VU Magazine 1990 - pagina 419
Mussert voor zijn rechters. Hij en Blol(zijl werden in 1946 als eersten geëxecuteerd.
irj^
hoek waarin ze niet willen staan. O.a. is dat het geval met Minister van Maarseveen."
H
et Comité heeft verschillende adressen gericht aan de Tweede kamer. Het eerste, gedateerd 13 december 1946, was getiteld 'De Massa-educatieve zijde van het doodstrafprobleem'. Titel en inhoud verraden de hand van prof. Mannoury. Het adres drong aan op diepgaand onderzoek, vooral naar de juistheid van de stelling "Dat alle lichamelijke straffen (doodstraf, lijfstraf, foltering) uit massa-educatief oogpunt verwerpelijk zijn, omdat zij zich uitsluitend richten op de zuiver individueel-reflexieve instincten van pijn- en doodvrees en daarom wel een onmiddellijke en rechtstreekse afschrikking van bepaalde handelingen kunnen teweegbrengen, maar de mentaliteit, waaruit de te bestrijden misdrijven voortkomen, niet vermogen aan te tasten, terwijl zij daarentegen het culturele peil der bevolking in het algemeen in ernstige mate verlagen". Het tweede adres dateert van 6 maart 1947 en is veel juridischer van aard. In dit adres wordt het dringend verzoek gedaan om een principiële uitspraak te doen over de vraag of de doodstraf gehandhaafd moet blijven in het Besluit Buitengewoon Strafrecht en zo ja, of de Tweede kamer de doodstraf dan wil beperken tot gevallen waarbij "de vrijheid van de staat hare toepassing eischt". Op geen van beide adressen kwam een direct antwoord. Korte tijd later schreef Meertens aan mevrouw Meijers dat er door het Comité veel gedaan is. "Het is alleen jammer dat we zo weinig succes hebben." Succesloos was het Comité toch niet. De nota van Hooykaas was een rechtstreeks gevolg van zijn acties. Het Comité werd er dan ook expliciet in genoemd. VU-MAGAZlNE—NOVEMBER 1990
In de nota werd het Besluit Buitengewoon Strafrecht alleen van toepassing verklaard op "de ailerernstigste delicten, welke in normalen (vredes-, h.a.) tijd niet voorkomen". Gepleit wordt voor de executie van "eenige tientallen" oorlogsmisdadigers omwille van de "wederbevestiging van het geschokte rechtsgevoel": "Ons volk zou zich in zijn meerderheid onbevredigd gevoelen, indien thans het leven gespaard zou worden van hen, die op vooraanstaande plaatsen hebben medegewerkt aan dit afschuwelijk onrecht." Maar, zo vervolgde de nota, "Het is zeer de vraag, of een groot aantal executies door de bevolking op den duur zou worden verdragen". De nationale geschiedenis zou "door een te groot aantal executies moreel schade leiden." (sic) "Hierbij komt een andere omstandigheid. Een ge21
Smeekbede van mevrouw IVIeijersKelirer aan Wllhelmina, om IVIussert gratie te verlenen: 'Weest groot Majesteit'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's