Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 373

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 373

5 minuten leestijd

nostalgische bespiegelingen. Want surfplanken zien we vandaag de dag al meer dan ons lief is. Zonder er flink wat extra tijd voor uit te trekken, redt de doorsnee-museumbezoeker het hier niet. Van beneden naar boven in het drie (eigenlijk vier) verdiepingen tellende pand dat rond een fikse binnenplaats is opgetrokken, is men gedwongen stil te staan bij onder meer: de vroege geschiedenis van de scheepvaart, navigatie in de loop der eeuwen, de Oost- en Westindische Compagnie, de koopvaardij, visserij en walvisvaart, allerhande zeeslagen en bijbehorende tactieken, beurt-, plezier-, kust- en binnenvaart, ontdekkingsreizen, de stoomvaart en de opkomst van de stalen schroefstoomschepen, de passagiersvaart op de voormalige koloniën, oceanografisch onderzoek, marine en koopvaardij gedurende de twee wereldoorlogen, de wederopbouw nadien, en de watersport. Halverwege de eerste verdieping is wijselijk een 'tussenuitgang' aangebracht; handig voor wie in tijdnood komt, of door alle scheepstuig het mastbos niet meer ziet. Bij zo'n complete collectie wordt het gemis van bijvoorbeeld een videovertoning waarin een rode draad wordt aangereikt, of die per hoofdonderwerp het getoonde nog eens samenvat, node gemist. De hoeveelheid tekst op de wandpanelen veroorzaakt oploop en ongeduld. Het gevolg is dat vooral kinderen onder de tien het, na het zoveelste scheepsmodel, voor gezien houden. Slechts onder bedreiging met lichamelijk geweld zijn zij tot het afleggen van het gehele parcours te bewegen.

K

ijken, en handjes thuis, is de huisregel. De juist voor jongere bezoekers zo aantrekkelijke 'doe-dingen', die een onmisbaar element in het hedendaagse museumgebeuren zijn gaan vormen, ontbreken hier vrijwel volledig. Waarom - ik doe maar een suggestie - voor de kleintjes geen minicursus touwknopen, zeilen reven of netten boeten ingelast? Ja, aan de periscoop draaien en er doorheen kijken, dat mag gelukkig. Men moet er voor op een trapje gaan staan, en ziet dan bij helder weer heel Amsterdam via de beweegbare kijker die op het dak van VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990

het museum is gemonteerd. Maar er zijn nog vijf wachtenden voor ons. De jonge Amerikanen die aan de beurt zijn, houden de kijkbuis bovendien wel wat erg lang bezet. En hun vraag - "can you see the red light area from here?" - bevestigt het vermoeden dat de aard van hun belangstelling voor het apparaat niet louter nautisch is. Zeer onderhoudend is de afdeling met navigatie-instrumenten, waar onder meer het zonneschieten instructief uit de doeken wordt gedaan. Vóór er echter hulpmiddelen als scheepskaarten en sextanten bestonden, moest de zeeman zijn koers bepalen met behulp van de stand van zon en sterren, en stond hooguit een simpel peillood hem ter beschikking om de diepte van zijn vaarwater te bepalen. Verder moest hij vertrouwen op zijn intuïtie en routine. Als hij daarover in voldoende mate beschikte, kon hij zelfs uit de geuren en kleuren van lucht en water, en uit de lengte van de golven, opmaken waar hij zich ongeveer bevond, en of er wellicht land in de buurt was. Later kwam het kompas. En ook de komst van het astrolabium (een voorloper van de sextant) en de eerste primitieve zeekaart verbeterde het doelgericht navigeren, hetgeen echter helaas ten koste ging van de door zeelieden ontwikkelde postduifachtige intuïtie. Aan boord van simpele schepen en op basis van informatie verkregen met onnauwkeurige navigatie-instrumenten, zeilde men de aardbol rond. En het is haast onvoorstelbaar dat men, op grond van deze reiservaring, al vóór 1500 een globaal wereldbeeld wist te construeren dat achteraf aardig blijkt te kloppen met de werkelijkheid.

S

cheepvaart kan ook minder vreedzame doeleinden dienen. Dat toont de enorme verzamehng modellen van oorlogsschepen die in de loop der eeuwen zijn ontwikkeld, het grote aantal schilderijen van historische zeeslagen, en een compleet arsenaal met kanonnen, handwapens en ander moordtuig. We verpozen bij de vitrine waarin de nagedachtenis aan Van Speijk wordt gekoesterd; een opvliegende fanaticus die door onze voorvaderen als held werd vereerd vanwege zijn

explosieve rol tijdens de Belgische Opstand. Dat hij in 1831 zijn schip, de bemanning en zichzelf opblies, was aanleiding tot het schilderen van vele doeken, en tot het aanbrengen van 's mans beeltenis op hier uitgestalde voorwerpen, zoals borden, tabaks- en pillendozen, pijpekoppen en bierpullen. Dan maar liever de lucht in, langs vlampijpketel, balans-, oscillerende, en verticale compoundmachine, en een heuse trekschuit, om, na een kort oponthoud op de afdeUng watersport, trapsgewijs weer beneden en buiten te geraken. Aan de kade liggen de museumschepen afgemeerd waaronder een reddingsboot, een kotter en een vaartuig waarin wij onmiddellijk de stoomboot van Sint Nicolaas menen te herkennen. Geen van deze varende schepen is op dat moment toegankelijk; een constatering die met enige teleurstelling gepaard gaat. Het is te hopen dat het VOC-schip 'Amsterdam' een replica van de gelijknamige oostindiëvaarder die in 1749 bij Engeland strandde, en paradepaard van de onlangs gehouden Sail-manifestatie - straks wel zal worden opengesteld wanneer het hier een vaste plek zal hebben. Het marineschip, schuin achter het museum, is wel toegankelijk; dat wil zeggen: men kan aan boord klimmen. Daar houdt het mee op. De deuren die toegang moeten bieden tot allerlei interessant ogende ruimtes, blijken stevig vergrendeld. En iedere uitleg ontbreekt. Op wat voor smaldeel bevinden we ons hier? Dat het geen vliegdekschip is, valt met een lekenoog nog wel te zien. Maar de vraag of dit nu een mijnenveger dan wel een fregat is, blijft onbeantwoord. Toch wellen, op weg naar de uitgang, onwillekeurig versregels van dichter/scheepsarts Jan Slauerhoff op. "Ik moet op zee gaan, een goed schip/ en in 't verschiet/ Een ster om op aan te sturen, anders/ verlang ik niet", zingt het in ons hoofd. D

Nederlands Scheepvaart Museum, Kattenburgplein 1, Amsterdam. Dinsdag t/m zaterdag geopend van 10.00 tot 17.00 uur; op zonen feestdagen van 13.00 tot 17.00 uur. 's Maandags gesloten.

19

>-Ni

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 373

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's