VU Magazine 1990 - pagina 376
geweest. Het marmer uit Paros werd niet alleen op dit eiland maar ook op andere eilanden bewerkt. Tot nu toe zijn de meeste idolen, behalve op Paros zelt, gevonden op minder bekende Cycladen zoals Keros, Amorgos, Antiparos en Syros. Overigens bestaan er ook enkele idolen uit ander materiaal zoals ivoor, bot, kiel en metaal. Het Is niet uitgesloten, dat er eveneens idolen van hout zijn gemaakt, maar deze zijn in de loop van de tijd zeker vergaan.
Het vermoeden bestaat, dat In de eerste fase van deze periode (tot 2700 voor Chr.), waarin de Idolen zelden groter waren dan 30 centimeter, weinig Invloeden van buitenaf doordrongen tot de Cycladen. Zoals ook bij andere ellandculturen (onder andere het Paaseiland) het geval is, ver-
'ie voor de eerste maal Cycladische Idolen ziet, wordt getroffen door de moderne vorm van deze beelden. Zou men alle idolen onder één stijl willen rangschikken, dan is de abstracte vormgeving het belangrijkste kenmerk. De mate van abstractie varieert echter sterk: tegenover de bijna schematische 'viool-Idolen', waarin de contouren van het menselijk lichaam zonder extremiteiten en hoofd nog maar net herkenbaar zijn, staan de 'naturalistische idolen'. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, mogen de primitief ogende viool-idolen niet zonder meer als voorlopers van de naturalistische idolen worden beschouwd. Lange tijd moet sprake zijn geweest van twee ontwikkelingen, die parallel liepen. Verreweg de meeste Idolen beelden vrouwen uit, waarbij het accent overigens in aanzienlijk mindere mate op de geslachtskenmerken ligt dan bij de prehistorische Venusbeeldjes. De vrouwelijke Idolen worden bijna altijd in een statisch-symmetrlsche houding weergegeven. Omdat idolen in musea als staande objecten werden getoond, vergeet men vaak, dat dit niet noodzakelijkerwijs hun natuurlijke houding hoeft te zijn. Veel beelden zijn liggend in graven aangetroffen; bij een aantal Idolen zijn de knieën licht gebogen, hetgeen een staande houding lijkt te weerspreken. En het telt, dat het achterhoofd, het onderste deel van de rug en de hakken niet zelden In één vlak liggen, maakt een horizontale houding dus geenszins onwaarschijnlijk. Een probleem vormen de voeten; veel Idolen lijken op hun tenen te staan, hetgeen een zwevende toestand suggereert. In tegenstelling tot de vrouwelijke, worden de mannelijke idolen bijna altijd In actie afgebeeld; ze bespelen een instrument - een Her of een dubbelflult - of drinken uit een beker.
Wi
Kop van een idool waarop nog resten van de oorspronkelijke beschildering te zien zijn: 'afstotend lelijke hoofd'. Een cycladisch idool met licht gebogen knieën en op de tenen: zwevende toestand.
N
iet alleen wat betreft de plaats van herkomst, maar ook met betrekking tot de periode waarin ze werden gemaakt, vormen de Cycladische godenbeelden een autonome groep. Ze werden namelijk tussen 3200 en 2000 voor Chr. vervaardigd. Deze zogenaamde vroegCycladlsche periode komt grofweg overeen met het bronzen tijdperk en derhalve met de toenemende toepassing van metalen voorwerpen (koper en zilver, maar geen goud en tin). Dit tijdperk werd voorafgegaan door het neollthicum. 22
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's