Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 430

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 430

4 minuten leestijd

Een uitstekende Sprekers Door Johande Koning

Prof.dr. Th.B.C. Poiesz: 'Natte vinger voldoet niet meer.' Foto Rien Siers

E

ens was er het schoolbord. Het hoorde eigenlijk thuis op de lagere school, waar woordjes en sommetjes worden voorgedaan, maar het vond ook zijn weg naar de universitaire collegezaal. Daar gaf het de spreker die alle ogen op zich gericht voelt tenminste enige rugdekking. En sommige hoogleraren konden hun studenten urenlang boeien met hun perfecte bordtechniek: het omhoog en omlaagschuiven en het met één vlotte beweging omklappen van een zijbord. Nu is in de meeste collegezalen het schoolbord aan de kant geschoven. Achter de docent verrijst een hoog wit vlak. Een belangrijk nadeel van het schoolbord was dat de spreker om er op te schrijven zijn rug naar het publiek moest keren, en dat gaf een onprettig gevoel. Nu staat er vóór hem een kastje dat licht omhoog zendt. Daar kan hij zijn doorzichtige sheets op leggen, waarop woorden, pijlen en vierkanten staan. Boven het kastje is een kapje bevestigd dat de lichtbundel vergroot en ombuigt in de richting van het witte vlak achter de spreker. Het lijkt zo eenvoudig, maar het gebruik van dit apparaat, de overhead projector, verreist wel degelijk enige vaardigheid. Zeker twee generaties studenten werden na de invoering van het lichtwonder geconfronteerd met het lachwekkende gehannes van hun docenten: onleesbare sheets die ondersteboven werden neergelegd en stapeltjes die op de grond vielen en voorgoed door de war raakten.

D

at dit soort kinderziekten is overwonnen, werd duidelijk uit het college dat prof.dr.

32

Th.B.C. Poiesz uit Tilburg op 26 september gaf voor het Studium Generale van de Technische Universiteit Eindhoven. Het onderwerp was de psychologie van de reclame. De sheets die Poiesz presenteerde waren met plezier gemaakt, dat zag je. Ze waren leesbaar, overzichtelijk en het kleurgebruik was niet overdadig. Bewondering wekte vooral de uitstekende afdektechniek. Als Poiesz een velletje op de projector legde, hield hij er een ondoorzichtig velletje overheen. Dit schoof hij dan zover naar beneden dat alleen het eerste woord zichtbaar werd. Het voordeel hiervan is dat het pubhek niet eerst het hele velletje gaat lezen en daarna pas weer aandacht heeft voor het gesproken woord. Als hij alle woorden en tekeningen had behandeld, schoof Poiesz het afdekvel weer over het sheet heen en pakte ze dan samen tegelijk op. Voor de kijker is dat prettig, want als een sheet zomaar nonchalant wordt opgepakt, lijkt het alsof de woorden misvormd op hem af komen.

worpen triademodel: een driehoekje, waar omheen de woorden 'motivatie', 'capaciteit' en 'gelegenheid' stonden. Dat zijn de drie factoren die de effectiviteit van een reclameboodschap bepalen. De derde factor is volgens Poiesz binnen de reclametheorie onderschat. Dat is interessant, maar het was nog interessanter geweest, als Poiesz de sheets thuis had gelaten en met uitgewerkte voorbeelden had betoogd dat de consument die met een sneltreinvaart langs een bill board raast slechts een zeer eenvoudige boodschap tot zich kan nemen, dat reclamemakers daar te weinig rekening mee houden, en dat dat komt doordat ze zich niet richten op de consument maar op de opdrachtgever want daar kwam het college eigenlijk op neer.

P

oiesz had de projector beter uit kunnen zetten. Niet alleen omdat de prettige verzorgheid van zijn uiterlijk werd verstoord door de spookachtige belichting van Toch betekent de overhead projector, zijn gezicht. Maar ook omdat hij zelfs bij een vaardig gebruik, de dan misschien beter over zijn dood in de pot voor de welspre- woordkeuze zou hebben nagedacht. kendheid. En dat werd helaas ook Nu sprak hij ter rechtvaardiging van bij Poiesz duidelijk. Hij poneerde zijn modellen: "Laten we maar eens geen stelling, die hij vervolgens be- proberen die natte vinger expliciet te argumenteerde, maar liet allerlei maken, zodat we niet de mist inschema's en modellen zien. Het be- gaan." Achter zich liet hij de tekst langrijkst was het door hemzelf ont- verschijnen: "Natte vinger voldoet niet meer." Als een hoogleraar in een college over reclame zo'n onbedoeld dubbelzinnige slogan laat zien, verwacht je enige hilariteit bij de in dit geval bijna tweehonderd aanwezigen. Maar de zaal bleef stil als een mausoleum. Als betoverd staarde men naar Poiesz' prachtige sheets. Hier en daar knisperde een papiertje van een chocoladereep of nam iemand een hap uit een appel. Slechts eenmaal ging er iets mis met de projector. Een kleinigheidje, dat gebeurt altijd. Maar de betovering verbrak en ieder lachte zich een deuk. D VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 430

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's