VU Magazine 1990 - pagina 281
kelingen in het postverkeer tot lichtverteerbare proporties zijn teruggebracht. De middeleeuwse gelegenheidsbode komt in beeld, op de voet gevolgd door de bereden postiljon die door het opbloeien van handel en nijverheid in de zeventiende eeuw, dagwerk heeft aan het bezorgen van een groeiende stroom brieven. Enige centralisatie in het postwezen komt er aan het eind van diezelfde eeuw, als de postmeester z'n entree maakt; een lucratieve functie die het nepotisme in de hand werkt (een postmeester van nog geen twee jaar oud is geen uitzondering). Stedenpost maakt halverwege de achttiende eeuw al schaalvergrotend plaats voor staten- (lees: provincie-) post die, als gevolg van de politieke eenwording in 1795, uitmondt in één nationaal postbedrijf. In 1850 volgt de bijbehorende postwetgeving en twee jaar later de eerste Nederlandse postzegel. Tien centen kost het ding. Maar dat heeft orangistisch Nederland graag over voor de zegel die het konterfeitsel draagt van Koning Willem III. De afzender mag überhaupt niet klagen: deze zegelwaarde betekent een halvering van de portokosten die de postbode twee eeuwen eerder vroeg. In 1667 kostte "het draghen van een packje onder de arm, met het 't huys brenghen" nog vier stuivers. Deze prijsdaling hangt ongetwijfeld samen met de ontwikkelingen in de transportsector die het postverkeer voortdurend vergemakkelijkten. Na paard, trekschuit en postkoets, zijn vooral de groei van zee- en luchtvaart daarop van traceerbare invloed geweest. Alleen geen woord over de postduif!
A
ls het licht achter de laatste dia gedoofd is, kan de bezoeker, enigszins ingewijd in de materie, de geschiedenis van de post nog eens dunnetjes overdoen, slenterend langs de vitrines met parafernaHa uit tante Pos' lang vervlogen jeugd. Daarna komt, in een volgende zaal, het turbulente postbedrijf van heden in zicht. Maar eerst nog even draaien aan de slinger van een blauwe postzegelautomaat (tot de bel weerklinkt), en opnieuw het vingertopgevoel beleven, van de gladde roUertjes achter het glazen klepje. VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1990
Het inwendige van een signaalrode brievenbus staat hier ongegeneerd te kijk, evenals een heuse postkoets en de eerste (en enig overgebleven) meetauto van de telegraafdienst een De Dion-Bouton uit 1925 - die eigenlijk een verdieping hoger thuishoort, maar, als een stramme bejaarde, de trap niet meer op wil. Aan rollend materieel overigens geen gebrek op de begane grond. Zo staat er een modelspoorbaan opgesteld waarop, na een druk op de knop, een hectische bedrijvigheid losbreekt, die de argeloze bezoeker nog jarenlang een schuldgevoel zal bezorgen, telkens wanneer hij of zij een brief op de bus doet. Aan de andere kant staan er de machines die de PTT-er werk uit handen nemen bij het bestellen van de achttienmiljoen poststukken per dag, op zesmiljoen adressen. Zo wordt het geheim van de mysterieuze oranjerode streepjes op enveloppen, op deze afdeling ontsluierd. Ze vormen de machinaal leesbare vertaling van de postcode. Het sorteerapparaat dat op basis daarvan het poststuk volautomatisch in de zak van bestemming behoort te werpen, doet er hardnekkig het zwijgen toe. We willen zijn nut ook ongezien geloven.
N
og technischer wordt het één verdieping hoger waar de bezoeker het principe achter de telegrafie krijgt uitgelegd: stroomstoten die via draden een boodschap als punten en strepen op een strook papier bij de ontvanger achterlaten. Het alfabet dat Samuel Morse op basis daarvan ontwikkelde, bleek zo degelijk, dat het vanaf de oprichting van de Rijkstelegraaf in 1850 tot 1956 in gebruik bleef. Dat gold overigens niet de bijbehorende zend- en ontvangapparatuur. Snelheid en bedieningsgemak bleken de drijfveer om steeds nieuwe apparaten te ontwikkelen. Ze staan er allemaal. De naar communicatie snakkende mens hoeft maar te kikken, ook al valt er niets te melden. Van telegraaf naar telefoon scheelt maar één heel symbohsch trapje. Want de eerste stappen op weg naar de telefoon stonden in dienst van de vervolmaking van de telegrafie. Maar na de oprichting in 1897 van de Rijkstelefoon, ontwikkelde het
apparaat zich tot de brutale indringer wiens hinderlijk gerinkel wel nooit meer zal verstommen. Nog een geluk dat het benodigde draadwerk niet langer tegen de hemel wordt gespannen, maar in de vorm van polsdikke kabels ondergronds is gegaan. Als de geamputeerde aorta's van onze informatiemaatschappij, liggen de stukken kabel in de uitstalkast. Ernaast een kaartje waarop het duizelingwekkend aantal gesprekken dat er gelijktijdig doorheen gejaagd kan worden. Kampioen is de betrekkelijk dunne glasvezelkabel die, met driemaal 1920 potentiële aansluitingen, op één en hetzelfde moment de conversatie van ruim tienduizend mensen kan gaande houden. Het geheim achter het telefoonnummer wordt uit de doeken gedaan de cijfercombinatie verraadt de weg langs de centrales die bij het tot stand komen van de verbinding betrokken zijn - en de werking van de kiezer die in de centrale daadwerkelijk de verbinding legt. Niet de computergestuurde telefooncentrale trekt hier overigens de meeste belangstelling, maar de antieke handbediende, met haar duizenden pluggen en gaatjes. Het werkende systeem wordt driftig uitgeprobeerd door de schooljeugd: "Oh shit, verkeerde gaatje!"
E
n dan is er natuurlijk de postzegelverzameling van het museum - een collectie die zó compleet is, dat er een ontmoedigend effect van uitgaat op degenen die het ooit nog in de filatehe dachten te maken - en de tijdelijk tentoonstelling op de vierde verdieping, die tot eind oktober Verboden berichten tot thema heeft. De laatste is een nogal obhgate, wat willekeurige uitstalling van voorwerpen die de illegale communicatie tijdens de Tweede Wereldoorlog ten dienste stonden, of juist beoogden te verhinderen. Ook zonder deze expositie levert het PTT museum een leerzame middag op.D PTT Museum, Zeestraat 82, Den Haag. Geopend: maandag t/m zaterdag van 10 tot 17 uur; op zon en feestdagen van 13 tot 17 uur. Toegangsprijs: 13,-, kinderen t/m 12 jaar fl,50, gezinslsaart 17,-. Groepen die zich door de educatieve dienst van het museum laten begeleiden hebben gratis toegang. Inlichtingen: (070) 3 62 45 31.
15
> ^ ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's