Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 297

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 297

2 minuten leestijd

gevaardigd, waarin werd opgeroepen tot het vergaren en catalogiseren van alle Franse volksliedjes. Deze maatregel moet vooral worden gezien als uiting van de romantiek: volksliedjes werden beschouwd als "kinderen of vruchten van de natuur" (De la Villemarqué), die nooit geschreven en gecomponeerd waren, maar instinctief naar boven waren gekomen bij mensen voor wie "de natuur hun enige meester was" (Coussemaker). Pas later drong het besef door, dat dit volksrepertoire

De ironie wil echter dat een jaar voor deze verordening van overheidswege een verbod werd opgelegd aan de als staatsgevaarlijk beschouwde goguettes. Het ging om gelegenheden waar onder grote hilariteit met spot beladen liedjes werden gezongen, die eveneens goguettes werden genoemd. Ze kregen ook een plaats in de geschiedenis van het chanson. Dit verbod was geen ongebruikelijke maatregel. Tot in de jaren zeventig van deze eeuw zijn chansons gecensureerd en geweerd

met deze rehabilitatie vermoedelijk een kwart eeuw te laat gekomen. In de zestiende eeuw beschouwde de dichter Pierre de Ronsard het chanson als l'art total, de algehele kunst, en als kunstvorm de unieke combinatie van drie kunsten: muziek, poëzie en voordracht. Derhalve stond voor hem de liedkunst op de eerste plaats. Vanuit dezelfde filosofie beschouwt en bezingt de hedendaagse

vooral afstamde van zestiende en zeventiende eeuwse voix-de-ville, door bekende straatzangers vertolkte hedjes, die als voorlopers van het chanson beschouwd zouden kunnen worden. Derhalve diende het decreet uiteindelijk de geschiedschrijving » van het chanson.

van de door de overheid gecontroleerde radio- en televisiezenders. En al heeft Jack Lang, de onder president Mitterrand zo populair geworden minister van cultuur, met talloze maatregelen laten blijken dat het chanson als een echte kunstuiting beschouwd dient te worden, hij is

zangeres Marie-Paule Belle het Twaalf jaar na zijn chanson als super-art. Toch denken dood is Jacques Brei nog een van de de meesten er tegenwoordig heel an- bekendste ders over. In 1979 publiceerde de chansonniers. Belgische chansonkenster Angèle Guller een omvangrijk boek met als Juliette Gréco, muze titel 'Le 9e Art': de negende kunst. van Saint-GermainWehswaar blijkt het chanson voor des-Prés.

VU-MAGAZINE-^ULI/AUGUSTUS 1990

Tout finit par des chansons.

31

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 297

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's