Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 151

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 151

5 minuten leestijd

chaos', ontdekte ze dat in de gedrukte versie van de lezing een pagina op de verkeerde plaats terecht was gekomen, een fout, die ook in de Engelse editie is overgenomen.

T

och begint de voordracht met een treffende vergelijking tussen het kunstenaarschap en een boom. Voordat de kunstenaar komt tot het scheppen van kunst, moet hij zich eerst in de wereld oriënteren, zodat hij in staat mag worden geacht om "de zwerm van verschijningen en ervaringen te ordenen". Deze oriëntatie, een algemeen vormend groeiproces, wordt vergeleken met het wortelgestel van een boom. Eerst moet, aldus Klee, de toekomstige kunstenaar mens worden; hierna vloeit de kunst er uit voort. Contemplatie speelt bij deze vorming en ook later een belangrijke rol. Bij Klee vond deze bezinning vooral plaats tijdens zijn dagelijkse wandeUngen, liefst in de natuur. Vervolgens wordt de kunstenaar vergeleken met de stam van de boom, waardoor de woBtelsappen opstijgen. Terecht trekt men wel de conclusie dat Klee geen abstracte kunst maakte zoals Kandinsky, die beter als de vader van de abstracte kunst bestempeld zou kunnen worden. Bij Klee ligt de bron van inspiratie niet in hemzelf, maar in de wereld om hem heen. In het meeste werk zijn figuratieve elementen herkenbaar. Hij bleef echter niet stilstaan bij de uiterlijke verschijningsvorm van de wereld om hem heen. Uit zijn 'Schöpferisches Konfession' (geschreven in 1918) komt de bekende stelling: kunst geeft het zichtbare niet weer, doch maakt zichtbaar! In de vergelijking met de boom wordt het kunstwerk zélf gesymboliseerd door de kruin. Enerzijds herhaalt zich bovengronds wat onder de grond gebeurt. Er is sprake van een groeiproces en zoals "de boomkruin zich in tijd en ruimte naar alle kanten toe zichtbaar ontvouwt, gebeurt dat ook met het kunstwerk". Anderzijds zijn er wezenlijke verschillen tussen de wortels en de kruin van een boom, die voortvloeien uit hun functie. Al wordt de kunstenaar "gevoed door wortelsappen", toch dient hij te beseffen, dat

VU'MAGAZINE—APRIL 1990

het maken van kunst een scheppingsproces is. Het maken van kunst was voor Klee een bijna organisch proces. Het accent lag niet op het eindresultaat maar op 'de groei' (het vormingsproces) en 'de groei-potentie' (de vormingskracht). Uit deze filosofie laat zich de obsessie van Klee voor alles wat in beweging is goed verklaren. Ook het verlangen om als een kind - met nog alle mogelijkheden om uit te groeien in zich - te kunnen werken, vindt in deze grondgedachte zijn oorsprong. Het oeuvre van Paul Klee wordt gekenmerkt door een zekere ingetogenheid. Terwijl de schilderijen van Kandinsky de museumbezoeker naar zich toetrekken, moet men de intrigerende kunst van Klee zelf ontdekken. Zijn werk wordt wel als koel en gevoelsarm ervaren. Reeds tijdens zijn leven kreeg hij die kritiek te horen. Men verweet hem ook, dat hij voorbijging aan de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en de schokkende politieke gebeurtenissen erna.

staan om de beperkingen van het fysieke te compenseren met een expansie in geestelijk opzicht. Zijn aandoening, die er uiteindelijk toe leidt dat de huid haar plooien verliest en zich strak trekt om het lichaam, moet in hem de drang hebben versterkt om zich in zijn werk nog verder te 'ontplooien'. Dit uitte zich niet alleen in de toename van de creatieve produktiviteit, maar ook in de inhoud van zijn werk. In de schetsmatig opgezette tekeningen telde uiteindelijk alleen nog maar wat hem door het beklemmende gevoel werd gedicteerd: de pijn, de angst, de huiver voor de naderende dood en de behoefte om

A

l in 1916 was Klee zich blijkens een passage in zijn dagboek van de bezwaren bewust. "Mijn kunst", schreef hij, "mist een hartstochtelijk soort menselijkheid." Dat hij zijn gevoel wel degelijk en zelfs op zeer indringende wijze liet spreken, blijkt vooral uit zijn latere werk. In 1935 openbaarden zich de eerste verschijnselen van een ernstige bindweefselziekte, de sclerodermie, waaraan de kunstenaar vijfjaar laten zou overlijden. De aandoening betekende niet alleen een verminking - op de foto's herkent men de typische maskeruitdrukking -, maar ook een handicap. In 1936 maakte Paul Klee slechts vijfentwintig werken. De jaren hierna volgde evenwel een zeer produktieve periode met maar liefst 1253 werken in het 'topjaar' 1939. De Engelse reumatoloog E. Bywaters heeft erop gewezen, dat schilders als Pierre-Auguste Renoir, Raoul Dufy en ook Paul Klee door een reumatische aandoening forse lichamelijke beperkingen moeten hebben ondervonden zonder dat deze ernstige gevolgen hadden voor de kwaliteit van hun werk. Bij Klee had altijd al de behoefte be-

hieraan te ontsnappen. En alsof Klee ons nog snel even op de hoogte wilde brengen van onbekende werelden, die hij in zijn expansiedrang was tegengekomen, seinde hij ons in een mysterieuze telegramstijl belangrijke mededelingen door. De bizarre symbolen en hiërogliefachtige afbeeldingen in zijn schilderwerk spreken sterk tot de verbeelding, maar zijn nog steeds niet ontcijferd. Vijftig jaar na zijn dood valt er bij Paul Klee nog veel te ontdekken. D

Met dank aan dr. Ulrich Luckhardt van de Hamburger Kunsthalle en Joseph Helfenstein van het Kunstmuseum Bern. De vertalingen van de dagboekfragmenten zijn ontleend aan: 'Een meester over de chaos, teksten van Paul Klee', vertaald door Marianne Vogel, Vrij Geestesleven.

17

Tod und Feuer (1940) Foto Kunstmuseum Bern

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's