VU Magazine 1990 - pagina 470
De duplex ordo - de principiële scheiding tussen staats- en kerkelijke opleiding in openbare theologische faculteiten - houdt de gemoederen onverminderd bezig. Een staatshoogleraar over de redelijke en onredelijke grieven van kerkelijke zijde.
Lammert Leertouwer >
O co
Ö CD O-)
^ ^ De hervormde kerk ^^ heeft, als vast afne^ mer van afgestudeerde theologen, sinds geruime tijd bezwaren tegen de huidige vormgeving van de duplex ordo; dat is de principiële scheiding die in de theologie-opleiding van openbare universiteiten wordt gemaakt tussen staatsvakken en kerkelijke vakken. Voor een deel zijn dat bezwaren waarvan iedereen de redelijkheid kan inzien, maar er zijn ook bezwaren die je alleen goed kunt begrijpen als je een bepaald theologisch standpunt inneemt. Belangrijkste grief komt voort uit de invoering van de twee-fasenstructuur. Die had vooral één in het oog lopende consequentie voor het kerkelijk onderwijs: er was geen geld om aio's (assistenten in opleiding) aan te trekken. Dat brengt de Nachwuchs voor de kerkelijke vakken in gevaar. Men voelde zich in kerkelijke kring andermaal anders behandeld dan het staatscurriculum. Maar er valt wel iets op terug te zeggen. De kerkelijke opleiding, die twee volle jaren duurt, is een van de beroerdst gestructureerde studies die je kunt vinden. De noodzaak tot structureren bestond eenvoudig niet. Men schrapte naar believen vakken, er kwamen nieuwe bij, en er werden vakgebieden aan staatshoog-
28
leraren uitbesteed. Maar terwijl alle openbare faculteiten, in het kader van de bezuinigingen werden gedwongen hun programma tegen het licht te houden, ging de hervormde kerkelijke opleiding vrolijk voort op de oude weg. Dat wreekt zich nu. Men had in een eerder stadium de mogelijkheid tot bijvoorbeeld pre-specialisatie in kerkelijke vakken moeten nagaan. Die kans heeft men laten hggen.
van de staatsopleiding, dan verliezen ze dat recht, óf er moet van staatswege een extra promotor naast gezet worden. Zo'n pottekijker kost ook geld. Dat worden dus dure promoties. Toch hebben we het tot nu toe over redelijke grieven gehad. Maar er zijn ook onredelijke. Zoals de
klacht, die ik eigenlijk te gênant vind om te herhalen, dat bij een universitair evenement de kerkelijke hoogleraren altijd achteraan moeten lopen. Ronduitflauwekul!Dit is een regeling die van toepassing is op alle bijzondere hoogleraren. Als je daarover valt, verraadt dat iets omtrent je
V
an oudsher geldt de kerkelijke opleiding als aanvulling op de staatsopleiding; ze bouwt voort op wat de studenten in de staatsopleiding al geleerd hebben. Waar zou een kerkelijk dogmaticus zijn zonder een gedegen studie van de dogmengeschiedenis, of een christelijk ethicus zonder eenflinkstuk wijsgerige ethiek? Dus moet men niet doen - en die neiging heeft de kerk - alsof in de kerkelijke opleiding alles nog eens dunnetjes moet worden overgedaan. De positie van de kerkelijke hoogleraren wordt in belangrijke mate bepaald door het promotierecht dat ze aan een openbare universiteit hebben. En in de uitoefening daarvan zijn ze aan precies dezelfde bepalingen en eisen onderworpen als hun staatscollega's. Zou je nu de kerkelijke opleiding loskoppelen
mm^êM^ VU-MAGAZINE—DECEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's