Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 238

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 238

4 minuten leestijd

en de Smalle weegbree op een groot aantal kenmerken vergeleken. Niet alleen morfologische kenmerken zoals bladstand of rozetvorm, maar ook demografische (bijvoorbeeld

'Ik heb weleens het gevoel dat het over het algemeen toch een te wijde zak is geweest, waarin iedereen zijn eigen hobby voort kon zetten.' de aantallen zaden of kiemplanten) en fysiologische kenmerken (met name energie- en stikstofhuishouding) werden in ogenschouw genomen.

V

an Damme: "Een van de sterke punten van het zwaartepunt is geweest dat ecologie, genetica en ook fysiologie met elkaar geïntegreerd zijn geraakt. Enerzijds was dat leuk werken, maar soms ook irritant. De begripsverwarring was in het begin geweldig groot. Er waren ecologen die je moest uitleggen wat een gen ook alweer was, terwijl ik zelf weer niets van fysiologie af wist. De drie disciplines zijn in de loop van het zwaartepunt een aardig stuk dichter bij elkaar gekomen, we hebben elkaar leren verstaan. In mijn slechtigheid

denk ik weleens dat de helft van de tijd goeddeels is opgegaan aan het elkaar leren verstaan. De grote oogst vond eigenlijk pas in de tweede helft plaats." Als één van de belangrijke resultaten van het project noemt Van Damme de conclusie dat niet-biologische (abiotische) factoren, zoals meststoffen en water, een veel minder belangrijke rol spelen bij de mogelijke vestiging van planten in een bepaald oecosysteem, dan men dacht. "Abiotische factoren zijn zeker belangrijk, maar vooral in de interactie met biotische factoren. Die zijn gewoon ernstig onderschat. Pathogene (ziekteverwekkende, GvM) micro-organismen, begrazing en gewone, domme concurrentie tussen plantesoorten in een grasveld, zijn van heel wezenlijk belang. We hebben met het Plantagoproject een hele grote casestudy gehad waar dit toch wel door is duidelijk geworden", aldus Van Damme, die er overigens op wijst dat gelijktijdig ook buiten het project natuurlijk het no-

Voetspoor van de blanke De aanwezigheid van de Grote weegbree op plaatsen waar veel mensen lopen, zoals paden en bermen, wordt deels veroorzaakt doordat de zaadjes erg klein zijn en als ze vochtig zijn geweest kleverig worden. Ze blijven gemakkelijk plakken aan schoenen en wielen. Op deze manier is de Grote Weegbree over de hele wereld verspreid geraakt en staat hij wel bekend als 'het voetspoor van de blanke'. Een andere oorzaak is dat de Grote weegbree in tegenstelling tot de meeste andere planten betreding goed kan verdragen. Het wetenschappelijk bewijs hiervoor werd geleverd door experimenten met een speciaal ontworpen betredingsmachine. Dit apparaat, ooit te bezichtigen in de vestiging van het Instituut voor Oecologisch Onderzoek in Oostvoorne, had veertien mechanische voeten waarmee het via een rails over proefbedjes met planten kon lopen. De gevolgen van de betredingsbeschadigingen en bodeminklinking werden door de Grote weegbree het best doorstaan. D

16

dige is gebeurd dat in die richting wees. De onderkenning dat interacties tussen levende organismen zo belangrijk zijn, heeft ook zijn weerslag op de onderzoekswijze van biologen. De nadehge effecten van inteelt werden bijvoorbeeld vaak onderzocht door ingeteelde plantjes onder ideale omstandigheden in potjes te kweken. In vergelijking met niet-ingeteelde planten werden dan wel prestatieverschillen waargenomen. Kweek je de ingeteelde planten echter op onder concurrentie-omstandigheden, dan zijn die effecten veel en veel duidelijker. Aan de waarde van het kweken in geïsoleerde potjes kan men dus gaan twijfelen.

H

et Weegbree-zwaartepunt heeft ook bijgedragen aan de discussie over hoe plasticiteit (in fenotype) en differentiatie (in genotype) bijdragen aan de uiteindelijke kenmerken van een lokale populatie. Van Damme: "We hebben laten zien dat de bulk aan variatie buiten vooral het gevolg is van milieu-variatie. Maar ook al lijken de genetische verschillen in de kas soms erg onbelangrijk, buiten blijken ze een heel grote impact te hebben." Het project mag officieel dan zijn afgelopen, Van Damme lijkt de balans nog niet geheel te hebben opgemaakt: "Zelf heb ik wel eens een beetje een ontevreden gevoel over wat er bereikt is, maar dat schijnt wel vaker voor te komen als je ergens met je ogen te dicht op zit. Je ziet dan vooral de punten waarop het project heeft gefaald. Ik heb weleens het gevoel dat het over het algemeen toch een te wijde zak is geweest, waarin iedereen zijn eigen hobby kon voortzetten." Maar even later zegt hij iets vrolijker: "We krijgen de laatste jaren een heerlijke samenspraak tussen mensen vanuit de genetica en de fysiologie. Dat is te danken aan het feit dat er een generatie onderzoekers is opgegroeid in die sfeer van multi-disciplinair onderzoek. Dat je nu verder kunt, daaruit blijkt voor mij vooral de waarde van het zwaartepunt. Over het geheel heb ik wel een goed gevoel, maar ik ben een belanghebbende. Ik ben een zwaartepuntkindje, dat een eindje omhoog is gevallen." D VU-MAGAZINE—JUNI 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 238

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's