Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 410

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 410

4 minuten leestijd

verwoord is, dan omdat het ovej' een joods meisje in de oorlog gaat. /

Prof.dr. I. Abram: 'Ook heel jonge kinderen kunnen aanvoelen wat menselijkheid in barbaarse omstandigheden betekent.' Foto Kohn/Trouw

A

nne Frank is het symbool geworden van dat meisje dat daar ondergedoken was en dat gezegd heeft; En toch blijf ik geloven in de goedheid van de mensen. Maar als je het boek leest is het een behoorlijk krengetje, dan zegt ze ook heel tegengestelde dingen. Het boek dat je kunt lezen, en het beeld dat men ervan heeft, zijn twee heel verschillende dingen", zegt prof.dr. Ido Abram, in een interview naar aanleiding van zijn lezing op het Stiba-symposium. Abram is sinds mei de eerste Europese (in Amerika bestaat het vak al veel langer) hoogleraar in de holocaust-educatie, aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is erg blij met dit bijzonderhoogleraarschap voor één dag per week, omdat het hem in staat stelt onderzoek te doen. Hij vindt dit een goede combinatie met zijn andere werk voor het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, waar hij scholen begeleidt bij multi-cultureel onderwijs. Het niet-vergeten is de grondslag van holocausteducatie. Kinderen van nu moeten weten wat er in de oorlog gebeurd is, zodat ze leren inzien dat vooroordelen en discriminatie tot massale vernietiging kunnen leiden. "Let wel, kunnen leiden, niet per se hoeven te leiden", zegt Abram. Een tweede doel van holocaust-educatie, waarop

Ai

'Een gevaar van het belichten van extreme gruwelen is dat je mensen minder gevoelig maakt voor het kleinere onrecht. Kleine wreedheid lijkt dan minder erg.' Abram tijdens het gesprek steeds de nadruk legt, is dat jongeren kennis moeten nemen van de sporen van menselijkheid die ook in de meest barbaarse omstandigheden bleven bestaan. Hij verwijst naar het werk van Abel Herzberg, waar dat thema ook naar voren komt. Ook heel jonge kinderen kunnen volgens Abram aanvoelen wat menselijkheid in barbaarse omstandigheden betekent. Als voorbeeld noemt hij de tekeningen die de joodse schilder Bedrich Fritta in het concentratiekamp Theresienstadt heeft gemaakt voor zijn zoontje. Met die tekeningen wilde hij Tommy laten zien hoe de wereld buiten het kamp eruit zag, hoe je daar kon spelen, eten, reizen en stout zijn. Tommy heeft de oorlog overleefd. De ouders van Tommy zijn vermoord, maar de tekeningen zijn na de oorlog gevonden in een muur in Theresienstadt. Van die tekeningen is door Mies 12

Bouhuys een boekje gemaakt, 'De dag dat Tommy drie werd'. Dat boekje is bedoeld om jonge kinderen te vertellen over de holocaust.

D

e nieuwe hoogleraar heeft twee plannen waarmee hij aan het werk wil. Hij wil bestaand holocaust-educatiemateriaal bestuderen en beoordelen. Centrale vraag daarbij is of het effect dat daarmee beoogd is, ook gerealiseerd wordt. Daarnaast wil Abram zijn eigen ideeën over holocaust-educatie uitwerken in nieuwe onderwijs-projecten. Hij licht het eerste plan toe: "In Nederland wordt veel gedaan op het gebied van sjoa-activiteiten. Musea, tentoonstellingen, boeken, symposia, educatieve reizen naar Auschwitz en andere voormalige concentratiekampen. Ik organiseer nu zo'n reis. Er gaan negentig mensen mee. Een aantal van hen zijn overlevenden, of kinderen en familieleden van mensen die daar vermoord zijn. Voor hen is het een soort pelgrimage; ze hebben nooit afscheid kunnen nemen. Een andere groep mensen gaat, gesubsidieerd, mee vanwege hun werk, daarbij zijn veel onderwijzers, leraren, mensen die in verzetsmusea werken. "De vraag die ik me nu stel is; wat is het effect van zo'n reis? Heeft het nut, kun je het mensen aanraden, of juist niet? Zo'n evaluatie is heel moeilijk want je kunt in dit geval geen vragenlijsten opsturen. Een aantal van die mensen is getraumatiseerd, die wantrouwen lijsten, registratie. Ik ga de reis evalueren door gesprekken met de deelnemers te voeren, en te lezen wat ze erover VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 410

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's