Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 472

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 472

3 minuten leestijd

De literatuur van de late middeleeuwen omvat meer dan didactisch gerijmei van bezadigde rederijkers. In gesprek met prof.dr. Herman Pleij over de burgermoraal van kenaus en pantoffelhelden: 'Snuffelen, sprokkelen, schatgraven; het is eigenlijk heel primitief.'

De snuffeldrang van Herman Pleij (mmmpmmmrmwm

PETER BURGER

Titelblad van een satirische toekomstvoorspelling uit de zestiende eeuw.

Op het bureau staat een bos bloemen. "Omdat ik vijfentwintig jaar bij de zaak ben." Herman Pleij (47), sinds 1981 hoogleraar in de historische Nederlandse letterkunde, begon in 1965 als kandidaatsassistent bij de vakgroep Nederlands van de Universiteit van Amsterdam. "Ik kom uit de revolutietijd: vanuit de Middelnederlandse letterkunde staken wij Mao de helpende hand toe. Ik heb daar veel van geleerd, ik ben erdoor gaan nadenken over de maatschappelijke positie van hteratuur." De verhouding tussen literatuur en maatschappij is nog steeds een hoofdthema in het onderzoek van Pleij, dat zich beweegt op de grens van letterkunde en geschiedschrijving. De lyriek van de grote dichters interesseert hem minder dan de rijmelarij van de verguisde rederijkers en minder verheven genres als feestliedjes, schunnige rijmpjes en satirische toekomstvoorspelHngen. Pleij promoveerde op een carnavalstekst 'Het gilde van de Blauwe Schuit' (1979). Carnaval en andere volksfeesten waarin de wereld op zijn kop wordt gezet en narren en zotten de hoofdrol spelen, zijn 30

terugkerende thema's in zijn boeken. Onlangs verscheen een bundeling van artikelen die Pleij de laatste jaren heeft geschreven, 'Nederlandse hteratuur van de late middeleeuwen'. De inleiding is een beschrijving van de stand van zaken en een programma voor toekomstig onderzoek.

D

e literatuur van de late middeleeuwen wordt verwaarloosd, aldus Pleij: "Het is eigenlijk ontzettend vreemd dat de vijftiende en zestiende eeuw in onze letterkunde zo weinig onderzocht worden. De overgang van middeleeuwen naar nieuwe tijd is zowat de zwaarste periodegrens in de hele geschiedenis, en de Lage Landen hebben daarin een centrale betekenis: humanisme, reformatie, boekdruk-

kunst, noem maar op. Maar de literatuur, die toch veel te maken heeft met het dagelijks leven, wordt merkwaardigerwijze niet onderzocht." De late middeleeuwen werden in het voetspoor van Huizinga's 'Herfsttij der middeleeuwen' allerwegen gezien als een tijdperk van verval, gedomineerd door een decadente, Franstalige adel. Pleij: "Ik dacht: dat is niet waar, er is ook een andere, Nederlandstalige cultuur die gedragen wordt door burgers. En dat was ook geen herfsttij." Om de opkomst van die dynamische burgercultuur in laatmiddeleeuws Brussel draait zijn volumineuze studie 'De sneeuwpoppen van 1511' (1988). De ondertitel daarvan luidt: 'Literatuur en stadscultuur tussen middeleeuwen en moderne tijd.' Pleij laat zien hoe de Brusselse literatuur van rond VU-MAGAZINE~DECEMBER 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 472

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's