VU Magazine 1990 - pagina 336
geldt zeker voor mij. Maar ineens zie je dan: zó moet het, dit is de ideale oplossing voor alle deelproblemen, de enige mogelijkheid om het ontwerp om te smeden tot één consistent geheel. Hoe dat precies werkt weet niemand. Het is ongrijpbaar, al heeft de ene architect op dit punt wat meer routine dan de andere."
Hoofdkwartier van Apple in Zeist, een ontwerp van architectenbureau Brouwer Steketee: 'Niemand zegt: kijk, zo'n soort bouwwerk wil ik hebben'. Foto LOCK Images, Utrecht
Als elk ontwerpproces zichzelf op een zo rationele wijze ontwikkelt, wat blijft er dan nog over van het persoonlijke stempel, de eigen signatuur die de architect, of een groep van architecten, op het eindresultaat achterlaat? Als de oplossing van elke architectonisch probleem in zichzelf gegeven is, dan zou elke architect toch met nagenoeg hetzelfde ontwerp op de proppen moeten komen? Steketee; "Misschien is dat voor een deel ook wel zo. Er zijn maar bitter weinig architecten die aan hun eigen bouwstijl te herkennen zijn. En zelfs dan is het nog maar de vraag of de buitenwacht die herkent. Op enkele bekende namen na is het een zeer beperkte groep architecten - niet meer dan tien procent van het totaal - die je er op grond van hun produkten zo uitpikt. Maar veel architecten zijn trendvolgers die zich aansluiten bij de heersende tendens in de architectuur, zoals eerder de 'nieuwe zakelijkheid' en op dit moment het post-modernisme."
H
et neemt niet weg dat ook Han Steketee, verleid tot een antwoord op de vraag wat hij nou oogstrelend dan wel spuuglelijk vindt in de hedendaagse architectuur, niet lang hoeft na te denken. "Zo'n Fashion Centre, wat ze in Amsterdam-West langs de snelweg hebben neergezet - een combinatie van vliesgevel en roestvrijstalen platen in de vorm van een grote doos - dat vind ik spuuglelijk. Wat ik een spannend gebouw vind - knap en mooi qua volumeopbouw - is het nieuwe Atrium-kantoorgebouw in Buitenveldert. Dat staat pal naast het World Trade Centre wat ik op z'n beurt ook weer spuuglelijk vind, zo'n spiegelende, anonieme fabriek." Daar zijn dan toch autonome architecten met verschillende smaken aan het werk geweest. "Het hangt er maar van af wat je autonoom wilt noemen", reageert Steketee. Bij het neerzetten van zo'n kantoorgebouw ligt van tevoren veel minder vast dan in, pakweg, de woningbouw. In de utiliteitsbouw mag veel meer, moet veel meer zelfs, want dat verkoopt. Ontwerp je woningen of een school, dan ben je van meet af aan gebonden aan een groot aantal zeer stringente voorwaarden. Het grappige daarbij is dat die richtlijnen voor het merendeel op gedragswetenschappelijke studies zijn gebaseerd." "Je kunt niet zeggen dat we het menselijke aspect vergeten", zegt Steketee die, in een vorige baan als architect betrokken bij renovatie-projecten in Amsterdam, in het verleden zelfs veelvuldig te maken heeft gehad met overleg met bewoners. Hij gewaagt van "grote groepen gogen die zich met inspraak en bewonersoverleg bezighouden". Maar wat hem daarvan in hoofdzaak is bijgebleven ("maar dat klinkt dan weer zo lullig"), is dat dit meestal leidt tot zich eindeloos voortslepende
'Bij het neerzetten van zo'n kantoorgebouw ligt van tevoren veel minder vast dan in, pakweg, de woningbouw,' procedures waar in het algemeen heel weinig uitkomt. "Meestal ging het om futiliteiten; vruchteloze discussies over de kast die wel of niet onder de trap moest komen. Het leverde zelden iets zinnigs op."[J
Literatuur: Ronald Hamel: Over het denken van de architect - Een cognitief psychologische beschrijving van het ontwerpproces bij architecten; AHA-books, Amsterdam. Bouwen en wonen in de jaren negentig; uitgave Nationale Woningraad, Almere. Architectuur in Nederland - Jaarboek 1989/1990; Van Loghum Slaterus, Deventer.
26
VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's