VU Magazine 1990 - pagina 279
Borneo, pleit voor een multidisciplinaire aanpak inzake deze kwestie. Hoe verklaart hij het gebrek aan bereidheid daartoe? "Antropologen", zegt hij, "benaderen hun studie-object afstandelijk. Zij noteren de leefgewoonten en beoordelen die vanuit hun eigen westerse cultuur, in plaats van in relatie tot het specifieke normen- en waardenpatroon dat ter plaatse geldt. Zo worden bestaande beelden eerder impliciet bevestigd dan expliciet onderuit gehaald. De mensen daar zijn met hun kennis en cultuur onderwerp van studie. Maar het lijkt of ze zelf van geen belang zijn. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Antropologie zou op die manier wel eens misbruikt kunnen worden om de eigen dominantie te bevestigen!"
H
et is voor De Beer de belangrijkste reden om als antropoloog aansluiting te zoeken bij beoefenaren van andere wetenschappen. Want, meent hij, "dan wordt ook de potentiële kennis van inheemse medicijnen door andere discipünes eindelijk serieus genomen." Dat dit niet gebeurt heeft als voornaamste oorzaak dat antropologen te weinig hun stem verheffen. Maar dat is niet het enige gebrek dat de gemiddelde antropoloog aankleeft. "Ik wil wel een stap verder gaan", roept De Beer. "Ik vind dat antropologen moreel verplicht zijn om, naast het vergaren van kennis, de volken die zij bestuderen bij te staan in de strijd om het voortbestaan. Antropologen zouden solidair moeten zijn, met name met de volken die, als gevolg van het kappen van tropisch regenwoud, het zwaar te verduren hebben." Jenne de Beer is zelf betrokken bij een onderzoek in Zuidoost-Azië naar 'bijprodukten'van het tropisch regenwoud; medicijnen behoren daar toe. "Als je ziet wat er allemaal aan natuurlijke rijkdommen wordt opgeofferd voor economische kortetermijnbelangen, dan staat het huilen je nader dan het lachen." Hij is daarom blij dat een onaanzienlijk bosnomadenvolk als de Penan op Borneo voor zichzelf begint op te komen en niet schroomt het op te nemen tegen de plaatselijke overheid. "Dat protest", zegt hij, "komt tenslotte iedereen ten goede." D VU-MAGAZiNE—JULI/AUGUSTUS 1990
O
m de gigantische en gevaarlijke geneesmiddelenconsumptie op de wereld te beperken, nam de WHO in 1977 moedig een voorde hand liggend initiatief. Er werd een commissie benoemd. De opdracht was: nagaan welke geneesmiddelen noodzakelijk zijn om een optimale volksgezondheid te garanderen. Het bleek dat ongeveer 200 middelen essentieel waren. De lijst van deze essential drugs is herhaaldelijk herzien, afhankelijk van ontwikkelingen en lokale omstandigheden. Ze heeft de toets der tijd inmiddels glansrijk doorstaan en bevat in geen land meer dan 220 namen. Het is de bedoeling dat elk land op grond van de basislijst, keuzes maakten zijn eigen lijst vaststelt. Ais het goed is, zit er alles in wat een arts, gezondheidsplanner of-werker, nodig heeft: vaccins, narcotica, plaspillen, desinfectantia, oogdruppels, antibiotica, hormonen, infusen en pijnstillers. Het aantal beschikbare geneesmidellen in verschillende landen wisselt nogal. Schrik niet: van 3000 tot 30.000. De industrie laat, nogal wiedes, het er niet bij zitten; de markt is lucratief genoeg. Bovendien denken ze/we aan vooruitgang, research en werkverschaffing... Er waren (en zijn?) landen in de derde wereld waar twintig tot dertig procent van het gezondheidsbudget uitgegeven wordt aan import van geneesmiddelen. Dit zijn in de eerste plaats vitamines en antibiotica, vaak (hoe kom je op het idee) door elkaar gehusseld en in kleurrijke capsules verpakt. Die worden, compleet met toeters en bellen, aangeboden in opvallende verpakking onder gevoelige maar krachtige namen. Daarnaast zijn allergiemiddel-
tjes, hormonen in vele variaties, tranquilizers, tonica en een stroom van diarreemiddelen erg gewild. Zowel gezonden als zieken trappen er in, terwijl de artsen ter wille van de wens van de patiënt, de lieve vrede en de pecunia onverantwoord en zonder scrupules meedoen. Om van de apotheekeigenaars maarte zwijgen. Het indammen van de import van deze vaak gevaarlijke en, medisch gezien, volmaakt overbodige merkmiddelen blijkt moeilijk te zijn. Dit is merkwaardig, omdat vrijwel alle essentiële geneesmiddelen als geneheke middelen, inmiddels vrij van octrooirechten, goedkoop geproduceerd en verkocht kunnen worden. Het is mogelijk om in de meeste ontwikkelingslanden uit te komen met één dollar per
met Nederland te beginnen: de meest voorgeschreven geneesmiddelen zijn achtereenvolgens middelen voor maag en asthma, gevolgd door insuline en een plaspil. De top in Frankrijk begint met hartmiddelen, gevolgd door plaspil, bloeddrukverlager en epilepsiemiddel. In Amehka is het rijtje na bloeddrukverlagers voor de eerste twee plaatsen: pijnstiller, tranquilizer en hartmiddelen. Voor deze opvallende verschillen in het geneesmiddelengebruik is strikt medisch gezien geen enkele verklaring. Het heeft geen enkele basis in de epidemiologie en heeft dus niets met het al of niet voorkomen van bepaalde ziektes te maken. Het wijst op een vreemd medisch cultuurpatroon dat beïnvloed wordt door patiëntengedrag, commercie, re-
Pillen
WIM DE JONG
hoofd per jaar zonder iemand iets te kort te doen. Onbegrijpelijk als je je niet realiseert hoe goedkoop geneesmiddelen eigenlijk zijn! (Op de koop toe slikt dan ook niemand iets overbodigs of giftigs). En nu wijzelf: hoe gaat het met ons in de oude wereld? In verband met de dreiging van de vervloeïing van elk land met de rest van Europa, zijn er pogingen gedaan om het pilgebeuren te inventahseren en de registreren. Tot nu toe is dat niet gelukt! Eén van de merkwaardigste verschijnselen is het consumptiepatroon. Om
dame en bijgeloof. Zeker is dat het allemaal door artsen voorgeschreven wordt. Maar waarom? Het lijkt er op dat er dus toch niet zo veel verschillen zijn tussen oost en west of noord en zuid. Trouwens, Voltaire klaagde er ai over: artsen schrijven geneesmiddelen voorwaar ze weinig van weten, om ziektes te genezen waar ze nog minder van weten, aan mensen waar ze helemaal niets van weten.
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's