Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 464

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 464

5 minuten leestijd

ligentie en de persoonlijkheid van het kind. Wanneer deze testen echter herhaald worden, variëren de uitkomsten sterk. De betrouwbaarheid ervan staat dan ook ter discussie, en als intelligentietest zijn tekeningen van jonge kinderen onbruikbaar.

A

lle mooie theorieën ten spijt zien de meeste ouders het gekrabbe! van hun kind louter als een motorische activiteit, die steeds verfijnder wordt maar waarvoor ze weinig belangstelling tonen. Hun hoop is volgens de Duitse onderzoeker Wolfgang Grözinger gevestigd op het moment, waarop er iets herkenbaars - meestal een als mensfiguur of huis getypeerde vorm verschijnt. Tot dat heuglijke moment wordt de peuter, die nog niet eens goed uit zijn woorden kan komen, vermoeid met de steeds terugkerende vraag: wat is dat? Volwassenen komen zelden op het idee dat jon-

ge kinderen tekenen en schilderen omwille van het plezier in deze activiteit. Wie bepaalt dat het resultaat iets zou moeten voorstellen? Om vader en moeder een plezier te doen, putten peuters uit hun rijke fantasie en geven er toch maar een betekenis aan, die een dag later al weer is veranderd. Met onderzoek is aangetoond dat de voorstelling van een tekening of schildering, die het kind er zélf aan heeft gegeven, niettemin soms jarenlang wordt onthouden. De jonge peuter tekent en schildert niet met de hand maar met de arm. Het ritme van de ademhaling verraadt zich in op- en neergaande bewegingen. Omdat de schouder een zogenaamd kogelgewricht is en de arm als de wijzer van een klok kan worden beschouwd, ligt een draaibeweging, die op papier resulteert in een cirkel, voor de hand. In de allereerste krabbels onderscheidt een blinde peuter zich dan ook niet van een goed-ziend leeftijdsgenootje. Krabbelen kan aanvankelijk als een motorische

activiteit worden beschouwd, maar is al spoedig meer dan dat. Vrij snel valt op, dat het kind over esthetisch gevoel beschikt. Uit experimenten is duidelijk geworden, dat reeds in het tweede levensjaar de voorkeur ontstaat voor symmetrische en uitgebalanceerde vormen, waarvan de cirkel (tweedimensionaal) en de bol (driedimensionaal) de beste voorbeelden zijn. Eveneens blijkt spoedig, dat een krabbel niet zomaar het resultaat van een klakkeloze armbeweging is. Een cirkel en later ook andere vormen en figuren worden zodanig op papier gezet, dat het kind niet anders dan vanuit een bepaald concept te werk moet gaan: reeds bij de eerste aanzet van een lijn blijkt het rekening te houden met de plaats op papier, waar de rest van de vorm of figuur moet komen te staan. Van de figuren, die ten onrechte 'kop-voeters' of 'kop-poters' worden genoemd - de 'kop' stelt namelijk zowel het hoofd als de romp voor - zullen de benen nooit

ontbreken of slechts ten gevolge van gebrek aan ruimte tot halverwege worden getekend.

Wie kan ooit bewijzen dat het jonge kind een voorkeur heeft voor ronde vormen, omdat die hem doen denken aan de moederborst?

D

e creatieve ontwikkeling van peuters en kleuters lijkt vooral gebaseerd te zijn op een intensief samenspel van de waarneming, de motoriek en de hersenfuncties die betrokken zijn bij het maken van een concept. Men kan zich afvragen, in hoeverre deze drie bepalende factoren strikt van elkaar gescheiden kun-

Kinderachtig Volgens een oude anekdote, die in Italië nog de ronde doet, wilde iemand in de vijftiende eeuw te Florence een weddenschap afsluiten met een aantal kunstenaars: wie van hen kon het beste iets op papier zetten in de stijl van tekeningen, zoals die door kleuters op de muren van gebouwen werden gekladderd. Aanvankelijk vond iedereen de weddenschap te kinderachtig en weigerde mee te doen. Maar toen ze er uiteinde-

lijk toch op in gingen, slaagde niemand erin de betreffende stijl te imiteren. Op het laatste moment stapte een zwijgzame man naar voren. Probleemloos tekende hij enkele figuren die ook door jonge kinderen gemaakt hadden kunnen worden. Zijn naam was... Michelangelo. Aan twee veelbelovende kunstenaars, de expressief werkende Susan Schildkamp en de meer introverte Jan Moerbeek, werd gevraagd om zich

te laten inspireren door het werk van een kleuter, en in dezelfde werkstijl iets op papier te zetten. Ook werd hun verzocht hun ervaringen op papier te zetten. In het schilderij van Susan Schildkamp is de oorspronkelijke kleuterschildering nauwelijks meer herkenbaar. Na een poging om vanuit dezelfde achtergrond te werk te gaan ontkwam de beeldend kunstenares niet meer aan haar eigen stijl en het gebruik van haar lieve-

lingskleur blauw. In het werk van Jan Moerbeek is de bron van inspiratie - 'Jan de Wind tikt tegen het raam' - nog wel duidelijk herkenbaar, maar de eigen stijl van de kunstenaar domineert. De ervaringen die beiden hadden, waren nagenoeg identiek: wanneer je eenmaal hebt geleerd hoe je moet omgaan met een penseel, is er geen weg meer terug. D

'Jan de Wind tikt tegen het raam' van de vierjarige Cédric Schretlen (links) inspireerde twee kunstenaars tot een eigen versie; in het midden die van Jan Moerbeek, rechts die van Susan Schildkamp. Foto's Ton van der Vorst

22

VU-MAGAZINE—DECEMBER 1990

VU-MAGAZINE—DECEMBER 1990

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 464

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's