Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 272

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 272

4 minuten leestijd

Van Eeden en Henriette Ortt, omstreeks 1880: onduidelijke verhouding.

toen hij als zestienjarige Haarlemse jongen verliefd werd op een buurmeisje dat in een orthodox christelijk gezin opgroeide, Henriette Ortt. Twee jaar lang hadden ze een onduidelijke verhouding. Van Eeden deed zijn uiterste best om het zinnelijke element eruit te weren, maar wilde toch meer dan vriendschap en verzette zich fel tegen haar geloof. Zij reageerde zoals het haar betaamde: aanvankelijk terughoudend ('sfinxachtig') en uiteindelijk afwijzend. Maar daarmee was de kous niet af Van Eeden zwoer literaire wraak en Henriette zou zichzelf in 1898 tegenkomen in 'Johannes Viator', in 1900 in 'Van de koele meren des doods' en in 1909 in 'De nachtbruid'. In 1916, Henriette is dan weduwe, bogen haar jeugd vriendje en zij zich als oude mensen samen over de dingen die voorbij gingen en bood zij haar excuus aan. In 1920 stuurde Van Eeden haar alsnog een bittere brief uit de tijd dat de verhouding werd verbroken en in 1928 zag een demente Van Eeden bij het ontwaken uit de slaap haar initialen in grote rode letters op de kamerwand. Fontijn: "Tegenwoordig wordt de Hefde door de jeugd denk ik laconieker beleefd. Er heerste in Van Eedens tijd een sterke ideologie van de romantische liefde. Daarbinnen was een verstoring van de liefde veelbetekenend. Bij Van Eeden speelt ook de ideahsering van de kindertijd een rol, de mythe dat alles eens goed was. Het doorbreken van die fase door die jeugdliefde die hem uit het paradijs verdreef, heeft een shockerend effect gehad. "Als psychologische oorzaak zou je nog kunnen noemen dat Van Eeden heel moeilijk iets kon vergeten, ge-

'Als hij een klein beetje meer restrictie en realiteitszin had gehad, dan had hij een virtuoos man kunnen zijn.' beurtenissen blijven nawoekeren. Hij begon steeds iets nieuws en zette het oude zogenaamd van zich af, maar kon het nooit helemaal loslaten. Juist omdat ook zijn latere liefdesleven chaotische trekken ver6

toonde, kwam hij steeds weer terug op die jeugdliefde en nam die mythische proporties aan."

D

e zedelijke opvattingen van Van Eeden, die hem in zijn liefdesleven opbraken, hadden ook hun invloed op de omgang met zijn hteraire vrienden. Fontijn: "Van Eeden heeft altijd iets gehouden van de jongen uit provincie. Hoewel Haarlem dicht bij Amsterdam Hgt, was het toch een vrij geïso-

leerde gemeenschap. De grote stad Amsterdam is voor Van Eeden een bedreiging. Hij voelde zich verwant met Jan Veth, die uit een beschermd miUeu in Dordrecht kwam. Maar de indruk moet niet worden gewekt dat de andere Tachtigers geen problemen hadden met de seksuaHteit. Het is niet zo bekend, maar Van Deyssel heeft jarenlang geworsteld met de onanie, die hij als een groot kwaad beschouwde, waar hij niet van los kon komen. Hij heeft ook daarvoor de medische hulp van Van Eeden ingeroepen. Bij Van Eeden valt de afkeer van seksualiteit meer op, doordat hij er voor uit komt en er opvattingen over verkondigt." Het bevoogdende van Van Eeden speelt een rol in zijn literaire werk, in zijn optreden als psychiater, maar ook in dat als sociaal hervormer. "Zoals hij als psychiater de ziekte van individuen behandelde, ging hij even later ook de kwalen van de maatschappij behandelen. Hij begaf zich daarmee op terreinen waarop hij niet helemaal thuis was, zoals de

economie. Ik denk dat Van Eeden naïef was, een fantast. Er was bij hem voortdurend verwarring tussen utopie en realiteit en dat had hij zelf niet in de gaten." En over de kolonie Walden zegt Fontijn: "Hij heeft het nog vrij lang volgehouden. Negen jaar lang, soms tegen beter weten in."

I

n het tweede deel van de biografie zal Van Eedens houding tegenover het christendom wor-

den uitgewerkt. Op latere leeftijd bekeerde hij zich tot het katholicisme - een ontwikkeling die volgens Fontijn niet geheel onbegrijpelijk is en die hij niet zal toeschrijven aan een beginnende geestelijke aftakeling. "De biecht moet voor Van Eeden een bevrijding zijn geweest", merkt hij op. En: "Het christendom is nooit helemaal van hem weg geweest. Ondanks alle ontkenningen is het als een continue stroom in hem aanwezig. Het orthodoxe christendom heeft hij altijd fel geattaqueerd en Abraham Kuyper vind hij ook maar niks, maar de christelijke invloed van zijn moeder blijft aanwezig. Niet voor niets wordt hij door zijn kunstbroeders als een soort dominee gezien." De ethische, door het christendom geïnspireerde kant van Van Eeden, die in het hteraire werk vaak storend is, wil Fontijn niet uitsluitend in het negatieve trekken: "Het grote gevaar dat hij zag, zowel voor zichzelf als voor de maatschappij, was dat er verbrokkehng ontstond. VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 272

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's