VU Magazine 1990 - pagina 227
een enquête bleek een paar jaar geleden dat jongeren stilte associëren met de dood, een kerkhof, een ziek familiehd of met eenzaamheid. Paradoxaal genoeg is - in het ergste geval- eenzaamheid nu juist het gevolg van al die stiltedoorbrekende muziek.
S
lechthorenden krijgen allereerst problemen met het verstaan van spraak. Feenstra: "Het is erg zuur als je grootouder bent en je kunt je kleinkinderen niet meer verstaan. Je kunt conversaties met meer dan een persoon niet meer volgen, omdat je sterk moet focussen op het gezicht van je gespreksgenoot en dat kan niet met twee mensen tegelijk. Het vermogen om in een lawaaierige ruimte een gesprek te voeren, neemt het snelst af. Maar belangrijker nog is dat je het contact met je omgeving verliest. Met mijn ogen kom ik niet verder dan de muur van deze kamer, maar met mijn oren hoor ik daar achter duidelijk een kind roepen en verderop een brandalarm. Bovendien, als ik u van achter benader, hoort u me zonder dat u me ziet. Het oor is dus een heel goed alarminstrument. Veruit het eerste wat die mensen voelen is onveiligheid en eenzaamheid."
Op een lipleescursus mocht Feenstra ooit een dag lang niets horen. Hij kreeg een beschermkap op zoals het grondpersoneel van vüegvelden draagt. "Op het moment dat je je ogen dichtdoet, is de wereld er niet meer. En dat is geweldig griezelig. Het is bijna onvoorstelbaar. Deze mensen kunnen niet meer genieten van de radio, ze kunnen de televisie alleen maar volgen als er iemand naar ze toe spreekt, ze begrijpen geen grapjes meer, geen woordspehngen... Daar moet je niet gering over denken." Hij noemt gehoorverlies een langdurig en ingewikkeld rouwproces: "Omdat slechthorenden de emotie in je stem niet horen, slaan ze heel vaak de plank mis. Dat betekent dat anderen verbaasd reageren, zelf denken ze dat ze weer iets stoms hebben gezegd, kortom, ze horen er niet meer bij. Niet voor niets wordt de bhnde afgeschilderd als de vriendelijke, voor wie iedereen deuren openhoudt. Maar de dove, dat is degene die niet aardig is, die is wantrouwend en bijterig. Ja, dank je de koekoek, hij slaat zo vaak de plank mis. En een dove wordt niet herkend. Dat is iemand die je heel streng aankijkt, zodat je denkt: wat moet die van me?" Popmusici komen zo nu en dan bij Feenstra terecht. Vooral wie dicht bij saxofoon, trombone of drumstel staat, uiteraard met elektronische versterking, krijgt een overdosis lawaai voor de kiezen. "Zulke mensen komen met klachten over oorsuizingen, een enkele keer vangen ze geluiden vervormd op of ze horen aldoor een piep. Heel soms merken ze dat het geluid in de hoge tonen iets terugloopt. Of het klinkt vals. Muzikanten hebben een enorme lenigheid om zulke afwijkingen te compenseren, ze zijn nu eenmaal begaafd op dat terrein. Het is betrekkelijk zeldzaam als ze echt komen met klachten over gehoorverlies."
E
en jaarlijkse controle voor alle jongeren? Feenstra gelooft niet dat het wat zal uithalen. Ouders, leraren, eventueel ook etablissementhouders, moeten volgens hem in elk geval pogingen doen om de kale feiten te vertellen. "En als ik jongeren een tip mag geven: ga op een rockconcert niet vooraan staan. De mensen zelf, die absorberen nogal wat geluid. Als je
vooraan staat, krijg je veel meer blast om je oren dan wanneer je veertig dansparen verder rondschuifelt." Een propje van een sigarettevloeitje helpt niet? "Ohropax is beter, papier is te glad. Je houdt er alleen de lage tonen mee tegen. De hoge niet, en die beschadigen eerder. Dat is aan een kant maar gelukkig ook, want de lage tonen zijn veel vitaler: een auto bijvoorbeeld, voetstappen op een trap of een dichtslaande deur."
'Als je vooraan staat, krijg je veel meer blast om je oren dan wanneer je veertig dansparen verder rondschuifelt.' Een reclamecampagne van SIRE ('Dankzij dat veel te korte lontje heb ik nu eindelijk een hondje') kan misschien schrik aanjagen. Een leuke kreet over 'oorverdovende' muziek moet toch te verzinnen zijn. Een Britse krant bracht vorig jaar als 1 april-grap het nieuws dat in de Londense metro de muziekbandjes in te luid afgestelde personal recorders automatisch zouden worden gewist door een onhoorbare hoge toon, uitgezonden vanuit een apparaat aan de onderzijde van de rijtuigen. Het had geen effect. Bovendien verraadt die grap vooral de ergernis van mensen over andermans walkman. Veel treinreizigers zijn intussen juist een walkman gaan dragen om de muziek van medereizigers niet te hoeven horen. Het plan van eerdergenoemde zangeres Kathy Peck om jongeren tijdens popconcerten te wijzen op de gevaren van harde muziek heeft misschien meer kans van slagen. Maar kunt u zich Mick Jagger voorstellen die ten overstaan van een bomvol voetbalstadion, waar de trommelvliezen zich al schrap zetten voor de eerste tonen, door de microfoon fluistert: "Jongens, we moeten een beetje oppassen. Ik begin zelf al aardig doof te worden en dat gevaar lopen jullie ook."D W. Passchier-Vermeer, Het gehoor van jongeren en blootstelling aan geluid, Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg TNO, Leiden, 1989.
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's