Landbouw en Visserij, VROM en Verkeer en Waterstaat) representeert, zijn erin vertegenwoordigd. Maar alleen de aanbieders en gebruikers van onderzoek hebben stemrecht.

J

e moet, nu ik voorzitter word, niet meteen rigoureuze accentverschuivingen verwachten. Ik ben sinds'83 lid van deze raad die, na een voorlopigestatusvan vijfjaar, pas in '88 officieel geïnstalleerd is. Koersverleggingen zijn er intussen al wl

geweest. Maar daarover heb ik ook als gewoon lid steeds mijn mond kunnen opendoen. We zijn nu aanbeland op het consolideren van deze verschuivingen. Belangrijkste daarvan zijn voor mijn gevoel de internationalisering van de onderzoeksprogrammering - we moeten veel meer rekening gaan houden met wat er op dit punt in het buitenland gebeurt - en het accentueren van maatschappijwetenschappelijk milieu-onderzoek. En dat laatste is iets dat mij als econoom natuurlijk vooral aanspreekt. Wat ik bovendien met name wil benadrukken is dat we ons als raad wat meer in de openbaarheid moeten begeven. Dat is ook hierom nodig: de politiek heeft door de bank genomen wat meer moeite met nadenken over wat er op lange en middellange termijn aan onderzoek nodig is, dan over wat er op

\

32

VU-MAGAZINE—MAART 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 122

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's